De christelijke post-hardcore/metalcore band Wolves At The Gate uit Ohio bestaat al sinds 2008. Toch was hun nieuwe album, Eulogies, mijn eerste kennismaking met ze. Het maakte me enthousiast genoeg eens te spreken met frontman Steve Cobucci.

Dit album klinkt alsof het echt jullie grote internationale doorbraak kan worden. Het klinkt wat heavier ook.

We zijn al een jaar of 15 een band. Als we een album maken hebben we een grote variëteit in nummers. Sommige zijn heavier, sommige melodischer en andere donkerder. Met dit album had ik het doel om de focus te  leggen op de gitaren, we die zo veel mogelijk op de voorgrond wilden hebben. Op andere nummers zoals Weight Of Glory wilden we de old school hardcore invloeden zo dik mogelijk maken. We wilden gewoon elk nummer zoveel mogelijk karakter, persoonlijkheid en individualiteit geven als mogelijk was.

Je speelt gitaar op het album en neemt de clean vocals voor je rekening. Ooit geprobeerd om ook de harsh vocals voor je rekening te nemen?

Nou, om precies te zijn heb ik er links en rechts wat voor mijn rekening genomen, net zoals in het verleden. Nick, die het leeuwendeel van de harsh vocals doet, zingt soms ook de clean vocals. Op de vorige albums nam hij zelfs soms de lead vocals voor zijn rekening. Soms klinkt mijn scream gewoon beter bij een stuk en soms de cleans van Nick. 

Ik vind het wel mooi dat je de teksten van je band kunt interpreteren vanuit een christelijk oogpunt, maar ook gewoon vanuit niet christelijk perspectief, waar de rol van Christus meer vervangen kan worden door je innerlijke kracht. Was dat bewust?

Ik denk dat het gewoon zo is omdat ik  mens ben. We maken allemaal grotendeels dezelfde soort dingen mee, hoewel iedereen ze anders ervaart. Er zijn natuurlijk wat verschillende variabelen, maar uiteindelijk zijn er gewoon veel zaken waar iedereen zich mee bezig houdt. Iedereen worstelt tot op zekere hoogte met dezelfde dingen. Ik heb het geluk gehad dat ik mijn antwoorden wist te vinden in mijn geloof. Dat is de oplossing die ik in mijn muziek communiceer. Dus ik hoop dat iedereen die ook met dingen worstelt en het antwoord niet heeft gevonden, open staat voor de oplossing die ik presenteer in mijn nummers.

Hoe kijkt de Christengemeenschap aan tegen je muzikale carrière? 

In de Christengemeenschap zijn er veel verschillende meningen over. Maar vanuit mijn perspectief zijn het precies dat,   enkel meningen. Het christelijke geloof zegt niets over muziek maken. Muziek heeft geen theologie, muziek heeft geen doctrine of geloofssysteem. Muziek is een soort sonische wiskunde, er zit geen kwaad of goed in de manier waarop iets klinkt. Mensen hebben in het verleden wel eens gezegd dat wat we doen niet christelijk of demonisch of satanisch is, maar mensen hebben dat altijd al over rockmuziek gezegd. Elke vierkoppige band heeft  zijn wortels liggen in de rock. Weet je, mensen dachten dat AC/DC demonisch en satanisch was en dat is nu classic rock. Christelijke hedendaagse muziek heeft gewoon zijn basis in rockmuziek. Het heeft dus duidelijk niets te maken met hoe het instrument klinkt, maar ik geloof eigenlijk dat het alles te maken heeft met de inhoud van het nummer.

Heb je soms op bepaalde festivals niet willen spelen, omdat er bands staan wiens boodschap te ver af stond van jullie christelijke idealen?

Vanuit die redenering kun je alleen maar binnen je eigen kleine groepje spelen en vorm je een soort sekte. We zijn hartstochtelijk over onze evangelieboodschap en dan is het juist interessant om die op andere plaatsen te verkondigen. Dat is veel interessanter dan hem ergens te laten horen waar je alleen maar schouderklopjes krijgt en bevestigd wordt. Het is eerder zo dat ik problemen heb met sommige bands op christelijke festivals. Zij dragen een vorm van christelijkheid uit die niet altijd overeenkomt met waar het  geloof echt over gaat. Daar willen we dan niet mee worden geassocieerd.

In Nederland kennen we eigenlijk geen echte grote christelijke metal gemeenschap. In Amerika nog wel?

Eerlijk gezegd was hij hier erg groot maar nu niet meer. Hij werd groot vanwege de verkeerde redenen. Toen christelijke metalbands erg populair  werden, begonnen veel andere bands in die scene te spelen. Vervolgens kwamen ze er achter dat ze toch niet zo gelovig waren en dat creëerde nogal een rommeltje. De reden dat de scene nu niet meer zo groot is, komt denk ik omdat veel mensen teveel verkeerde voorbeelden zagen van wat christelijke metal is. Ons geloof is geen gimmick, geen marketing tool. Het is echt wie we zijn. Het is zeker wel een ding wat vooral groot was in de Verenigde Staten, niet zozeer in Europa.

Zie je Wolves At The Gate als seen metalcore band of een cChristelijke metal band.

Dat zijn twee heel verschillende dingen. Ja, we zijn een band en ja, we zijn Christenen. Maar cChristelijke metal is geen genre. Christelijk beschrijft wie we zijn, niet meer dan dat. Er is ook geen genre ‘’conservatieve metal’’. In dat geval is het gewoon een metalcore band met conservatieve leden. 

Laten we het eens over een andere passie van je hebben dan je geloof. Je kinderen! Je hebt er drie, niet waar?

Ja, ik heb drie kinderen. Een tweeling van vijf en een zoontje van twee. 

Een tweeling klinkt heel mooi en romantisch maar ik denk dat het ook een nachtmerrie kan zijn?

Nou, in het begin was het wel moeilijk. Die eerste negen maanden hebben ons wel uitgeput, we sliepen soms maar drie tot vier uur per nacht. Maar nu ze oud genoeg zijn om met elkaar te spelen is het wel heel leuk. Ze zijn elkaars beste vriend. Het is mooi om te zien hoe ze samen met Lego of in de zandbak spelen. 

Het moet moeilijk zijn ze minder te zien als je gaat touren?

Ja, ik ben de eerste persoon in de band met kinderen. We proberen ook wel daar ons tourschema ook wel op aan te passen. Mijn gezin komt op de eerste plaats. Ik ben verantwoordelijk voor mijn gezin, en dat zit hem niet alleen in het betalen van de rekeningen. Ik wil echt een vader voor mijn kinderen zijn. Het is soms wel moeilijk, vooral toen mijn kinderen nog kleinerjonger waren. Nu zien ze me op TV en beginnen ze meer te begrijpen waar ik ben als ik niet thuis ben, dat helpt.

Ze zeggen altijd dat je veel strenger bent voor je eerste kind dan voor je tweede. 

Je leert een beetje wat wel werkt en wat niet. Met je eerste, of in mijn geval eerste twee, weet je dat nog niet. Dus ja, met ons derde kinds was het wel wat makkelijker. Maar het zijn allemaal heel verschillende mensjes, dus wat voor de één werkt, werkt niet altijd voor de ander. We observeren bestuderen daarom onze kinderen altijd goed, zodat we beter weten wat ze nodig hebben.