Jimmie Vaughan - Baby, Please Come Home coverLastig lijkt me dat, immer in de schaduw staan van je jongere broer. Het overkwam Jimmie Vaughan, broer van Stevie Ray Vaughan. En met een overleden icoon is het nog veel lastiger concurreren. Het album dat hij met zijn broer opnam kwam zelfs uit in de maand na diens tragische dood.

Toch heeft Jimmie Vaughan, die voor die tijd al naam had gemaakt met The Fabulous Thunderbirds, met hard werken een plekje voor zichzelf veroverd. Zijn soloproductie mag dan beperkt zijn – zeven albums in bijna dertig jaar – als liveact hoeft hij zich al heel lang niet meer te bewijzen.

Op zijn nieuwe album Baby, Please Come Home heeft hij niet voor het eerst gekozen voor een reeks covers. Covers van veelal minder bekende tracks van onder andere T-Bone Walker, Fats Domino, Jimmy Reed en Clarence Gatemouth Brown. Jumpblues, rhythm and blues en andere stijlen die vooral aan de jaren vijftig en zestig doen denken. En hoewel de gitaarkwaliteiten van Vaughan buiten kijf staan, is het opvallend hoe ingetogen zijn spel vaak is. Vaak zijn de zang en de blazers minstens zo prominent en is de gitaar vooral begeleiding, met hier en daar een solootje ertussen. Geen krachtpatsergitaarwerk dus, maar vooral recht doen aan de oorspronkelijke composities. Vaughan manifesteert zich vooral als zanger en hij heeft zich ook duidelijk als zodanig ontwikkeld.

Mede door de blazers klinkt het als een plaat die ook gewoon veertig jaar geleden opgenomen had kunnen zijn. De vaak wat luie ritmes en de knorrende, Fats Domino-achtige blazers en het kale gitaargeluid zijn daar mede debet aan. Jammer genoeg is dat in het geluid voor mijn gevoel wat te ver doorgevoerd. Wat heet. Sommige tracks zijn live opgenomen, maar het merendeel is mono(!) in de studio opgenomen. Je moet ervan houden – en het zal duidelijk zijn, bij mij is dat niet het geval. Niets mis met het proberen terug te halen van stijlen van decennia geleden – ik ben verzot op de oude opnamen van bijvoorbeeld Robert Johnson en John Lee Hooker -, maar waarom de instrumenten die je daarvoor gebruikt heden ten dage niet gewoon een warme, heldere stereoklank mogen krijgen ontgaat mij. Het is vooral om die reden – en het prominente Hammondorgel van Mike Flanigin – dat ik de livetracks het leukst vind.

Muzikaal is het allemaal dik in orde op Baby Please Come Home. Bij mij zit de gekunsteldheid van het bewust wat dunne en vlakke geluid nogal in de weg. Ik heb dan toch iets meer met de versies zoals George Benson ze onlangs al op de plaat zette of zoals Joe Louis Walker, Bruce Katz en Giles Robson dat vorig jaar deden.

Jimmie Vaughan website