Catalonië heeft meer in huis dan zon, zee en strand. Nee deze streek op het Iberisch Schiereiland herbergt ook een drietal heren die op een bijzondere manier metal maken.

Vidres a la Sang is opgericht in 2002 in het mooie Catalonische land. De band heeft ondertussen al een fraaie discografie, welke bestaat uit een vijftal albums. Toch bleef het allemaal wat onder de radar, en dat heeft wellicht te maken met de zang in het Catalaans. Het was in 2018 echter dat dit trio mij in het vizier kwam. En wel door de medewerking van gastbassist Martin Mendez (Opeth). Set de Sang, het vorige album uit 2018, beviel mij zo goed dat ik sindsdien de heren een beetje ben blijven volgen. Het verhaal werd nog mooier toen in 2020 het album Kuahary van White Stones werd gepresenteerd. Inderdaad dat is de band van dezelfde Martin Mendez. De band zou in 2020 optreden tijdens het Prognosis festival met als bandleden de halve line-up van Vidres a la Sang. Deze twee bands delen dus de zanger, bassist, drummer en gitarist. Dat de bands zo aan elkaar gelinkt zijn heeft waarschijnlijk grotendeels te maken met het feit dat Mendez en frontman Eloi Boucherie buren zijn en elkaar dus erg vaak zien. (Ten minste dat is wat Mendez mij destijds vertelde toen ik hem interviewde voor deze website).

Mort de paraula opent het album met een zwaar traag intro wat overgaat in een sinister klinkend, rochelend gesproken woord. Het Catalaans maakt het geheel erg geheimzinnig en de grauwe tongval van Eloi complementeert het geheel. Het nummer kruipt op open handen en bebloede knieën door de woonkamer op zoek naar een climax dat er uiteindelijk na zeven minuten mag zijn. Na een vrijwel complete stilte knalt Salveu-me els ulls binnen met blastbeats en snelle riffs. De grunts zijn weer gruwelijk en traag wat het geheel op een bijzondere manier in balans brengt. Het grauwe rochelende gesproken woord is door het hele album te horen en ook in het derde nummer Ventres de llum is dit niet anders. Ik zelf zou geen Rennies genoeg in huis hebben om dit bijzondere nummer, dat eigenlijk meer een lange voordracht is, tijdens een Karaoke avondje met vrienden op te kunnen voeren. Fins aquí is het langste nummer van de vijf. Tevens het meest melodieuze en met de meeste afwisseling. Uiteraard bepaalt hier ook weer het strottenhoofd van de frontman de hele sfeer. Afsluiter van dit relatief korte album is Ara és demà. Na een speeltijd van een kleine maar vrij intense 35 minuten is de spreekwoordelijke koek op. Net als de lokale lekkernij Carquinyolis is dit album om van te smullen.  “Eén is géén” is een bekend spreekwoord en dat is in dit geval ook zo. Ik neem geen genoegen met maar een half uur van dit lekkers. In ieder geval nog een aantal keer op repeat!