Er worden duizelingwekkende prijzen betaald voor het tweedehandse vinyl van de Belgische hardrockband Irish Coffee. Wie in zijn platenkast nog het originele album uit 1971 van het label Triangle heeft, krijgt daar volgens discogs.com gemiddeld 750 € voor, met uitschieters tot wel 1.500 €. Het nieuwe album Heaven heb je al voor pakweg 25 €, maar of dat binnen 50 jaar net zo’n goede langetermijnbelegging zal blijken, blijft een gok. Het nieuwe vinyl verscheen wel op niet meer dan 300 exemplaren en muzikaal is het een pareltje die die 25 € meer dan waard is. Over Heaven en de albumreleaseshow in Aalst hadden we het eerder reeds op deze site. Maar er valt nog zoveel te vertellen. Rockportaal trok naar frontman William Souffreau voor een gesprek over verleden, heden en zelfs toekomst.

“Irish Coffee ontstond onder de naam Voodoo als coverband, zoals er eind jaren ’60, begin jaren ’70 veel waren in Vlaanderen. Wij speelden de hits na van bv. de Bee Gees, maar ook wat ze toen het hardere werk noemden: Deep Purple, Led Zeppelin en Ten Years After. Daarmee verschilden we van de meeste andere bands van die tijd. Als Voodoo waren we het huisorkest van de El Gringo in Aalst en speelden we daar bijna elk weekend. Louis De Vries, de manager van The Pebbles, zag ons daar bezig en zei dat er voor ons misschien meer in zat, maar dat we dan eigen nummers moesten maken. Dat werden dan Masterpiece, een nummer over rauwe armoede, en The Show.”

 

Die single kwam uit in 1971, het jaar van George Harrison’s hit My Sweet Lord en het über-vrolijke Chirpy Chirpy Cheep Cheep van Middle Of The Road. “Ik denk dat we met Irish Coffee niet hoger geraakt zijn dan plaats 20 in de hitparade van toen. We werden niet heel vaak gedraaid op de Vlaamse radio, iets meer in het Franstalige deel van België. Het leverde ons wel wat optredens op. Louis De Vries trok toen met die single naar de Midem, de jaarlijkse muziekvakbeurs in het Franse Cannes. Daar regelde hij dat die single onder licentie uitkwam in Spanje, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, maar ook in de Verenigde Staten, Brazilië en Mexico. In Nederland werd het uitgebracht door Pink Elephant, het label van o.m. Shocking Blue. In al die landen was het succes bescheiden en al zeker niet groot genoeg om bv. een internationale tournee op te zetten.”

“Maar aan Cannes hebben we wel de naamsverandering van Voodoo naar Irish Coffee overgehouden. De Vries had een Amerikaan ontmoet die ons in de VS wou lanceren, maar daar waren al te veel bands die iets met voodoo in de bandnaam hadden. Onze nieuwe bandnaam Irish Coffee hebben ze naar verluidt gewoon afgelezen van de prijslijst in de bar waar ze aan het onderhandelen waren.”

 

“Die Amerikaan wou ons dus lanceren in de VS of toch als er ook een album was. Dat debuutalbum zijn we dan maar snel gaan opnemen in een studio in Schelle. Ik weet dat ik voor een aantal tracks nog de lyrics aan het bedenken en uitschrijven was terwijl de rest van de band de track al aan het inspelen was. Ik had gelukkig al wat ervaring in het schrijven van songs en lyrics, van in mijn vorige rockbandjes. We hadden ook uitstekende gitaristen en een toetsenist die zeker op internationaal niveau meekon. Paul Lambert was de Belgische John Lord.”

 

“Zelf waren we op dat moment niet zo tevreden over ons debuutalbum. Het onze was opgenomen op zes sporen, terwijl de Amerikaanse en Britse bands op zestien sporen opnamen. En dat verschil viel ons natuurlijk meteen op. Dat album is uiteindelijk nooit uitgebracht in de VS, enkel in België. Als je de prijzen ziet die ze daar nu voor betalen, zullen we toch wel iets goed gedaan hebben.”

Het album deed het goed in België, maar ook niet schitterend. Omdat ze één van de weinige harde bands waren, werd Irish Coffee wel geregeld gevraagd om het voorprogramma te spelen van ‘hardere’ bands die op tournee waren in België: Uriah Heep, Focus, Dr. Feelgood, Golden Earring en Flash, de band van de gitarist van Yes.  “Stel je daar geen Sportpaleizen of de wei van Werchter bij voor. Dat waren vaak kleine zaaltjes of kermistenten. Het concertgebeuren was nog lang niet zo goed georganiseerd als vandaag. Er werd veel geïmproviseerd. Dankzij de steun van de Franstalige nationale radiozender konden we vaak in Wallonië spelen, al was dat dan vaak in een hooischuur of op het binnenplein van een vierkantshoeve. De RTBF heeft ooit zelfs eens een concert van ons live uitgezonden. Ik hoop nog altijd dat die opnames ooit eens zullen opduiken.” Het buitenland was een moeilijke hindernis om te nemen, toch speelde Irish Coffee een paar keer in Frankrijk.

 

Na het album daalde de vraag naar optredens elk jaar wat meer. In België heb je snel in elke venue gespeeld waar je terecht kan, terwijl je in pakweg Duitsland of de UK meer tijd kreeg om te touren en te groeien. Er werd geen nieuw materiaal uitgebracht en na het overlijden van toetsenist Paul Lambert ging in ’75 zowat de hele band – op Souffreau na – spelen als begeleidingsband van kleinkunstenaar Wim De Craene. De zanger-gitarist zette een nieuw project op poten onder de bandnaam Joystick, met nog de bassist en drummer van Irish Coffee. “Toen brachten we funk, met zelfs een blazerssectie erbij, terwijl de hele wereld net in de ban was van de punk. Omdat er toen nog altijd weinig ‘hardere’ Belgische bands waren en mijn telefoonnummer nog in het adresboekje stond van heel wat organisatoren stond, hebben we met Joystick twee keer als support voor Motörhead gespeeld. Die twee keer hebben we de blazers wel thuisgelaten.”

 

Maar stilaan groeit dan al de legende van Irish Coffee. “Onze naam e onze muziek waren bij heel wat mensen blijven hangen. Wij waren de eerste hardrockband van het land. Mensen stonden ervan versteld dat dat kon in België. Vooral de single Masterpiece kon op dat moment wedijveren met de singles van andere Europese bands. Ook onze shows moeten indruk gemaakt hebben.” In de jaren ’80 en ’90 hoor je al eens vaak van leden van een Belgische hardrock- of zelfs metalband dat ze dankzij Irish Coffee zelf met muziek begonnen zijn.

 

Terwijl William Souffreau na Irish Coffee en Joystick heel verschillende muzikale paden bewandelt, groeit de legende. Het zijn vaak kleine zetjes die die sneeuwbal doen rollen. In 1990 staat Masterpiece op de CD-reeks van Wit-Lof From Belgium en wordt de band met meer dan één zin vermeld in het begeleidende boek van Gust De Coster en Geert De Bruycker. Twee jaar later volgt de heruitgave van het album op CD in België en Italië, waar het album ook een niet-officiële heruitgave op vinyl krijgt. Daarna komen er nog meer illegale releases op vinyl en CD, officiële en minder officiële verzamel-CD’s waar ze al eens naast Jimi Hendrix staan en meer vermeldingen in naslagwerken.

 

Na de eeuwwisseling komt Irish Coffee met een aantal oud-leden samen voor nieuw werk. In 2004 was er een album dat op CD uitkwam en in 2005 was er de show op de Duitse tv-zender WDR. “Ik kreeg een telefoontje of we met Irish Coffee een concert konden spelen dat ze dan gingen opnemen en uitzenden. Dan moet je niet lang nadenken, natuurlijk. Herman Brood heeft dat gedaan, net als Cheap Trick, Grateful Dead en Rainbow. Ik kon wel een band bij elkaar krijgen die nummers van Irish Coffee kon spelen, alleen hadden we geen drummer. Maar iemand kende de drummer van de Nederlandstalige popband Yevgueni. En die was zo vriendelijk om tijdens de rit naar Duitsland al onze nummers te beluisteren en ook nog eens meteen te memoriseren. Gekkenwerk, maar het is gelukt.” Live At Rockpalast werd in 2008 uitgebracht als dubbel-album.

Daarna volgden nog meer nieuwe albums van Irish Coffee, zoals Revisited uit 2013 en When The Owl Cries uit 2015, met steeds minder oud-leden. “Ik schrijf nog steeds nieuwe songs. De ene keer bundel ik die nu in een solo-album, zoals recent nog op Tobacco Fields, een andere keer steek ik die in een Irish Coffee-jasje. Het is niet dat ik kost wat kost de legende rond Irish Coffee in de aandacht wil houden. Het is eerder dat ik aanvoel dat het verhaal van die band nog niet helemaal verteld is. Ik ben het enige originele bandlid, maar we hebben nu opnieuw een heel sterke bandbezetting. Johan, Erik en Frank speelden eerder samen bij The Balls en Ditch en vroegen al eens of ik een nummer kwam meezingen op hun shows toen. Nu heb ik ze ingelijfd bij Irish Coffee, samen met drummer Bruno Beeckmans van Bellemont. Dit is niet mijn begeleidingsband, maar een reïncarnatie. Met hen wil ik graag nog een Irish Coffee-album opnemen waarbij zij nog meer inbreng hebben in het schrijven en arrangeren van de nummers.”

 

Het is niet dat de tijd dringt, maar William Souffreau is toch al 75. “Ik zit nog vol plannen. Zo wil ik nog een crooneralbum maken, met violen en zo. Het blijkt dat ik er nu de ideale stem voor heb. Ik heb voorts nog over genoeg zaken wel iets te vertellen. En ik sta nog elke morgen op met het idee dat ik een nieuwe gitaar wil gaan kopen. Ik ga door tot het niet meer lukt.”

De viruscrisis zorgt dat de live-agenda van Irish Coffee zo goed als leeg is. “Dat is voor elke band hetzelfde. Het is voor ons jammer dat we de nummers van Heaven nu niet live kunnen laten tot leven komen, maar onze tijd komt nog wel. Het mooie van kunnen ouder worden is dat je tijd en geduld in een heel ander perspectief gaat zien. Net als succes. Niets moet nog, maar alles is meegenomen.”

 

Zijn er nog zaken die Souffreau wil afvinken op zijn to do-lijstje? “Het respect voor Irish Coffee is groot. Misschien is het de moeite om eens in het archief van de VRT en RTBF te duiken voor een Belpop-aflevering op de Belgische tv-zender Canvas. Voorlopig gaan die niet verder terug dan de jaren ’80, maar voor ons kunnen ze misschien een uitzondering maken. Hetzelfde geldt voor de organisatoren van pakweg Graspop en Alcatraz: als zij de eigen pioniers van de hardrock en metal willen eren met een plek op hun podium, zullen wij wel voor een memorabele show zorgen. En hopelijk doen we volgend jaar iets moois voor de 50ste verjaardag van Masterpiece.”