Hinterlands, de nieuwe plaat van Vetrar Draugurinn, is al een tijdje uit. Benieuwd naar wat meer informatie omtrent de band en het album wilde ik graag de band aan de tand voelen. Ik trof de band op 27 april 2019 tijdens de FemME-clubtour in Eindhoven. Zowel Eric Hazebroek als Marjan Welman waren bereid om mij te woord te staan en een interview te doen voor Rockportaal. Dat Vetrar Draugurinn geen standaardband is, blijkt maar weer. Wat een standaardinterview moest worden, groeide uit tot een open en eerlijk interview van kaliber. Relaxed op een terrasje in de schaduw bespraken we bandgerelateerde en onzinnige dingen, maar vreesden ook niet om diepgang op te zoeken. Een gezellig en interessant onderonsje dat nog lang in mijn achterhoofd zal blijven hangen en dat niet gemakkelijk meer te overtreffen zal zijn. Omdat het interview zo uitgebreid is, zal deze gepubliceerd worden in zes delen. Vandaag tijd voor deel twee!

Hinterlands is geschreven in een heel erg moeilijke periode voor jou, Eric. Hoe heeft dit album jou geholpen om deze moeilijke periode een plekje te kunnen geven en te verwerken? Was het confronterend of juist verademend?
Eric: Om heel eerlijk te zijn, heb ik al jaren last van wat depressies hier en daar. Ik probeer dat op mijn eigen manier op te lossen. Ik heb een heel goede vriend van mij die manisch depressief is in de ergste vorm. Die heeft neigingen tot zelfdoding. Dat heeft een grote impact op mij. Daar zijn ook enigszins nummers op gebaseerd. Bij The Saturnine was dat al het geval. Dat is ook geen vrolijke band zeg maar. Ik heb op een gegeven moment heil gezocht in uitspraken van andere mensen waar ik wat mee kon. Nick Cave heeft zo bijvoorbeeld ooit gezegd: “Depressie is slecht, melancholie is goed”. Hij baseert zijn eigen muziek hier ook op. Daar kon ik mij wel in vinden. Melancholie vind ik een stuk beter klinken dan depressie. Depressie is negatief. Dus de eerste paar nummers zijn op die manier geschreven. Toen drie jaar geleden mijn vader heel onverwachts overleed van vrijdag op zaterdag was dat heftig. Ik was die dag nog bij hem geweest zelfs. Hij was ziek en voelde zich niet lekker en zag er ook echt heel bleek, bijna grijs uit. Dat was geen goed teken. Toen ik thuiskwam, heb ik gelijk tegen mijn vrouw gezegd: “Ik ga morgen bellen en als het niet goed is, gaan wij morgen de dokter bellen”. Zover is het dus niet meer gekomen. De rest van de avond was ik in de homestudio bezig. Toen heb ik het nummer I Am geschreven. Het muzikale gedeelte dan. Het werkt bij mij als volgt: ik schijf meestal een nummer van start tot finish, dus in één keer. Dat komt spontaan en laat ik ook op zijn beloop gaan. Aan het eind van het verhaal, wanneer ik alles zo’n beetje in elkaar heb gezet, waar ik niet te veel bij nadenk, dan ga ik het terugluisteren en dan ben ik negen van de tien keer stomverbaasd. Heb ik dat nou net zitten doen? Dan luister ik het echt meerdere keren achter elkaar terug voordat ik het loslaat. Dan denk ik: oh, dat is cool, dat is gaaf, dat is precies geworden zoals ik wil. Tijdens het terugluisteren daarvan, ik zat in de tussentijd alweer bij mijn vrouw in de slaapkamer, ging de telefoon. Het was de politie Haaglanden met de mededeling dat mijn vader was overleden. Dat was heel drastisch. Het is voor mij de eerste ouder die overlijdt. Dat kwam hard aan. Ik heb altijd een goede relatie gehad met mijn ouders. Nog steeds met mijn moeder. Dat geeft de nodige shit met zich mee. Op de één of andere manier blijft dat altijd hangen. Dat werkt bij mij lang door. Te pas en te onpas komt het weer terug. Dat heeft wel heel veel invloed gehad op de nummers die daarna geschreven zijn. Zeker op de teksten.

Dat herken ik ja. Ik heb Hinterlands eerst zo beluisterd: ik was op vakantie in Zwitserland. Prachtig weer, bergen. Echt wauw. Ik heb toen al de review geschreven. Ik ben echter thuis pas de lyrics gaan lezen. Toen had ik echt zoiets van: phoe, die komt binnen.
Eric: Dan hebben we nog geprobeerd om de teksten aardig open te laten. Het moet niet zo zijn dat ik letterlijk zeg over het hoe en wat.

Precies, het moet niet too obvious zijn.
Eric: Ik weet dat het voor iedereen een ander nummer is dat harder binnenkomt. Van Arjan weet ik dat hij Forever Locked Within een heftig nummer vindt om naar te luisteren. Hij interpreteerde het alsof het over mijn vader ging in eerste instantie. De werkelijkheid is dat het over mijn dochter gaat. Dan niet zozeer over verlies, maar meer over dat zij een slechte tijd heeft gehad op de lagere school. Hoe hard kinderen zijn. Als ouder kun je daar eigenlijk helemaal niets aan doen. Het nummer gaat over dat wij weten hoe je wel bent. Laten we daarop focussen. De leuke dingen die gebeurd zijn, zijn belangrijker. Daar gaat het nummer meer over. Maar je kunt het ook interpreteren als verlies inderdaad.
Marjan: Dat kun jij heel goed ja. Dingen zo open schrijven dat je er alle kanten mee op kunt.
Eric: Dat is de bedoeling ook. Muziek is leuk, teksten schrijven ook. Ik vind het mooier als je jezelf ermee identificeert. Of dat het iets met je doet wat bij jou leeft. Zo heb ik eigenlijk al die teksten benaderd. De ene wat meer dan de andere. De ene wat luchtiger dan de andere. Zoals ik eerder al zei: de muziek is geschreven zonder dat die een bepaalde kant op moest. Dat is bij de teksten ook zo.
Marjan: We hebben ook weleens bij een nummer gehad dat als ik daarnaar luister, dan moet ik hier en hier aan denken. Ik gaf mijn bevindingen aan jou door. Volgens mij kreeg ik toen een uur of anderhalf uur later een bericht van: “Bedoel je zoiets?” Toen kreeg ik dus de tekst binnen.
Eric: Dat hebben we inderdaad al een paar keer gehad ja. Dat was Marjan volgens mij die aangaf dat een nummer meer een bepaalde kant op moest gaan qua tekst. Toen was het inderdaad een uurtje later: “Hier heb je de tekst”.
Marjan: Toen heb ik wel even heel hard gevloekt ja! Ik vond het heel mooi. Ik vind mijzelf niet goed genoeg in mooie teksten schrijven. Toen dacht ik wel even van: sjezus, een uur later! Doe normaal!
Eric: Onderling hebben we ook wel een soort van uitspraak als het gaat om dat soort dingen: “Ik doe maar wat”.
Marjan: Ik word daar altijd heel erg boos van!
Eric: Zo werkt het voor mij ook. “Ik doe maar wat.”

Ik snap dat gevoel wel. Ik denk dat dat allemaal wel een beetje met artistieke dingen te maken heeft. Ik heb dat als fotograaf ook. Ik heb geen opleiding in fotografie. Ik doe ook maar wat. Dan zie je wel wat er gebeurt. Dat probeer ik vast te leggen. In welke mood je bent. Je ziet dat ook allemaal terug in je werk.
Eric: Ik ken genoeg fotografen. De ene is technisch heel erg goed onderlegd en gaat daar helemaal in los. De ander schiet vijftienhonderd foto’s bij een concert en die pikt daar een handjevol foto’s uit. Ik heb ook een beetje fotografie gedaan voordat ik bij Stream Of Passion zat. Wat ik deed, was in eerste instantie nog met een rolletje. Ik ben echt al oud!

Nee joh, gewoon knapperig!
Eric: Hoofdzaak bij fotografie is eigenlijk een goede compositie. Als jij goed inzicht heb in hoe jij iemand op een foto wil plaatsen, dan ben je al voor 50% binnen. Een goede fotograaf moet goed inzicht hebben in hoe een foto eruit moet komen te zien. Dan pas komt hoe je het moet doen en weet hoe je moet kijken. Ik heb met Kris ooit in de fotopit gestaan bij Autumn.
Marjan: Voor mijn tijd dan!
Eric: Voor jouw tijd ja.
Marjan: Jij bent echt oud!
Eric: Op Wâldrock. Eén van de eerste nummers kende ik toevallig. Dus ik wist wat er ging gebeuren. Dan zie je al die fotografen van alle landelijke dagbladen helemaal losgaan. Ik stond daar maar met mijn Eos nog wat te wachten. Oh ja, dan komt nu het refrein. En daar doet ze dat. Toen kon ik dus patsen. Het helpt als je weet wat er gaat komen of de muziek kent bij live-foto’s.

Dan is half je werk al klaar inderdaad.
Eric: Dat geldt niet alleen voor fotografie, maar voor alle expressieve dingen. Als je in eerste instantie weet wat je wil of als je weet hoe het zou moeten klinken, dan ga je net zo hard door tot je dat hebt. In tegenstelling tot heel veel mensen die heel theoretisch zijn. Die hebben veel meer moeite om aan bruikbare, echt serieuze en eerlijke muziek te komen. Ik kan namelijk geen noot lezen. Mijn theorie van gitaar is echt minimaal. Er is nu een heel nieuwe trend op Facebook waarbij gitaristen lopen te vloeken dat je je theorie moet kennen. Want dan kun je pas gitaar spelen. Dan denk ik: ik moet helemaal niks.

Het werkt toch gevoelsmatig lijkt mij. Als je weet wat je aan het doen bent en het komt eruit op welke manier dan ook, dan is het toch dikke prima of heb ik het mis?
Eric: Precies. Ik denk dat dat gevoel een beetje verloren is gegaan de laatste tientallen jaren.
Marjan: Dat is juist zonde! Het hoeft ook niet perfect te zijn om goed te zijn. Veel albums klinken dan ook vaak plastic omdat het zo foutloos en perfect klinkt. Het is te gefabriceerd en te veel volgens de regeltjes. Dan wordt het echt saai zelfs.
Eric: Dat zie je bij metal ook. Het is allemaal loeistrak en supersnel.
Marjan: Dan klinkt het bijna klinisch, wat ik echt niet eens mooi vind. Maar dat is mijn smaak. Als andere mensen dat leuk vinden, is het ook prima.
Eric: Vooral in de female fronted metal heb je dat. Daar willen we niet bij horen.
Marjan: Dan zijn er maar twee genres: male fronted en female fronted. Daar word ik altijd zo moe van.
Eric: Die platen worden bijna allemaal perfect. Als er een beetje ranzigheid in zit of hier en daar niet helemaal netjes gespeeld is, gaat een plaat daar wel van leven. Er moeten natuurlijk geen valse noten gespeeld worden.
Marjan: Daarom is het juist vaak ook leuk om live muziek te gaan bekijken en beluisteren. Soms pakt je dat zoveel meer. Ook hoe je er zelf bij zit, speelt dan een rol.
Eric: Als je een heel depressieve of melancholische plaat gaat beluisteren op vakantie in Zwitserland of die plaat gaat beluisteren in een duistere kamer, maakt dat echt wel een verschil.

Kunnen we zeggen dat Hinterlands een beetje een autobiografie geworden is? Of is dat te tricky om dat te zeggen?
Eric: Het is niet tricky om dat te zeggen. Het is niet helemaal zo natuurlijk. Er zitten wel wat elementen van in.
Marjan: Ik denk dat het bijna niet anders kan als je zelf muziek maakt en schrijft.
Eric: Ook daar weer de vergelijking met hedendaagse muziek die tot in de puntjes is gefabriceerd en dan wat wij eigenlijk doen. We “doen maar wat!” Ik houd niet van vrolijke muziek. Ik luister zelfs heel weinig naar vrolijke muziek. Dus ja, als ik dan iets maak, dan wordt het automatisch al zwaarder.
Marjan: Als je een hele leuke dag hebt gehad, dan kun je daar moeilijker een nummer over schrijven dan wanneer je gewoon iets rottigs heb meegemaakt. Ik denk dat het dan minder interessant wordt ofzo. Ik weet het niet. Terwijl er toch wel goede vrolijke nummers bestaan. Nou ja, laat maar! Ik had een brainfart!
Eric: Ik heb het om eerlijk te zijn nog nooit geprobeerd.
Marjan: Ik ben wel echt benieuwd wat er dan uit zou komen.
Eric: Misschien krijgen we dan de Vetrar Draugurinn ska-variant ofzo. In van die Hawaï-bloesjes.
Marjan: Dat moeten we niet doen hoor. Ik word altijd zo boos van ska.

Zover deel twee van het interview. Morgen verschijnt deel drie om 13u.
Speciale dank aan Jeffrey Klumper voor het dubbel checken van het interview.