Unity is een in Nederland (nog) vrij onbekende Poolse hardrock band (niet te verwarren met de Duitse power metal band The Unity). In 2017 werd de groep opgepikt door het Nederlandse platenlabel RVP Records. Die bracht daarop gelijk het tweede album Almost There uit. Ruim een jaar later brengt datzelfde label het eerste album Promised Land (uit 2014) opnieuw uit.

Omdat de groep een eigen website en een bio ontbeert moet ik het doen met geringe info op de website van RVP Records. Die leert mij dat Unity is beïnvloed door klassieke hardrock bands als Winger, Whitesnake, Van Halen, maar ook Richie Kotzen, Winery Dogs alsmede een handvol moderne en ‘classic’ rock bands. Unity bestaat uit Maciek Papalski op gitaar, zanger Piotr Zinny Zaleski, Łukasz Chmieliński op drums, Adam Pierzchała op basgitaar en Dominik Rosłon op toetsen. Omdat dit (debuut)album oorspronkelijk al in 2014 is uitgebracht is het lastig daar vier jaar later een goed oordeel over te vellen. Maar ik doe naar eer en geweten toch een poging.

Wat direct opvalt is de accentrijke zang van de in het Engels zingende Piotr Zinny Zaleski. Ik ben bekend met talloze Poolse (progressieve) rock bands en vocalisten. Het merendeel daarvan zingt in de moedertaal. Niet dat ik daar iets van begrijp, maar ik vind dat vele malen mooier dan Engels met een dik Pools accent. Bovendien vind ik de Poolse taal fonetisch mooi om te horen. Overigens bezit Zaleski een echte rockstem met flinke uithalen in de hogere regionen.

Wat verder opvalt is dat de heren naar vermogen hun stinkende best doen er iets moois van te maken. Op veel nummers lukt dat ook redelijk. Zoals Between The Past, Sunday Mom (waarin ik flarden Rush hoor) en het laatste nummer Story Of Sad Tinker Bell. Dat is niet alleen het langste maar ook meest rustige nummer van het album. Zowel muzikaal als vocaal gaat Unity dergelijke nummers beduidend beter af.

Zoals eerder geschreven doet ieder zijn best, maar wordt duidelijk dat het echte talent ontbreekt. Nummers als Promised Land en Bloody Ride zijn compositorisch aan de magere kant, klinken te clichématig of missen een goede opbouw en blijven daardoor niet hangen. Kangaroo is dan wel een leuk nummer met een lekkere groove en dito gitaarwerk, maar kent een teenybopper-achtige uitstraling. Hetzelfde is aan de hand met Eyes Of Fire.

Ondanks dat dit een debuutalbum betreft, is deze nog ver verwijderd van het beloofde land waar de albumtitel op doelt. Almost There liet volgens mijn collega-recensent al lichte verbetering horen. Ik hoop dat Unity open staat voor de wellicht niet malse kritiek. Ze zouden er goed aan doen tijd te nemen om verder te schuren, schaven en polijsten waarmee op album drie een echte eenheid te horen valt.