Sound of Revolution mag redelijk uniek worden genoemd. Hardcore festivals van deze schaal zijn er maar weinig. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er het weekend maar liefst 41 nationaliteiten aanwezig zijn. Naast de traditionele hardcore is er nog wat afwisseling met een handjevol meer melodischere bands. Het duurt even voor ik binnen ben en de weg naar lockers en munten heb gevonden maar dan kan het feest beginnen.

UK Subs

De oudgedienden van UK Subs zijn de eerste die ik mag aanschouwen. De krasse knarren die al actief zijn sinds 1976 brengen een leuke set aan streetpunk nummers en hebben er zeker nog steeds zin in. Helaas is het nog wat vroeg op de dag en slaat de energie van de heren niet helemaal over door de leegte in de zaal.

Backtrack heeft het beter voor elkaar, deels ook omdat ze op de Warzone stage spelen waar er geen barrier staat dus het contact met het publiek directer is. Tel daarbij op dat de zaal kleiner is dus iedereen noodgedwongen dichter op elkaar staat en de eerste vlammende act van de dag is een feit. De lompe, zware hardcore is waarschijnlijk het meest traditionele van de dag.

Ignite

Minder traditioneel is de melodische hardcore van Ignite. Frontman Zoli Téglás kampt helaas met stemproblemen waardoor hij regelmatig het werk aan de collega’s van zijn band overlaat of het publiek. Wat mij betreft is een optreden van deze band gewoon altijd een hoogtepunt en ook dit keer heb ik weer kippenvel. Ik moet toegeven dat dit vooral komt door de kwaliteit van de songs en wat minder door dit specifieke optreden.

Helaas krijg ik van Shelter niet veel mee door de drukte in de zaal en het minder goede geluid. Staat echter buiten kijf dat het mooi is dat deze toch wel legendarische band hier op het podium staat onder aanvoering van Ray Cappo.

Heideroosjes

Een band die wel vlamt, los van de nummers, volgt daarna op de Main Stage in de persoon van De Heideroosjes. Weer kort bij elkaar gekomen voor wat shows om hun 30-jarige bestaan te vieren staan ze misschien op het eerste gezicht niet helemaal op hun plek op een hardcore festival. Echter, behalve de typische even komische als maatschappijkritische nummers als Damclub Hooligan of Klapvee heeft deze band ook nummers als Time Is Ticking Away in het arsenaal die wat traditioneler klinken. Bovendien openen ze sterk met het knallende Ik Wil Niks. De foeilelijke outfit en clowneske stage presence van bassist Fred Houben (want die is pas echt punk en heeft pas echt schijt aan alles zoals ze zelf ook zeggen) in combinatie met de serieuzere en superenergieke frontman Marco Roelofs is aanstekelijk altijd. En hoe kun je niet enthousiast worden van hun eigen anthem I’m Not Deaf I’m Just Ignoring You wat bij menig oudere punker heel wat jeugdherinneringen weet op te roepen?

De eerste band die ik te zien krijg op dag twee van het festival, Live By The Sword is meteen verbluffend. Niet omdat het nu gelijk de beste band is die ik die dag zie, maar wel omdat dit hun debuutshow is. Mooi geregeld, zo’n groot festival op je eerste dag. De kwaliteit is zeker hoog en de band met leden uit zowel Amerika als Nederland is prima op elkaar ingespeeld. Dat is dan ook grotendeels te wijten aan frontman Wouter, bekend van Razorblade en zijn platenlabel Rebellion Records.

Grade Two

De jonge gasten van Grade Two spelen een aardige potje Oi!/streetpunk en zijn door hun tattoo-loze verschijningen op uiterlijk gebied een vreemde eend in de bijt. Moet gezegd worden dat de podiumpraatjes door de combinatie van het slechte geluid en het accent (Isle of Wright) niet altijd goed overkomen.

Death by Stereo

Op hetzelfde podium staat de voor mij onbetwistbare winnaar van het weekend. Ook een minder standaard hardcore band, Death By Stereo. De uitstraling past meer bij een thrash metal band, en er zijn zeker wat metal-invloeden te bespeuren in hun geluid. Maar man, wat een partij energie heeft frontman Efrem Schulz. Hij durft het dan ook aan om van het podium te komen, over de barrier te klimmen en het publiek in te gaan. Genot ook weer om de sociale Dan Palmer weer met zijn karakteristieke grote snor op het podium te zien met zijn gitaar en gedurende de dag gewoon lekker tussen het publiek.

No Turning Back mag natuurlijk niet ontbreken op dit festival, aangezien Martijn Van Den Heuvel de organisator is van dit weekend. Het blijkt het grootste slagveld van het festival te worden. De shows van deze band zijn altijd energiek en de moshpits extra wild. Rondzwaaiende benen en armen voor het podium en een grote hoeveelheid stagedivers die met bijna doodsverachting op het podium en soms helaas met een klap op de vloer te vinden zijn. Ik telde zelf maar liefst vier luitjes die waarschijnlijk richting EHBO moesten. Het zou bijna de aandacht afleiden van het feit dat de songs in het genre zeker wel het neusje van de zalm zijn. Ze vinken netjes alle hokjes af van wat een echte hardcore band zou moeten spelen en doen dat met een enorme bevlogenheid.

Aangezien de New York hardcore van Outburst, ondanks hun 30-jarige bestaan, nog nooit live te zien was in Europa laat ik de kans niet schieten ze te aanschouwen. Wat ik zie is traditionele, niet onverdienstelijke hardcore inclusief spontane gastvocalen van twee jongedames die aan de rand van het podium staan. Helaas herkende ik ze niet, maar ze hebben zeker wel hardcore in hun bloed ook al waren de krijsende vocalen niet loepzuiver.

The last Resort

De oude rotten van The Last Resort zijn een mooie afwisseling na de bruutheid van de vorige twee bands. Het wat meer catchy, authentiek Oi! geluid gaat er bij een grotendeels ouder, kaal en duidelijk Engels publiek in als fish & chips. Er moet gezegd worden dat waar sommige frontmannen opvallen door hun gespierde voorkomen en tattoos doet frontman Graham Saxby het met zijn uiterlijk van je sympathieke oom of oudoom, afhankelijk van je eigen leeftijd. Zijn stem is zeker indrukwekkend te noemen en heeft sinds hun debuut in 1980 aan kracht niet veel ingeboet.

Optimale bruutheid vinden we, naar verwachting, terug bij de altijd ontzettende populaire Terror. Frontman Scott Vogel is niet voor niets een legende in de scene. Met de agressiviteit van een ongestelde grizzlybeer brult hij zijn teksten de microfoon in en verandert de zaal in 1 grote pit.

Bouncing Souls

Daarna is de pop punk van The Bouncing Souls (ook verdorie al 30 jaar in het vak) een mooie afwisseling. De tengere Greg Attonito, met zijn overhemdje, cap en ouderwetse dance moves is even wennen na Scott Vogel. Echter, naarmate de set vordert en Greg opwarmt stijgt de energie op en voor het podium. Als Greg dan ook de barrier beklimt om handjes te schudden met het publiek gaat de tent helemaal uit hun dak en krijgt de vakkundige vangploeg het behoorlijk druk. Sympathiek optreden!

De vermoeidheid is er bij het publiek en bij mij dan toch wel ingeslopen en het gebouw loopt langzaam leeg. Dat betekent dan ook dat Ray Cappo, die we eerder al zagen met Shelter, niet het publiek heeft wat je zou verwachten dat komt opdagen bij een act als Youth of Today. Als gevolg daarvan komt het optreden bij mij dan ook niet helemaal over.

Terugkijkend op deze twee dagen is zeker niet te ontkennen dat hardcore nog steeds leeft en dat binnen die wereld ook nog plek is voor wat variatie. En absoluut petje af voor de lui die, zonder dat er veel aan te verdienen valt al 30 jaar of meer met hart en ziel het podium beklimmen