De allerlaatste dag Samhain in Maastricht is aangebroken. Het programma biedt vandaag wat meer variatie, met onder meer Soulburn, Hessian, Conjurer en headliner Paradise Lost. De hoofdmoot blijft natuurlijk nog steeds duistere muziek en ook vandaag staan er weer unieke shows op het programma. De dag begint iets eerder en eindigt daardoor ook op tijd voor de naderende werkweek. Met één band minder is het programma iets compacter, maar kwalitatief zeker niet minder sterk. Ook vandaag zijn Jochem van der Steen en Jordy Weustenraad weer aanwezig om verslag uit te brengen van deze zondag.
Soulburn (Club)
Het Nederlandse Soulburn opent de dag in de al verrassend goed gevulde clubzaal. Met het onlangs uitgebrachte album Quantifying Cosmic Doom hebben ze een goede reden om te touren. Mooi dat ze na wat shows in Duitsland en Italië vandaag weer in ons eigen land staan. De bindteksten gaan dan ook in het Nederlands én Engels. Geen overbodige luxe want er zijn best wat buitenlandse bezoekers.
Gelukkig voor de liefhebbers van het oudere werk ligt de nadruk niet per se op het nieuwe album en komen er ook oudere nummers voorbij, zoals Feeding On Angels van het gelijknamige debuutalbum. De energieke mix van black, doom en death is een prima start van de dag. (JvdS)
Walg (Main)
Er zijn twee dingen zeker in het leven: je gaat dood en Walg komt ieder jaar met een kwaliteitsplaat op de proppen die in het jaarlijstje kan. Sinds 2021 brengen multi-instrumentalist Robert Koning en zanger Yorick Keijzer jaarlijks een melodisch/symfonisch blackmeesterwerk af en met het dit jaar verschenen VI zijn ze toe aan het zesde wapenfeit in zes jaar.
Walg was natuurlijk nooit bedoeld als liveproject, maar door de grote vraag naar een livevertolking heeft het duo vorig jaar de keuze gemaakt om de muziek naar het podium te brengen. Na Pitfest en hun eigen releaseshow is dit (naar mijn weten) pas het derde optreden. Zij worden in deze setting ondersteund door Jessica Otten op bas en Frank Schilperoort op drums.
De Vlinder En De Dromer opent dit optreden, waarbij direct de krachtige stem van Yorrick furore maakt. De daarbij behorende cleans van de gitarist zijn van een iets minder niveau, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door zijn gitaarwerk. Het melodieuze karakter van de instrumentaties vloeit perfect samen met de subtiele symfonieën die op de achtergrond te horen zijn.
Doordat de muziek van Walg zo gelaagd is, dient er helaas veel van backingtracks te komen. Dat heeft niet mijn voorkeur, maar het wordt ze zeker vergeven door de kwaliteit van dit optreden. De bekendere nummers als Geselberg en Ego-Dood kunnen op veel applaus rekenen, terwijl het publiek het overgrote deel gewoon enthousiast de muziek in zich opneemt. Op naar de volgende! (JW)

Wode (Club)
Het Engelse Wode gooit black, death, thrash, goth en doom in een mixer. De nuance komt helaas niet helemaal lekker over en verdrinkt in het brutere geluid. De gelaagdheid komt niet genoeg naar voren om echt van de muziek te genieten en de podiumpresentatie is weer te statisch om los te gaan op het agressievere deel van de muziek. (JvdS)
Vemod (Main)
Het Noorse Vemod bestaat al sinds 2000, maar is niet bijzonder actief te noemen met slechts twee albums. Deze bieden samen ruimte aan tien nummers, maar gelukkig heeft Vemod aan slechts vier nummers genoeg om de set van vijftig minuten vol te krijgen. Ook het aantal optredens dat deze Noorse formatie geeft, is beperkt. Zo stonden ze dit jaar pas één keer eerder op de planken en was vorig jaar het totaal precies op één hand te tellen.
Echter bepaalt dat in geen enkel opzicht de kwaliteit van deze show, want de vier heren laten een bijzonder sterke indruk achter met hun langgerekte black metal. De traditionele stijl wordt voortdurend afgewisseld met sfeervolle stukken, terwijl zanger/gitarist Eskil Blix zijn diepe stem laat spreken. Hij krijgt echter wel hulp, want voor hem staat een muziekstandaard met vermoedelijk de lyrics op. Na ieder nummer bladert hij vrolijk verder.
Waar de productie van beide albums op plaat duidelijk verschilt, lo-fi op het debuut en strak op het laatste werk, kiest de band er live voor om alles met een krachtige, heldere sound neer te zetten. Zo klinkt de liveversie van Å Stige Blant Stjerner voor mij vele malen beter dan de studioversie. Helaas weet Vemod de tijd niet helemaal vol te maken en moeten we genoegen nemen met ruim veertig minuten, jammer want dit smaakte naar meer. (JW)

Hessian (Club)
Met het Belgische Hessian verkennen we de uiterste grenzen van hardcore. Zij injecteren die stijl met een grote hoeveelheid crust en black metal die de act én origineel maakt én geschikt voor dit festival maakt. Met een naam als Levy Seynaeve (ex-Amenra, Wiegedood) aan boord is het donkere, gruizige randje wel gegarandeerd ook.
Gespierde vocalist Bram Coussement’s wat hese en sympathieke Vlaamse tongval bij de bindteksten staat in schril contrast met zijn agressieve zang. Op zich een lekker optreden, maar op het eind zijn we wel een beetje murw gebeukt door de constante agressie. (JvdS)
Der Weg Einer Freiheit (Main)
Het uit Duitsland afkomstige Der Weg Einer Freiheit begint steeds meer naam te maken in de scene door de constante stroom aan hoogwaardige albums. Innern verscheen daarvan als laatste en is het fundament van deze show. Zo wordt er geopend met Marter van dit album. Helaas kampt Der Weg Einer Freiheit met geluidsproblemen. Het komt net niet lekker uit de speakers, terwijl de gelaagdheid juist duidelijk hoorbaar dient te zijn.
Het wordt wel beter, maar nooit perfect en dat is jammer aangezien de band op geen enkele fout te betrappen is. Vooral het middenstuk biedt veel diversiteit en creativiteit. Zo is Immortal veelal voorzien van zalvende cleans en akoestische partijen, terwijl Eos doet denken aan Wiegedood met die typerende riffstructuur en unieke keelklanken. Aufbruch is juist weer zo herkenbaar door de gesproken intro en een meer rechtlijnige benadering.
De band spreekt het publiek rustig toe, maar laat vooral dank blijken. Vandaag spreekt vooral de muziek en zo mag ook deze band veelvuldig op applaus rekenen, zelfs als de laatste noten van Forlorn de zaal al hebben verlaten. (JW)

Conjurer (Club)
Het geluid van het Britse Conjurer is loodzwaar. Hun mix van sludge, post-metal, doom en zelfs wat hardcore blijft spannend van begin tot eind. De mix van de brute én soms zalvende stem van gitarist Dani Nightingale gecombineerd met de schrillere schreeuw van gitarist Brady Deeprose zorgt voor lekker veel dynamiek. Combineer dat met de beweeglijkheid van bassist Conor Marshall en je hebt een optreden dat geen moment verveelt.
Conor gaat met zijn bas ook nog even de zaal in voor de maximale publieksinteractie. Dat Conjurer ook een boodschap heeft blijkt weer eens uit het nummer Let Us Live dat wordt geïntroduceerd door non-binaire Dani met de tekst: ‘This one is for the trans community, we’ve always been here’. (JvdS)
Gehenna (Main)
Het Noorse Gehenna geeft één van de meest bijzondere optredens van het weekend. Niet alleen krijgen we een oldskool set met louter werk van First Spell, Seen Through The Veils Of Darkness (The Second Spell) en Malice, maar wordt dit ook nog eens in de originele bezetting gespeeld. Daarmee keert Gehenna terug naar de periode die de band zijn cultstatus bezorgde. Het donkere, melodieuze en mystieke karakter van deze eerste releases onderscheidde de Noren destijds van veel van hun genregenoten.
De in corpsepaint vermomde vijfmansformatie begint sterk aan het optreden en klinkt het meest traditioneel van alle bands vandaag. Het interessante drumspel van Dirge Rep smelt samen met de toetsen van de in de hoek weggestopte Sarcana, terwijl de rest prominenter naar voren treedt.
Visueel gebeurt er niet veel op het podium, maar muzikaal wordt de sfeer van de vroege black metal zeker wel bereikt. Het geheel voelt ijzig en occult aan door de scherpe meerstemmige zang van Dolgar en Sanrabb. Niet alle nummers zijn even interessant, maar Through the Veils Of Darkness, Angelwings And Ravenclaws en Unearthly Loose Palace weten de fans van het oude werk zeker wel te raken. (JW)

Mork (Club)
Mork is, samen met het eerdergenoemde Gehenna, één van de meest traditionele black metal bands die we op het festival zien. De traditionele, rauwe Noorse sound wordt uitstekend gesmaakt door de vele bezoekers. Oprichter Thomas Eriksen heeft er duidelijk zin in! Hij laat ons regelmatig weten van welk album het nummer dat hij speelt afkomt en draagt een nummer op aan de grote getale aanwezige dames in de zaal.
Zien doen we de beste man minder, want de hoeveelheid rook die ons soms doet hoesten in combinatie met de rode, groene en blauwe stagelights maken hem vrij onzichtbaar. Het geluid klinkt gelukkig dan weer wel prima en er wordt strak gespeeld.

Paradise Lost (Main)
Het Britse Paradise Lost is natuurlijk de meest terechte headliner van dit weekend. De band draait al bijna veertig jaar mee en bracht vorig jaar met Ascension alweer haar zeventiende (!) langspeler uit. Dat doet de band bovendien nog altijd met grotendeels dezelfde bezetting als in de beginjaren. Materiaal is er dus in overvloed, waardoor een uur speeltijd eigenlijk niet genoeg is om zowel het nieuwe album als de nodige klassiekers te behandelen.
Te beginnen met dat eerste, want opener Serpent On The Cross staat op het laatste album. Het publiek begint al wel warm te worden, maar ontploft bij One Second definitief, waarna het nooit meer rustig wordt. Zanger Nick Holmes klinkt goed bij stem en oogt rustig. Gothic wordt aangekondigd als de oudste hit vandaag, terwijl de frontman bij As I Die grapt dat het nummer ooit werd ingestuurd als openingsnummer voor de Olympische Spelen. Helaas werd het afgewezen omdat het volgens de organisatie ‘slightly negative’ was.
Gitarist Aaron Aedy vraagt tijdens ieder nummer participatie van het publiek in de vorm van klappen of juichen, waarbij er altijd wel voldoende respons is. Vandaag slechts één nummer van Draconian Times. Volgens Holmes ‘not the last song, but this is The Last Time’. Het publiek reageert uitbundig en weet de tekst van zowel dit nummer als van het toegankelijke Say Just Words mee te scanderen.
Het gaat de Britten vandaag gemakkelijk af: het publiek is enthousiast, het tempo ligt hoog en de kwaliteit is torenhoog. Tijdens de intro van Ghosts is er nog een hoofdrol weggelegd voor die volle bassound van Steve Edmondson, terwijl Silence Like The Grave als afsluiter wordt benoemd.

En zo blijkt een uur toch echt te kort, want vaste waardes als Enchantment en No Hope In Sight worden helaas gepasseerd vandaag. Desondanks zet Paradise Lost een geweldige show neer, waarmee de laatste Nederlandse Samhain-editie waardig wordt afgesloten. Het zal een gemis zijn voor de Nederlandse festivalcultuur, maar een laatste dank gaat uit naar de organisatie en vrijwilligers, alsmede de bezoekers en bands. Dankjewel!

Foto’s: Femme von Steel