Dat er in België mooie muziek wordt geboren is inmiddels geen nieuws meer: Selah Sue is een grote bekendheid, Triggerfinger blijft maar toeren en komt binnenkort met een nieuwe plaat en dEUS is de ‘grote tegenhanger’ van de knalharde band van Ruben Block. Nog zo’n uiterst muzikale, Belgische band heet Puggy. Een Zweed, een Fransman  en een Brit (die ook Belgisch spreekt) hebben elkaar ontmoet in Antwerpen en er ging direct een lampje branden: wij gaan pakkende popmuziek maken die ook op de bühnes aanslaat. Vanavond krijgt Paradiso de eer. 

Het blijft verbazingwekkend hoe klein de kleine zaal van het Amsterdamse Paradiso ook eigenlijk is. Een kwartier voor aanvang stap ik binnen en krijg direct medelijden met de band: alsof er een gemeenteraadsvergadering gaande is. Alsnog sta ik enkele meter van het podium af, wetend dat het optreden is uitverkocht. Met drie albums op zak en een voorprogrammainvulling bij onder andere Incubus, Deep Purple en Smashing Pumpkins heeft Puggy een alleraardigst fundament opgebouwd. Een kwartier later dan gepland doven de lichten. Muzikaliteit van de bovenste plank barst los.

Zanger Matthew Irons zingt loepzuiver, speelt virtuoze solo’s op zijn akoestische gitaar en steelt de show op zijn piano’s. Waar moet ik eigenlijk beginnen? Van pop tot opera en hardrock: hij kan het allemaal. Dat ook nog eens live. Ook bassist Egil Franzen laat zich van zijn beste kant zien en verzorgt naast imponerende bassloopjes de backing vocals. De harmonieën tussen de zanger en de rest van de band zijn ontzettend zuiver en in de loop van het optreden wordt er niet aan kracht ingeleverd. Om nog maar te zwijgen over enthousiasme.

Het publiek wordt bevrijd uit een soort van cocon als ‘Goes Like This’ en ‘Last Day On Earth’ worden ingezet. ‘You’re on fire!’, zegt zanger Irons net voordat de bassversterker is opgeblazen. De technicus van het gezelschap bekijkt het apparaat en schudt ‘nee.’ Gelukkig kan de sensatie toch worden hervat en dendert Puggy door. Het is niet zo dat zij even de highlights van hun albums komen spelen. Nee, Puggy biedt extended editions van hun liedjes met versnellingen, vertragingen en wisselingen van toonhoogtes. Het lijkt allemaal zo eenvoudig als zij het doen, maar het zit zo ontzettend knap in elkaar. Toch is het jammer dat Matthew Irons veelvuldig gebruik maakt van clichés, terwijl de band zo origineel is. Hij strooit met tientallen dankwoordjes, prijst het Nederlandse publiek herhaaldelijk en komt nog terug voor een encore van drie liedjes. Een uitgeklede versie van het spottende ‘I’m Happy’ sluit de avond af. Bespeeld op een laptop, speciaal orgel en xylofoon.

Het is dan ook jammer dat de band niet op z’n minst in de grote zaal mocht spelen. De routine straalt van de band af, terwijl dit zijn eerste headlineact van het jaar is. ‘To Win The World’ heet hun laatste album en dat is nou precies hetgeen wat Puggy gaat doen en wat hij verdient. De kleine zaal van Paradiso is opeens nog verbazingwekkender.