Wat moet je verwachten wanneer een gerenommeerd basgitarist een soloalbum van anderhalf uur maakt waarop 26 verschillende muzikanten te horen zijn? Ik vroeg het mij af toen ik Bryan Bellers nieuwsbericht las waarin hij zijn nieuwe dubbelalbum Scenes From The Flood aankondigde.

De basgitarist van onder andere The Aristocrats, Joe Satriani en Steve Vai had bijna tien jaar nodig om dit album te realiseren. Inclusief de uitwerking van het thema, wat gaat over de beantwoording van de essentiële vraag: “wat bewaren we en laten we los wanneer ‘de grote storm komt’, waarna niets meer hetzelfde is?” Scenes From The Flood gaat over ambitie, verlies, intentionaliteit, realiteit, hoop en desillusie. Inderdaad, ondanks dat het album 95% instrumentaal is, filosofisch getint.

Onder de talrijke gasten bevinden zich klinkende namen als Joe Satriani, John Petrucci, Guthrie Govan en Mike Keneally. En dat zijn nog maar vier van de veertien gitaristen die op het album acteren. Onder de drummers vinden we de veteranen Gene Hoglan (Strapping Young Lad, Death), Joe Travers (Zappa Plays Zappa, Joe Satriani), Ray Hearne (Haken) en Nate Morton (Cher, The Voice). Valkuil bij zoveel verschillende muzikanten is dat het album identiteit en cohesie mist. Bryan Beller tuint ook een beetje in die val, want het album mag je best fragmentarisch noemen. Gelukkig wordt dat enigszins gecompenseerd door muzikaal vakmanschap. Niet in het minst door Beller zelf, ondanks dat je (gelukkig…) niet in ieder nummer geconfronteerd wordt met zijn hoogstandjes op basgitaar.

The Scouring Of Three & Seventeen is de ouverture. Een smaakvol begin, gevoelig en subtiel gespeeld op piano door Beller zelf. Het nummer zwelt langzaam aan en vloeit over in Volunteer State. Daar worden de bakens door Joe Satriani verzet naar stevige Jeff Beck-achtige rock. Je hoort hem hier op verschillende gitaren en ook banjo. Op het album staan diverse gitaar georiënteerde nummers, zoals het melodieuze Always Worth It en het spijkerharde Steiner In Ellipses. Maar ook Beller zelf heeft voldoende vaardigheden op gitaar. Dat blijkt wel op Bunkistan, wat ik een van de betere nummers vind. Dat zijn maatje uit The Aristocrats Guthrie Govan een paar klassen beter is op het zessnarige instrument hoor je op Sweet Water, wat ook tot de betere nummers hoort.

Meest in het oog springen de wat langere nummers, zeg maar mini-epics van bijna tien minuten. Een daarvan is het Metallica-achtige The Storm. Een passende titel vanwege het agressieve karakter door de ferme drumpartijen van afwisselend Gene Hoglan en Ray Hearne. Absoluut hoogtepunt van het album is het indrukwekkende World Class. Ray Hearne drumt hier de vellen uit zijn drumstel in een nummer waar de sitar van Rishabh Seen overheerst en voor een fraaie Oriëntaalse sfeer zorgt. Gecombineerd met massieve gitaarpartijen van John Petrucci en Nili Brosh en aangevuld met viool, altviool van Paul Cartwright en percussie van Christopher Allis. Teveel? Nee, geenszins!

Het fragmentarische aan het album wordt niet alleen veroorzaakt door de uiteenlopende sferen, maar mede bepaald door veel korte nummers. Ze fungeren soms als intro’s, dan weer als outro in de overgang naar het volgende nummer. Daarnaast ontbreken vocalen niet helemaal. Everything And Nothing bevat gesproken zang van Beller als ware het een meditatiesessie, bovenop het aanhoudend rollende drumwerk van Nate Morton. In Army Of The Black Rectangles horen we de vervormde stem van Beller, die daarmee zijn gebrek aan vocale kwaliteit aardig weet te maskeren. Het langste nummer op het album, Angles & Exits, is het enige écht gezongen stuk met klagende zang van Beller. Bovendien het enige nummer wat niet uit de koker van de basgitarist komt.

Indien Scenes From The Flood beperkt was gebleven tot een enkele cd, had deze ongetwijfeld aan kracht gewonnen. Het neemt niet weg dat Bryan Beller, met hulp van een touringcar vol vrienden, een genietbaar album heeft neergezet.