Liefhebbers van progressieve muziek kunnen zich vandaag verheugen op een bijzonder optreden. Gisteren stond het instrumentale gezelschap Intervals nog in Haarlem geprogrammeerd, terwijl vanavond de kleine zaal van de Effenaar in Eindhoven het toneel vormt. Het betreft de eerste Europese tournee in maar liefst zes jaar tijd. Het voorprogramma wordt op deze tour verzorgd door het Duitse The Intersphere.

Aan dit Duitse viertal de taak om de goed gevulde zaal in de juiste stemming te brengen voor het hoofdprogramma. Persoonlijk kende ik de band nog niet, waardoor dit optreden mijn eerste kennismaking met hun muziek vormt. Toch bestaat de formatie reeds twintig jaar en beschikken de heren over een discografie die zes langspelers omvat. De ervaring van de heren klinkt onmiddellijk door. Hun spel is strak en laveert tussen progressieve rock en metal, waarbij zelfs popelementen aan bod komen. Om de verschillende stijlen kracht bij te zetten, wisselen gitarist/zanger Christoph Hessler en zijn collega-gitarist Thomas Zipner voortdurend van gitaar.

The Intersphere trakteert ons vandaag bovendien op een nog niet uitgebracht nummer met de titel Time To Deliver, waarin de meer bedaardere kant van de band naar voren komt. Het hoogtepunt van de set is vandaag Antitype. Een progressieve introductie mondt uit in fel gitaargeweld, terwijl de prominente bas- en drumpartijen een solide fundament leggen. De frontman bedankt het publiek veelvuldig en straalt zichtbaar plezier uit bij de enthousiaste respons. Het viertal krijgt drie kwartier speeltijd, maar deze vliegt in rap tempo voorbij. Het resultaat is een sterk optreden van onze oosterburen, waarna velen hun weg vinden naar de merchandisetafel.
Toch is het merendeel van de bezoekers vanavond aanwezig voor Intervals. Aanvankelijk begonnen als instrumentaal viertal, maar op het debuutalbum A Voice Within ruilde bassist Mike Semesky zijn basgitaar in voor een microfoon . Na interne strubbelingen vertrokken echter alle leden, met uitzondering van gitarist Aaron Marshall. Sindsdien fungeert Intervals als zijn (instrumentaal) soloproject, bijgestaan door sessiemuzikanten: Nathan Bulla op drums, Jacob Umansky op bas en Travis LeVrier op gitaar.

Het eerste deel van de set bestaat bijna uitsluitend uit materiaal van het vorig jaar verschenen Memory Palace. De aftrap vindt plaats met Neurogenesis en Nootropic. Helaas raken de drie gitaren in het begin ondergesneeuwd door het dominante drumgeluid. Naarmate het concert vordert verbetert de balans enigszins, al blijven de drums eigenlijk altijd te luid in de mix. Naast dat de instrumentale muziek zeer divers voor de dag komt, is het ook indrukwekkend om de heren aan het werk te zijn. Tijdens de start-stop momenten van de gitaristen, krijgt bassist Jacob de kans om te schitteren.

Net als het voorprogramma maakt ook Intervals royaal gebruik van instrumentwissels. Vanavond staan er tenminste negen verschillende (bas)gitaren op het podium, die stuk voor stuk worden ingezet om de veelzijdigheid van het repertoire tot uitdrukking te brengen. Er wordt opnieuw gewisseld voordat Luna[r]tic en Lock & Key worden uitgevoerd. Deze nummers ademen een meeslepende en sferische sfeer, waarna de band overschakelt naar ouder materiaal. Uit de eerste twee EP’s klinken enkele nummers die qua stijl sterk verschillen van het recente werk. Mata Hari en Epiphany neigen meer naar proggy djent en lenen zich bij uitstek om stevig op te headbangen.
Marshall toont zich zichtbaar enthousiast en benadrukt hoe blij hij is om terug te zijn. Hij noemt Nederland zijn favoriete land in Europa en vertelt dat één van zijn gitaren in ons land is gemaakt. Minder enthousiast is hij over de invloed van Jacob, die hem heeft overtuigd om Rubicon Artist aan de setlist toe te voegen. Volgens hem is dit misschien wel het moeilijkste nummer om te spelen, omdat het uitpuilt van de lastige noten. Desondanks weet de band ook dit stuk overtuigend neer te zetten.

Intervals kiest ervoor geen traditionele toegift te spelen en vervolgt simpelweg de set tot aan het einde. De avond sluit af met Circuit Bender en String Theory. Marshall en zijn begeleidingsband bewijzen zich vanavond als ware musici die laten zien dat technische prog geen zang nodig heeft om te blijven boeien.
Foto’s: Paul Verhagen