Toen Josh Middleton slechts vijftien jaar oud was, ontstond het idee om een band op te richten. Dat project groeide uit tot Sylosis, maar het duurde acht jaar voordat het debuut Conclusion Of An Age het levenslicht zag. Sindsdien kwamen er met regelmaat nieuwe langspelers uit, totdat Josh Middleton in 2016 besloot een pauze in te lassen en zijn carrière voortzette bij Architects. Na een afwezigheid van drie jaar keerde Sylosis terug met de sterke albums Cycle Of Suffering in 2020 en A Sign Of Things To Come in 2023. Tweeënhalf jaar na die laatste release volgt nu een nieuw hoofdstuk onder de titel The New Flesh.

Eerder deze maand begon het viertal aan een Europese tour ter ere van dit nieuwe album. Ondanks dat het album nog niet officieel was uitgebracht, kregen bezoekers toch al enkele nummers te horen. In totaal staan er elf nieuwe nummers op deze schijf, die goed zijn voor bijna vijftig minuten aan nieuwe muziek. Daarmee wordt de achterban wederom rijkelijk beloond door de Britten.
Vanaf het openingsnummer Beneath The Surface wordt de luisteraar getrakteerd op het kenmerkende Sylosis-geluid. De melodieuze thrash metal wordt verrijkt met metalcore- en groove-invloeden, waarbij vele tempowisselingen voor de dynamiek zorgen. Nummers als Erased nodigen uit tot headbangen, terwijl dit live een echte moshpitstarter zal zijn.
De plaat grossiert in aanstekelijke riffs en krachtig, modern drumwerk. De wisselwerking tussen rauwe vocalen en cleane zanglijnen houdt de spanningsboog hoog, terwijl de breakdowns op de juiste momenten voor extra impact zorgen. All Glory, No Valour werd de aanwezigen al voorgeschoteld tijdens de tour, maar op plaat weerklinkt deze steviger. Hierin komt het deathmetalkarakter in de riffs en de vocalen beter tot uiting. Dat rauwe karakter loopt als een rode draad door het album, dat overtuigend balanceert tussen melodie, virtuositeit en intensiteit.
Toch houden de Britten niet alleen vast aan oude tradities, maar experimenteren ze ook op The New Flesh. Het drumwerk en de creatieve fills van Ali Richardson krijgen meer nadruk, terwijl ook de baspartijen van Conor Marshall prominenter naar voren treden. Adorn My Throne opent zelfs met toetsen en ontwikkelt zich gaandeweg tot een moderne metalcorecompositie.
De aandacht en creativiteit die in deze langspeler zijn gestoken, klinken onmiskenbaar door. Het geheel klinkt veelzijdiger, meer gelaagd en complexer dan voorgaand werk. Enkele hoogtepunten in het tweede deel zijn de solo’s op het titelnummer, de pure emotie in Everywhere At Once en de groovende passages op afsluiter Seeds In The River.
Sinds zijn vertrek bij Architects heeft Middleton meer ruimte om zich te richten op zijn eigen muzikale geesteskind en dat vertaalt zich in composities van rond de vier minuten, die zoveel verschillende invloeden laten horen dat het onmogelijk is om de aandacht te verliezen. Voor liefhebbers van thrash en groove in de stijl van het recente werk van Sepultura en Machine Head is dit een album dat zeker in de smaak zal vallen.