Met een loopbaan van bijna 30 jaar en al meer dan tien albums op het schap kan Amon Amarth nog nauwelijks verrassen. Ze zijn een beetje de Rolling Stones van de vikingmetal geworden: iedereen kent de klassiekers en slechts weinigen zitten echt te wachten op nieuw werk. Geen ideale situatie voor een band. Het nieuwe album Berserker komt drie jaar nu het conceptalbum Jomsviking, opgenomen met sterproducer Andy Sneap en met niet echt een sterke single (First Kill, wie kent die nog?). Deze keer zat Jay Rouston (Anthrax, Steel Panther, Uriah Heep, Stone Sour, …) achter de knoppen en wordt er opnieuw harder ingezet op singles, met video’s voor Crack The Sky en Raven’s Flight. Prima singles, maar toch niet van het kaliber van Guardians Of Asgaard of Twilight Of The Thundergod.

Berserker klinkt nog steeds zoals Amon Amarth al enkele albums na elkaar klinkt. Dat is tegelijk goed of slecht nieuws voor de fans. Op een weegschaaltje afgemeten is er deze keer nog iets meer aandacht voor de melodie en net iets minder voor de agressie. Ook is zanger Johan Hegg is nog net iets makkelijker te volgen. Als er iets nieuws in dit album geslopen is, dan misschien dat de band en de producer meer tijd en moeite gestoken hebben in de intro’s, waarbij ze wegblijven van de klassieke wiking-death-clichés. Er komt zelfs al eens een piano-intro langs met ook nog eens strijkers en dat zijn we niet gewoon van Amon Amarth. Als geheel klinkt dit album iets toegankelijker dan het voorgaande werk.

De sterkste tracks zitten in de eerste helft van Berserker. Fafner’s Gold, Crack The Sky en Mjolner, The Hammer Of Thor zijn een zinderend openingstrio. Het gejaagde Mjolner heeft heerlijke, compacte gitaarsolo’s die netjes tussen de melodielijnen geweven zitten. Met nog een sterker refrein zou dit een prima single zijn. Shield Wall (met de diepste grunts van het hele Berserker) had op om het even welk oud album van Amon Amarth kunnen staan. Dat is zowel een positieve als negatieve kritiek. Valkyria is een beetje een vreemde eend in de bijt inzake ritme en melodie. Niet dat het hele nummer de mist in gaat, maar het zorgt toch al voor een eerste barstje.

Ironside is dan weer oldschool-Amon Amarth en roept herinneringen op aan de eerste albums van deze Zweden, met diepe en toch perfect te volgen grunts in het refrein en zelfs – dat moet voor het eerst zijn – een zin met cleane vocals van Johan Hegg. Een heerlijke track.

Daarna gaat het bergaf. The Berserker At Stamford Bridge ontbeert het snelle tempo dat Amon Amarth verteerbaar maakt. Het is zelfs geen mid-tempo, maar slepend traag, terwijl de drumroffels en gitaarpartijen weinig toevoegen, hoewel ze daartoe op deze track uitgebreid de tijd en ruimte krijgen. When Once Again We Can Set Our Sails is in hetzelfde bedje ziek: ook deze track lijkt bij elkaar gepuzzeld met alle bekende Amon Amarth-elementen die we al in tientallen eerdere tracks gehoord hebben. Er komt hier wel nog een klassieke heavymetal-gitaarsolo langs, maar die kan het schip niet boven de waterlijn houden. De overige tracks van de tweede helft zijn evenmin om wild enthousiast van te worden.

Afsluiter Into The Dark is naar de normen van Amon Amarth opnieuw traag. Je verwacht na de intro (en de outro) met piano en strijkers dat dit de knapste track van het album wordt, maar echt uitblinken doet deze Into The Dark niet. Live zal dit nummer wel werken, maar deze studioversie verliest de wedstrijd op punten en is daarmee tekenend voor het hele album. Ongeveer de helft van het album zien we een knappe ploeg met mooi aanvallend voetbal, maar in de tweede helft vergeten ze de bal binnen te trappen als ze voor doel komen.

Amon Amarth is op 2 juni de headliner op Fortarock in Nijmegen. Op 21 juni staan ze op Graspop in België.