Het nieuwe album van Sons Of Morpheus werd vorig jaar reeds opgenomen, maar wordt nu pas uitgebracht door deze Zwitserse psychedelische bluesrockband. De opnames gebeurden in een hutje in de bergen met producer David Weber die eerder al achter de knoppen zat bij The Young Gods. Drie tracks van die opnamesessie kwamen vorig jaar op het split-album The Fuzz Charger Split met de Duitse band Samavayo. Is The Wooden House Session dan een verzameling afdankertjes? Dat ook weer niet. Er staan een handvol prachtsongs op dit album, zoals het heerlijke Paranoid Reptiloid, Nowhere To Go en Sphere. Om het als album in de markt te kunnen zetten werd wel een track toegevoegd die niet veel meer is dan een interessante jamsessie: Doomed Cowboy (zonder lyrics), terwijl Sphere en Loner nog niet helemaal afgewerkt klinken. Slave stond al op The Fuzz Charger Split, maar komt hier in de Never Ending Version. Met meer dan 13 minuten op de teller mag je dat bijna letterlijk nemen. Uiteindelijk is het ook maar de vier minuten van Slave met nog een jam van negen minuten erachteraan.

De producer voegt schijnbaar weinig toe. Waarschijnlijk had hij wel een inbreng via het gebruikelijke knip- en plakwerk, maar hij leidt nergens de aandacht af door strijkers, koortjes, laagjes of synths toe te voegen. Zo krijgen we een goed beeld van hoe het er aan toe moet gegaan hebben in de houten hut bij de opnames. Dit album toont dat deze band twee gezichten heeft: ze kunnen aan de ene kant perfect een catchy bluesrocktrack uit hun mouwen schudden, waarbij ze hetzelfde niveau halen als pakweg The Black Crowes, Triggerfinger of Queens Of The Stone Age. Aan de andere kant kunnen ze een eind loos gaan in jams, zoals The Dandy Warhols of The Grateful Dead.