Vanuit de diepe bossen in het zuiden van Zweden komt een gerommel dat aanzwelt en steeds grotere cirkels maakt. Epicentrum van deze bijzondere geluidstsunami blijkt het dorpje Eksjö te zijn. Het dorp van waaruit Orbit Culture opereert. Dat is al sinds zanger/gitarist Niklas en guitarist Maximilian hun krachten wisten te bundelen. Met drummer Markus en bassist Christoffer was de band compleet om vanuit Eksjö de wereld wakker te schudden. Er werd een EP uitgebracht in 2013, gevolgd door het album In Medias Res in 2014.

Maar succes is vergankelijk en andere doelen in het leven zorgden ervoor dat driekwart van de line-up met het uitbrengen van Nija is veranderd. What doesn’t kill you, makes you stronger is een cliché dat bij Orbit Culture misschien trefzeker bewaarheid is geworden. Het album Nija, de eerste bij label Seek & Strike, is megabruut en krachtig.

Vanaf de eerste noten van At The Front walst Orbit Culture over je heen, te vergelijken met de symfonische deathmetal waarmee ook Septicflesh alles verpulvert. Bij Orbit Culture is het niet alleen de brute zang van Niklas en de nietsontziende grooves die indruk maken. Orbit Culture zet geregeld ook fraaie clean vocals in die het geheel als smeuïge lijm aan elkaar verbindt. Ik ben met At The Front eigenlijk al overtuigd (en verloren). Dan zetten ze een dijk van een zware groove in met North Star of Nij en gromt Niklas alle demonen uit de Zweedse bossen rustig naar voren. Het stemgeluid neigt licht naar de zang van James Hetfield en dat stoort me hier niet.

De succesformule wordt netjes en strak voortgezet in Day Of The Cloud met een prachtig stuk gitaarspel er tussendoor alvorens nog even los te gaan. Behold lijkt in eerste instantie een stuk rustiger. Het Hetfield-gehalte is sterk aanwezig en in een stabiele settting wordt er een geluid neergezet dat een volle klank heeft en waarin vooral het gitaargeluid voor een mooi accent zorgt. Na zo’n drie minuten lijkt de spanning zich op te bouwen en laat drummer Christopher  de teugels vieren waardoor het geluid naar voren lijkt te schieten. De zang verplaatst zich naar een goede gruntpartij en een ingehouden groove komt tot volledige wasdom.

Met Open Eye vervolgt de groove zich met een pulserende ratelende riff en lijkt iedere snelheidsbeperking teniet gedaan. Een licht industrieel accent versmelt zich met het opzwepende geluid van een band als Slipknot waarbij de kleine variaties de aandacht netjes vast blijft houden. Dat opzwepende karakter zit in met Mirrorslave, maar evolueert in een dikke vette riff die aan Sad but True van Metallica doet denken. Dik, vet, stroperig en ontieglijk aantrekkkelijk word je aan je strot deze compositie binnen getrokken. En Orbit Culture laat je niet meer los. Nensha heeft iets tribals in zich en ergens op de achtergrond weet een subtiel ritme op de cymbals de complete gitaarmuur als een steunbeer te ondersteunen en gelijkertijd te sieren. Halverwege word je nog eens getrakteerd op een soort deathmetalbreakdown en durft Orbit Culture het aan om volledig van het pad over te gaan op een prachtig stuk akoestisch gitaarspel met engelenzang dat rustig opgebouwd wordt naar de muzikale heimachine waar we ondertussen zo aan gewend zijn.

Dan daalt er even een deken van rust over je heen met Rebirth. Een soort relatieve rust. Orbit Culture zet het geluid van een doedelzak op de achtergrond en dat is meteen een kleine ommezwaai en krijgt het geruststellende vruchtwater van deze Rebirth meer stroming. Nija wordt netjes afgesloten met The Shadowing waarin alle elementen van het geluid van Orbit Culture nog eens dunnetjes worden ingezet.

Nija is voor mij de kennismaking met Orbit Culture, maar blaast me meteen ook dik omver. Een heerlijk album met sterke en krachtige muziekpartijen. Liefhebbers van James Hetfield zullen gecharmeerd zijn van het stemgeluid van Niklas. Liefhebbers van de grooves van Septicflesh of het opozwepende karakter van Slipknot zullen muzikaal helemaal aan hun trekken komen. Sterke kandidaat voor de top 10 aan het eind van het jaar.