Het Duitse Aeonblack bestaat sinds 2003 (vanuit de band Groggy Elks) maar het heeft tot 2014 geduurd voordat er een echt album werd uitgebracht. Zeven jaar later is het tijd voor een tweede album dat de titel The Time Will Come heeft meegekregen. Dit keer zonder bassist Nik die de band heeft verlaten zodat op dit album Ferdinand Panknin de honneurs hiervoor waarneemt. Het album telt elf composities en wanneer je het beluistert, zou je ook kunnen geloven dat deze band zijn oorsprong in de jaren zeventig en tachtig zou hebben.

Hier wordt vanuit Zuid-Duitsland namelijk ouderwetse old-school heavy metal op je afgevuurd. Met Specter In Black weet je meteen wat je kunt verwachten. Snelle ritmes en opzwepende gitaarmelodieën van Ferdinand Panknin en Michael Maunze geven je een inzichtje in de muziek waarmee onder meer Judas Priest furore wist te maken. En dat komt naast de muzikale ondersteuning zeker ook door het stemgeluid van zanger Holger Berger die een aardig octaafje kan bereiken en daardoor een mix lijkt te zijn van Geoff Tate, Udo Dirkschneider en Rob Halford.

Met de tweede troef I Won’t Think About Tomorrow is het wel duidelijk of je dit album waardeert of gewoon terzijde moet leggen. Het is de tweede compositie waarin teksten van minder belang lijken te zijn en, net als bij Specter In Black, liggen er ook de nodig herhalingen in de composities. Voor mij is dit absoluut niet storend omdat je daarbij juist de nadruk kan gaan leggen op het luchtgitaarspelen en je niet druk hoeft te maken over moeilijke patronen of tempowisselingen. Het is vol gas pure heavy metal dat je met Aeonblack krijgt voorgeschoteld.

Het karakter van de compositie is soms wat zwaarder aangezet zoals in titelnummer The Time Will Come en Raw,Loud &Furious of wat sneller zoals in Warriors Call, Fire Wheels of The Phantom Of Pain maar beweegt altijd rond de solide heavymetalbasis.

Daarbij weet Aeonblack een solide geluid neer te zetten in When The Darkness Falls en Nightwalker en wordt er een gevoelige snaar geraakt in NIghtwalker, waarin het karakter zich kan meten met een dikke riff van Black Sabbath, en het akoestische No Man’s Land. No Man’s Land is een mooie ballad. Het gitaarspel is heel mooi dubbellaags en vol emotie. Zanger Holger weet zich in deze akoestische compositie ook staande te houden. Het falsetgeluid laat hij hier meer achterwege, maar weet je ook hier te raken met zijn stemgeluid.

Met The Time Will Come heeft Aeonblack zelf al aangegeven dat wachten op een tweede album niet bezwaarlijk is en dat geduld een schone zaak is. De elf composities blinken niet uit door virtuositeit of originaliteit. Ook worden er geen grenzen in kracht overschreden. The Time Will Come is gewoon een prettig album van een band die zich heeft gericht op de traditionele heavy metal en met dit album laten horen dat het een genre is dat zich tijdloos voortschrijdt in de muziekgeschiedenis. You can love it or you can hate it, but above all, you can band on it.