
Als bands een album naar zichzelf vernoemen, is dat doorgaans een teken van verandering en een nieuw hoofdstuk in de saga van die bands. Soms is een titelloos album ook een signaal dat men vindt dat ze hun beste werk ooit hebben gecreëerd, een soort ultieme vorm van zelfexpressie. In het geval van Caspian is dat men meer naar binnen heeft gekeken voor muzikale inspiratie. Eens kijken wat dit heeft opgeleverd.
De band trapt af met Hiraeth, een prachtig intro waarin Caspian in enkele minuten laat horen waarom ze tot de top van het postrock-genre worden gerekend. Op Far Country en A Great Fire trekt men strakker van leer qua gitaarmuren en drumwerk, al blijft genoeg ruimte voor genoeg dromerige en melodieuze momenten.
Met ruim negen minuten vormt Remain het dromerige hart van het album. Het nummer bouwt zich langzaam op van een enkele gitaarriff naar een spetterend crescendo en laat zich het beste omschrijven als een lange wandeling door een betoverend berglandschap. Op No One Left To Tell gaat men volledig op de psychedelische toer en lijkt de band op Pink Floyd ten tijde van Atom Heart Mother en Meddle, zij het dat Caspian meer structuur aanbrengt aan hun composities. Het sfeervolle en folky Waltz For The End sluit het album op een schitterende manier af.
Met krap 39 minuten het zelfgetitelde album van Caspian ietwat aan de korte kant, maar dit kleine euvel wordt ruimschoots gecompenseerd door een ontzettende rijkdom aan ideeën en schitterende texturen. Zeker een van de betere platen die ik dit jaar heb gehoord.