Home » Dimmu Borgir – Grand Serpent Rising

Dimmu Borgir – Grand Serpent Rising

door Jochem van der Steen
26 views 2 minuten leestijd

Gitarist Sven “Silenoz” Kopperud en vocalist Stian “Shagrath” Thoresen richtten de band Dimmu Borgri op in Noorwegen in 1993. Sinds die tijd is het geluid sterk geëvolueerd en kenmerkt het zich door een symfonische aanpak van black metal.

Er wordt dan op dit eerste studioalbum in 8 jaar (toen Eonian verscheen) ook enorm symfonisch gestart met strijkers op Tridentium. Het zou zo in de Droomvlucht of zo in de Efteling kunnen. Maar geen zorgen, het volgende nummer, Ascent laat bruter black  metal horen, met een death metal randje. Toetsen zorgen wel voor dat typische Dimmu Borgir geluid. Die track blijkt kenmerkend te zijn voor het album. Het is allemaal wat ingetogener, wellicht door het vertrek van gitarist Galder, die zich wilde concentreren op zijn eigen band, Old Man’s Child. De ideeën kwamen dit keer dan ook weer meer van de keren van Silenoz en Shagrath, hoewel de andere bandleden ook wel hun inbreng mochten doen.

De meer orkestrale elementen worden meer neergezet als verrijking van het rauwere geluid. Het zorgt voor een kwaadaardig en mysterieus geluid. De akoestische snaren op Repository of Divine Transmutation zorgen bijvoorbeeld voor een stukje rust waardoor de distorted gitaren meer kracht hebben. Het meest metal aan de nummers zijn zonder twijfel de mokerslagen van drummer Daray. De raspende vocalen Shagrath lijken op nummers als het staccato, episch klinkende, Phantom of the Nemesis rechtstreeks uit de hel te komen. Het zou trouwens orkestraal gezien niet misstaan in een Star Wars film, mocht een Dark Lord of the Sith een soundtrack nodig hebben. The Exonerated laat met mooi tremolo riffs horen hoe melodieus black metal kan zijn en laten horen waar bands als Uada en Mgła de mosterd vandaan haalden. Over die mosterd gesproken, we horen tekstueel een mooie referentie naar Darkthrone met de tekst ‘the Northern sky ablaze’ op Recognizant. Er vliegen hier trouwens ook wat knappe arpeggio’s om je oren. Maar het beste visitekaartje van dit album is toch wel de terecht gekozen single, Ulvgjeld & Blodsodel. Dat nummer heeft iets van doom tot er een stampend ritme los komt waar je vuisten van omhoog gaan. Je wordt dan weer verrast door de symfonische, zwierige arrangementen en koorzang. Kortom, alles wat dit zo’n toffe band maakt.

Met zo’n zeventig minuten aan muziek zou je denken dat het een lange zit is. Echter, de gelaagdheid en spanningsboog is zo krachtig dat het album niet verveeld. Levert Dimmu Borgir hier nu gewoon, na al die jaren, zomaar één van hun beste platen ooit af?

Kijk ook eens naar