In België kan wat in Nederland (nog) niet kan, of dan toch als het gaat over het organiseren van metalfestivals. In augustus was er al een zo goed als normale editie van Alcatraz in Kortrijk en het voorbije weekend kon je – op een kleinere schaal – naar de tweede editie van de Miracle Metal Meeting in Deinze. Niet opnieuw in de Brielpoort zoals de eerste editie, maar in open lucht op een parking in de buurt. Zeven bands mochten het podium op, bijna allemaal Belgisch, maar wel met internationale allure.

Prima georganiseerd met een Covid Safe Pass om binnen te komen en vanaf daar ging het zonder stoeltjes en zonder mondmasker. Ook een biertje bestellen ging volgens het nieuwe normaal: met een  code en een link naar een bank-app zodat je niet moet aanschuiven aan de toog. Je kreeg bij elke bestelling ook meteen een mail, waardoor ze op het thuisfront perfect konden volgen hoeveel je aan het drinken was en hoeveel dat allemaal wel niet kost. Die laatste optie hoeft niet echt voor de volgend editie.

Turpentine Valley mocht de debatten openen als local hero, hoewel, dat etiket zijn ze al lang ontgroeid. Hun instrumentale postmetal ervaar je het beste in een donkere ruimte met veel rook en weinig licht, zodat het visuele als het ware een extra dimensie vormt. Dat element werd in Deinze vervangen door een uitgekiende lichtshow en veel rook en dat werkt eigenlijk net zo goed.

De set bestond uit uitsluitend materiaal van hun album Etch uit 2019. Hun nieuwe album is reeds ingeblikt, maar daar kreeg het publiek nog niets van te horen. Ondanks het vroege uur wist Turpentine Valley de aandacht van de aanwezigen te grijpen en vast te houden tot het einde van hun set.

Carneia’s frontman Jan Caudron stond reeds op de eerste Miracle Metal Meeting – het jaar voor corona dus – met zijn andere band King Hiss. Na de coronapauze opnieuw in de schaduw van de Brielpoort staan voelde voor hem een beetje als ‘thuis’ komen.

Carneia kreeg het publiek mee in zijn progressive postmetal-trip, maar dat ging niet zonder slag of stoot. De fans kregen vier tracks voor de kiezen uit het door Polderrecords heruitgebrachte vierde album Voices Of The Void, aangevuld met één oudere track: White Collar.

Dyscordia heeft doorgaans weinig moeite om het publiek voor zich te winnen. Omdat ze hun eigen Army meebrengen, maar misschien nog meer omdat ze live nooit teleurstellen. De set was opgebouwd rond het net voor corona uitgebrachte album Delete/Rewrite. Hoewel ze het volgende album al zowat in de steigers hebben staan, promoten ze met veel plezier dat ‘oude’ album.

De rijen voor het podium waren inmiddels dikker, de vuisten en hoorns gingen massaal de lucht in en er werd luidkeels meegezongen. Bij Dyscordia stond dan ook elk bandlid met een brede glimlach op het podium.

 

Bij Liar verging het lachen en werd het bittere ernst. Deze legendarische H8000-hardcoreband werd niet zo lang geleden nieuw leven ingeblazen, surfend op het succes van een documentaire en een boek over de H8000-scene (hate thousand, verwijzend naar de postcodes in de provincie West-Vlaanderen), waarvan Liar en voorganger Congress betekenisvolle ambassadeurs zijn.

Liar heeft ook in metalmiddens veel invloed gehad en veel jongeren naar een instrument doen grijpen (die dan later ook bij metal uitgekomen zijn). Gitarist Josh Fury stond bv. eerder al met King Hiss op de Miracle Metal Meeting. Liar-zanger Hans vroeg eerst nog beleefd aan het publiek of ze toch niet alleen gekomen waren om biertjes te drinken. Toen dat niet werkte, ging hij zelf het publiek in om de boel wat op te hitsen en haalde hij zelf de crowdsurfers uit de eerste rijen. Misschien een beetje ironisch dat het nu net een hardcoreband was die de meest enthousiaste moshpit kreeg.

 

Het moshen en crowdsurfen ging maar door op de metalcore van het half-Nederlandse/half-Belgische Spoil Engine. Nog steeds één van de beste en hardst werkende metalbands van de lage landen. In de set lag het zwaartepunt uiteraard op het album Renaissance Noire, maar aan het einde zat nog een leuke Pantera-cover (Yesterday Don’t Mean Shit). Die zat eerder dit jaar ook al in de set op Alcatraz, maar het was ook een leuke knipoog naar de Pantera-tributeband die later op de avond zou volgen.

La Muerte op een metalfestival droppen was een gok, al heeft deze Brusselse band dan wel Tino De Martino van Channel Zero op bas. Dit is een love-or-hate-it-band en de liefde kwam in hun gloriedagen in de jaren ’80 vooral uit het buitenland. Hun smerige rock schurkt tegen een hoop andere genres aan (noise, …), maar vooral live is de band een genre op zich, met veel pose en symboliek: oplichtende omgekeerde kruisen en een zanger die zijn doodskap het hele concert aanhoudt. Dat kan een metalpubliek wel hebben, maar toch was La Muerte voor heel wat fans de vreemde eend in de bijt.

De band had bovendien zelf een paar nummers nodig om in de juiste vibe te geraken en bij het publiek was dat net zo. Toen ze hun laatste nummer inzetten (Pink Floyd-cover Lucifer Sam), kwam dat eigenlijk nog wat te vroeg en velen hoopten op een bisronde, maar met een openluchtfestival in volle stadscentrum hou je je maar beter strak aan het uurschema.

Tributeband Cowboys From Hell kwam uit Italië om de laatste bezoekers van de Miracle Metal Meeting tevreden naar huis te sturen op de tonen van Pantera. Al bij het tweede nummer (Walk) ging het publiek nog een keer helemaal los en was het hek van de dam.

 

De Miracle Metal Meeting verdient als jong festival een pluim voor doorzettingsvermogen en nog één voor de durf in de programmatie.