Met het album Ascendancy heeft Kadinja de toon gezet. Toen nog bij Klonosphere heeft de band ondertussen onderdak gevonden bij Arising Empire. Ze worden naar voren geschoven als progressieve metal,  maar de term progressieve technische metal waarmee ze zich ten tijde van Ascendancy profileerde, dekt de lading nog altijd wat beter.

Ook Super 90’  is namelijk een mooi staaltje technische metal met progressieve djentinvloeden. Hoewel de composities in eerste instantie als vrij complex over kunnen komen, ligt er altijd een melodieuze onderlaag in de composities op het album.

Tenminste, bij de meeste dan. In Véronique (altijd handig om een meisjesnaam te gebruiken als titel) lijkt de complexiteit lichtelijk de overhand te hebben. Een complexiteit die extra kracht meekrijgt door de sterke zangpartijen. Toch is ook deze compositie veelzijdig in zijn zijn en daar ligt een sterke troef van Kadinja. Hoewel je het idee zou krijgen met zo’n titel dat het een liefdesliedje betreft, zorgt een soort van gekweldheid na vier minuten ervoor dat je toch met andere oren naar Véronique gaat luisteren. Een ander voorbeeld van de complexiteit van Kadinja is zeker terug te vinden in Muted Rain. Een stuk rapper dan Véronique wordt er danig geëxperimenteerd met ritmes en is vooral het basgeluid netjes neergezet. De kracht bij Kadinja vinden we ook in Muted Rain terug en dat is de veelzijdige zang die hier bijgestaan wordt door een bijzonder gitaargeluid. Een geluid dat veel wegheeft van een sitar.

Wat betreft de rest van het album zijn de composities toch vrij gemakkelijk te doorgronden op den duur. Zeker voor de geoefende luisteraar die wel uit de voeten kan met een aardig djentgeluid. In Empire overheerst een vorm van onregelmatigheid dat voor de nodige inspiratie zorgt. De refreinen worden daarna weer gedomineerd door een sterk melodieuze insteek. Kadinja heeft wat dat betreft een goed oor voor ritme en voor gevoelige zangpartijen die soms wat aanhangig zijn neergezet. In From The Inside moet ik sterk denken aan TesseracT. The Modern Rage laat horen hoe de band op elkaar ingespeeld is en met elkaar een spel speelt tussen gitaar, drum en bas. De tempowisselingen zorgen voor de extra accenten en de zang is sterk en krachtig aangezet.

Dat gitaargeluid gaat even lekker zijn eigen weg in bijvoorbeeld Strive waar het lijkt te streven naar onafhankelijkheid, maar altijd weer terug komt naar de basis. Toch zijn er ook wat melancholische elementen te vinden op Super 90’. The Modern Rage herbergt het in zich, maar het krijgt een vergrotende trap in Icon. En dan betreft het vooral de zangmelodie. Daarnaast funkt de bas er lustig op los en staat het drumwerk als een huis terwijl de gitaar aan het eind van Icon nog even de supermario-elementen op de compositie loslaat.

De overtreffende melancholische trap vinden we tenslotte in het bloedmooie Episteme. Het akoestisch gitaargeluid creëert het ragfijne decor waarin de zang zichzelf mag etaleren. En dan praten we niet over een normale zangmelodie, maar over een sterk uitgevoerd meerstemmig stuk zanggenot.

Kadinja wist met Ascendancy al te overtuigen, maar een kleine twee jaar later zetten deze Fransen hun queest voor door Super 90’ even te lanceren. Op dit album weet Kadinja complexe structuren toegankelijk neer te zetten en zorgt het veelzijdige karakter van het album met de progressieve technische hoogstandjes ervoor dat Kadinja zichzelf stevig manifesteert als blijvertje.