De Belgische heavymetalband Hell City stelde zopas zijn comeback-album Flesh & Bones voor. Wie de voorgeschiedenis van deze band nog niet kent, verwijzen we graag door naar de concertreview van de albumvoorstelling op deze site.

 

Eén van de belangrijkste paralellen tussen dat concert en het album is dat je aan niets merkt dat deze band een tijdje uit roulatie is geweest en vooral dat het enthousiasme om muziek te maken nog steeds groot is. In vergelijking met de vorige albums van Hell City klinkt alles een paar tellen agressiever en daar is vooral drummer Tommy verantwoordelijk voor, die met grunts accenten legt op de cleane vocalen van zangeres Michelle. Dat die aanpak doorgaans goed werkt, kan je ook horen op bv. het vroegste werk van Within Temptation en waarschijnlijk nog wel meer bands. Enkel op de korte anti-Trumpsong Bogus Potus zijn Tommy’s grunts de leadvocalen en hoewel hij dat voortreffelijk aanpakt, zou het mooi geweest zijn als de rollen hier omgekeerd werden: met de cleane vocalen van Michelle als backing. Maar wie zijn wij om de keuzes van een ervaren band en producer Dan Swanö in vraag te stellen.

 

Met die grunts schuift het groepsgeluid van Hell City een klein beetje op richting death, maar de hoofdbrok blijft toch moderne heavymetal met uitstapjes naar de symfonische metal (zonder de voor dat genre klassieke synths). Inzake compositie en speeltechniek moeten de leden van Hell City geen lessen meer krijgen. Ze weten hoe ze een track catchy moeten maken en hoe het voor de luisteraar zowat een uur lang interessant kan blijven. Al heeft niet elk nummer een meteen-meezingbaar en tegelijk betekenisvol refrein en worden twee tracks opgerekt tot meer dan vier of vijf minuten. In een net iets compactere versie zouden die nog meer vuurkracht hebben, maar dan hebben we het al over details waar de gemiddelde metalfan niet over struikelt.

 

Een aantal tracks steken er een beetje bovenuit: de singles Your Darkest Hour en Supernatural, de mogelijk volgende single Me My Enemy en titeltrack Flesh & Bones. Bij die laatste werkt het overigens wel om zes ‘epische’ minuten te boeien.