Met het vertrek van de gitaristen/zangers Cristiano Trionfera en Tommaso Riccardi was het noodzakelijk voor Fleshgod Apocalypse om de bezetting flink door elkaar te husselen en zichzelf even flink achter de oren te krabben. Francesco Paoli besloot de drumkit te verruilen voor een plaats als zanger/frontman en door de toevoeging van Fabio Bartoletti op gitaar en David Folchitto op drums kon de band werken aan het nieuwe album Veleno met dien verstande dat zowel Fabio als David nog niet tot de definitieve bezetting gerekend kunnen worden. Niet dat ze niet bij het Fleshgod Apocalypsekamp horen, maar het overgebleven trio wil eerst zekerheid hebben voordat de nieuwe line-up in een opwelling officieel wordt aangekondigd.

Gelukkig is de stijl van de band niet tot nagenoeg niet veranderd. De Italianen hebben ook op het nieuwe album vast gehouden aan de orkestrale deathmetalbasis waarom ze bekend staan. Toch is er in het opnameproces wel wat veranderd. Werd alles op de eerste drie albums tot op de noot nauwkeurig geanalyseerd of het klopte, voor Veleno hebben ze meer op gevoel en spontaniteit gewerkt aan het geluid.

Uiteindelijk heeft dat geresulteerd in een sterk vervolg op het vorige album King. De opener Fury slaat meteen in als een bom. Dit is een compositie waarvan de titel Chaos in Extrema zeker op zijn plaats zou zijn. De technische deathmetal wordt sterk en strak neergezet en het gebruik van de piano mag zeker als bijzonder kenmerk van Fleshgod Apocalypse genoemd worden. Het geheel heeft een sterk tempo en heeft voldoende melodie in zich om goed te kunnen volgen. Het middenstuk heeft een sterke riffstructuur met koorzang op de achtergrond voor de dieperliggende emotiegolf. Fury loopt naadloos over in Carnivorous Lamb. In eerste instantie is de orkestrale basis bepalend en voelt wat progressief aan maar met het invallen van de zang wordt het tempo flink opgeschroefd. De beproefde gruntpartijen krijgen hier bijval van wat meer hoge zang en die combi spreekt uiteindelijk wel aan. Fleshgod speelt hier bewust flink met het tempo en daardoor is de groove steeds weer wat anders. Dat is niet anders in Absinthe waarin de grunt gezelschap krijgt van operakoren en een onheilspellende hoge zangpartij. Passie, kracht en theater zijn hier de kernwoorden.

Wanneer je Fleshgod live aan het werk heb gezien, weet je dat het begrip theater een belangrijke factor is bij de band. Het visuele aspect is zeker belangrijk. Neemt niet weg dat ze met de eerste single Sugar (waar een gigantische video van beschikbaar is) het theatrale karakter hebben weten te vangen in de auditieve setting. Het gebruik van koor en piano ingebed in de deathmetalstructuur helpen daar zeker bij. Die voorliefde voor theater, opera en bombast komt trouwens later op het album nog sterker naar voren. Specifiek in The Day We’ll Be Gone waarin de operastukken gebouwd zijn op een krachtige deathmetalbasis. Meeslepender en zwaarder aangezet krijgt het ook vorm in Embrace The Oblivion. Een compositie waarin de bombastische inslag ervoor zorgt dat je het idee krijgt alsof alles en iedereen zich langzaam verheft en begint te zweven in een gitzwarte hemel. Het album eindigt met een pianorecital met de naam Veleno. Die piano is ergens ook de rode draad in het geluid en heeft behalve in Veleno ook een belangrijke rol in Pissing On The Score. Een lekkere compositie vol kracht en melodie.

Wat overblijft is snoeiharde deathmetal in Worship And Forget met daarin de nodige onregelmatigheden wat de luisteraar flink bij de les houdt en daarnaast bevat Veleno nog een soort van ballad met zeer uiteenlopende sfeermomenten en een veelzijdig geluid waarin zelfs wat jazzystukken verwerkt zijn.

Veleno is een dijk van een album. De band overtuigt auditief helemaal op dit schijfje en ik kan me zo voorstellen dat het geluid van de band live nog eens visueel mooi ondersteund wordt waarbij nagenoeg de meest zintuigen gestreeld gaan worden.