Standing Ovation - Gravity Beats Nuclear coverAanvankelijk dacht ik bij het Finse Standing Ovation te maken te hebben met redelijk standaard powermetal met prograndjes. Daar leek het in het begin van hun tweede album Gravity Beats Nuclear in elk geval op.

Bij de zang in de eerste tracks had ik ook zo mijn twijfels. Dat zit ‘m overigens niet zozeer in de kwaliteiten van Jouni Partanen. Hij is geen Ronnie James Dio, maar hij haalt eruit wat erin zit en zijn ritmische frasering past prima bij de soms wat hoekige sound van Standing Ovation. Nee, het is de mix van de zang die beter had gekund. Nu lijkt de zang soms een beetje over de muziek heen te liggen en de verbinding te missen. Met wat meer diepte op de zang was dat waarschijnlijk verholpen. Gaandeweg het album wordt dat gelukkig beter. Muzikaal zijn de eerste vocale tracks “Permafrost” en “Killer, Iron” een soort hypercommerciële powermetalbombast met hakkende riffs. Aardig, maar niet meer dan dat. De vierde track, “Hellbillies”, is ineens een pretrocktrack pur sang en draagt dat ook uit in de wacky tekst en video – op zich al afwijkend van de stoerkijkende-mannen-video’s in het genre.

Bij het navolgende “Fool’s Parade” gaat de boel pas echt los. Het kent een fraai intro waarbij de zang je als het ware het nummer intrekt. In het vervolg van het nummer doen de zanglijnen wel aan Serj Tankian (System Of A Down) denken en dringen zich associaties op met de pianogedreven progrock van bijvoorbeeld Arena. Tot er halverwege een bijna rootsy deuntje met piano en trekharmonica(!) tussendoor gegooid wordt, terwijl er naar het einde een fusiongitaarsolo en een waarschijnlijk door Jordan Rudess beïnvloede synthsolo volgen. “Fool’s Parade” blijkt een tien minuten durende achtbaan. De volgende song, “Lifeline”, klokt niet minder dan achttien minuten en doet weer sterk aan Arena denken in een goed opgebouwde progrockcompositie. Licht verbijsterd door wat ik in de laatste twee tracks voorbij heb horen komen zit ik ineens met veel meer interesse de afsluitende songs te beluisteren. “The Great Attractor” en “Run Little Mouse Run” hebben vooral door de voor- en achtergrondvocalen Haken-achtige passages, terwijl de afsluiter “I Am I” een proggy powerballad is.

Na een wat aarzelend begin gaat Gravity Beats Nuclear zo keer op keer in andere richtingen. Of, beter gezegd, zit het steeds weer op het grensvlak van verschillende genres. Powermetal, progrock of -metal, soms een randje nu-metal, poppy melodieën, het kan allemaal. Als de avontuurlijke kant van deze Finnen naar boven komt blijkt pas echt wat ze kunnen.

Het is soms op het randje van kitsch en het is daardoor balanceren op het slappe koord wat de heren doen. En toch, na dik een uur zijn ze ongeschonden aan de overkant aangekomen en heb ik een opmerkelijk gedurfd album gehoord. Ze slagen er daarmee in een eigen stijl neer te zetten en dat is ronduit knap.

[youtube id=”fsebFprPaO0″]