De tijd dat Jordan Rudess (van 4 november 1956) met haar tot ver over de schouders en zonder tovenaars sik rondliep, ligt al ruim achter ons. Maar sinds die tijd, we hebben het over 1993, brengt de man naast zijn betrokkenheid bij Dream Theater en tal van andere projecten regelmatig albums uit onder zijn eigen naam.

Wired For Madness is, wanneer ik goed geteld heb, inmiddels zijn zestiende album. Een album waaraan tal van Rudess’ vrienden hun bijdrage hebben geleverd. Zoals drummers Marco Minnemann en Rod Morgenstein, Dream Theater frontman James LaBrie, gitaristen Vinnie Moore, Guthrie Govan, Joe Bonamassa en John Petrucci. Maar ondanks deze indrukwekkende line up gaat Wired For Madness wat mij betreft niet de boeken in als een hoogvlieger.

Het hoogtepunt van het album ligt gelijk al aan het begin met het uit twee delen bestaande titelnummer Wired For Madness. Op de eerste negen van de totaal twaalf minuten die Part 1 duurt horen we een Jordan Rudess zoals we die kennen van Dream Theater en Liquid Tension Experiment. Wervelend toetsen extravaganza, stevig gitaarwerk en een reeks aan tempowisselingen met als kers rond de acht minuten een fenomenale gitaarsolo van ik gok Vinnie Moore (de info van wie op welk nummer speelt ontbrak helaas). Het deed me zelfs grijpen naar de albums van LTE die ik al lang niet meer beluisterd had. Na een minuut of tien volgt er een korte overgang met klassiek pianospel. Vervolgens begint Rudess met zingen en kantelt het nummer 180 graden in een sfeer van Alan Parsons Project. Niets ten nadele van Alan Parsons, maar deze abrupte overgang naar gladde prog-pop viel koud op mijn dak.

Op Wired For Madness Part 2 ontwaart zich het ‘euvel’ dat Rudess kennelijk niet in staat blijkt te kiezen tussen vlees, vis of vegetarisch…. Natuurlijk, hij is een virtuoos muzikant en staat ook zijn mannetje wanneer het om componeren gaat. Zelf zegt Rudess dat hij zich heeft laten inspireren door Richard Devine, Aphex Twin en klassieke muziek zoals Nocturne van Chopin. Maar het lijkt erop alsof hij al deze invloeden op een grote hoop flikkert. Neem alleen al de orkestrale stukken. Waarom geen orkest van vlees en bloed ingehuurd en alles uit zijn elektronische tovermachine geperst? Verder ademt Part 2 de sfeer van ‘kijk eens wat ik allemaal kan en zelfs met losse handen’, daarbij het oog voor de compositie volledig verliezend. Dit deel klokt 22 minuten. Ruim de helft te lang. Maar waarom ontkom ik niet aan de indruk dat hij er liever een half uur van had gemaakt?

Zingen blijkt ook niet aan Rudess zelf besteed. De zang halverwege Part 2 is ook illustratief voor de bedenkelijke kwaliteit. We horen een zangeres, waarvan de naam ook nergens wordt vermeld (kennelijk is haar naam niet bekend genoeg…), die met haar stem zo ver de hoogte in gaat dat ik mij afvroeg of ze ooit nog op aarde zou terugkeren. Nadat ze uiteindelijk toch weer landde en haar keeltje sluit kabbelt het nummer voort naar het einde waar we plots ook nog een inspiratieloze James LaBrie voorbij horen komen. Als je dan toch vrienden uitnodigt, geef ze dan inspiratie en meer dan drie regels tekst. Na de totaal bijna 35 minuten die de beide delen totaal duren bleef ik niet alleen verbijsterd maar vooral teleurgesteld achter. En ik had nog zes nummers te gaan.

Die nummers klokken gelukkig tussen de vier en zes minuten. Te beginnen met het wederom Alan Parsons Project-achtige en ronduit saaie Off The Ground. Drop Twist is een geinig  instrumentaal nummer en wordt gedomineerd door het toetsenwerk en tal van elektronische snufjes. Op Perpetual Shine wordt deze lijn doorgetrokken en tevens het ‘fingerboard’ van stal gehaald. Op Just Can’t Win is een gastrol weggelegd voor Joe Bonamassa. Het spreekt dan ook voor zich dat we een echte bluesrocker voor de trommelvliezen krijgen. Want anders huur je deze gigant niet in natuurlijk. Op het kalme Just For Today keert de gezapige Alan Parsons Project sfeer weer terug. Met het karakterloze Why I Dream gaat het album, ondanks de best wel lekkere jazzy piano solo halverwege, als een nachtkaars uit.

Met deze recensie wil ik vooral diegenen waarschuwen die van plan zijn dit album ‘blind’ aan te schaffen. Ga niet alleen af op mijn kritische relaas, maar ga het album of stukken daarvan eerst zelf beluisteren. Menigeen wordt verleid en aangetrokken door de grote namen die hun (vaak geringe) bijdragen hebben geleverd. Het feit dat Jordan Rudess deze namen kennelijk nodig heeft zegt al genoeg….