Joe Bonamassa - Live At Carnegie Hall: An Acoustic Evening coverDe laatste jaren krijg ik steeds vaker de indruk dat studioplaten min of meer een routineklusje zijn voor Joe Bonamassa. Da’s best opmerkelijk als je ziet hoeveel moeite hij doet om iets bijzonders te maken van zijn livealbums. Denk maar eens aan de Tour de Force-albums met vier verschillende begeleidingsbands, An Acoustic Evening At The Vienna Opera House en de thematische Muddy Wolf At Red Rocks– en Live At The Greek Theatre-albums. Nog een mazzel dat hij solo inmiddels meer live-albums (veertien) heeft uitgebracht dan studioalbums (twaalf).

Ook bij Live At Carnegie Hall: An Acoustic Evening heeft Joe Bonamassa weer het een en ander omgegooid. De titel geeft het al aan, op één dingetje na. Het was niet één avond, maar het waren twee avonden in Carnegie Hall met een akoestische band. Bij de Vienna Opera House concerten was het nog een kleine band, in Carnegie Hall was het een band met maar liefst negen muzikanten. Uit zijn vaste band drummer Anton Fig en toetsenist Reese Wynans, maar daarnaast ook opvallende namen als celliste en erhuspeelster Tina Guo en percussionist Hossam Ramzy. Guio is geen eenkennige muzikante, want naast klassiek, new age en filmmuziek speelde ze bijvoorbeeld ook met Foo Fighters, Stevie Wonder en rapper Lupe Fiasco. Ramzy was te horen op Plant en Page’s No Quarter en heeft sindsdien bij tal van popacts zijn opwachting gemaakt. Tot slot waren er Eric Bazilian (ex-The Hooters, o.a. mandoline en hurdy gurdy) en een drietal Australische vocalisten: Mahalia Barnes (dochter van de Australische brulboei Jimmy), Juanita Tippins en Gary Pinto. En nee, geen bassist.

Qua songs is het opvallend dat veel van de voor de hand liggende krakers er juist niet op staan. De periode van 2004 tot en met 2009 (van Had To Cry Today tot en met The Ballad Of John Henry) wordt zelfs helemaal overgeslagen. Dat was voor deze avond ook wel logisch, omdat dat de jaren waren met het meeste gitaargeweld. Anderzijds was dat een mooie gelegenheid geweest om die songs een totaal ander karakter mee te geven. Nu zit er soms weinig verschil tussen de studioversie en de liveversie. De momenten dat dat wèl het geval is, is het meteen leuk.

Guo zorgt soms voor een countryvibe, op andere momenten (zoals in “Blue And Evil” en “Woke Up Dreaming”) juist voor een lekker tegendraadse partij. Ramzy is soms een ‘normale’ percussionist, maar in datzelfde “Blue en Evil” zorgt hij (mede) voor een mooi Arabisch randje. Het grootste verschil ten opzichte van de Vienna-concerten is echter de achtergrondzang. Bonamassa is een competent zanger, maar technisch geen hoogvlieger. De achtergrondzang, van ingetogen softsoul tot uitbundige gospelstijl, geeft het een prachtige tweede laag mee.

De grootste verrassing is de afsluiter, een prachtige versie van Bette Midler’s “The Rose”. Ergens heb ik het idee dat dit album de bevestiging is van Joe Bonamassa’s afscheid van de heavy bluesrock. Zoals hij op de laatste albums wat meer richting pure americana gaat, zo is het ook op dit album allemaal een stuk ingetogener. Tegelijk kun je niet onder de conclusie uit dat de versies op dit livealbum heel veel warmte uitstralen.

Misschien moet ik als liefhebber van het heavy werk nog even wachten op de nieuwe Black Country Communion. Tot die tijd vermaak ik me echter prima met Live At Carnegie Hall.

Joe Bonamassa website