
Karcius is een band uit Montreal die met Black Soul Sickness inmiddels het zevende album aflevert. Het is tevens de finale van de trilogie die met The Fold (2018) en Grey White Silver Yellow & Gold (2022) al tot successen heeft geleid in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Canada. Met dit album wordt het tijd dat de band ook in Nederland (de Benelux) voet aan de grond zet.
Het album is een introspectieve reis die verlies, obsessie en wedergeboorte onderzoekt. Deze reis start met Wallow dat met ruim dertien minuten een gewaagde stap is om een album te beginnen, maar binnen het progressieve genre is het misschien ook wel een mooie stap. De eerste twee minuten zijn gereserveerd voor het gitaarspel van Simon L’Espérance die de puurheid van de muziek meteen etaleert. De zang van bassist/zanger Sylvain Auclair valt op een goed moment in en hij weet zijn stemgeluid mooi aan te passen aan de intensiteit van de muziek. Het is mooi en innemend en doet denken aan een band als Venice, maar als een kameleon schikt hij zich. De krachtige impuls laat horen waarom Karcius een plaats verdient in het progressieve genre. Gaandeweg wordt er mooi gespeeld met de kracht in de melodie en continu wordt je uitgedaagd om op het puntje van je stoel aandachtig te blijven luisteren. Na een krachtige impuls wordt er een mooie muziekmuur opgebouwd waarin drummer Thomas Brodeur en toetsenist Sébastien Cloutier eveneens hun kunsten tonen. Na bijna tien minuten is er dan een fijne wending waarin progressieve elementen de boventoon gaan voeren en Sébastien een fraaie keysolo ten gehoren brengt. Van daaruit werkt het naar een meer loungekarakter om met een sterk slotoffensief Wallow af te sluiten.
Met Out Of Nothing krijgt het verhaal zijn vervolg op een toegankelijke manier. Het ritme is fijn en halverwege weet een fraaie groove de aandacht op te eisen. De ritmesectie zorgt zeker halverwege voor de katalysator waarop het geheel rust. Met Darkest Heir wordt de befaamde muziekmuur weer opgetrokken en is de zang van Sylvain erg sterk te noemen. Het gevoel doet een beetje denken aan David Draiman. Krachtig met een licht hees karakter weet hij gevoel op te roepen.
Vanuit die krachtige impuls zoekt Karcius de rust meer op in Slow Down Son; een compositie die bij Bjorn Riis niet zou misstaan. Het is een rustpunt, een moment van reflectie voordat Rise inzet. Aanvankelijk gaat Rise rustig van start, maar dan worden de sluizen rustig aan open gezet. Het viertal fungeert hierbij als een goed geoliede machine.
Gezien vanuit het introspectieve karakter word je gegrepen door het meer ingetogen spel in Awakening The Spirit en Dusting My Coat. In Awaking The Spirit is het het drumritme wat de aandacht vraagt. Langzaam krijgt de compositie meer body; ondertussen blijft de band spelen met ritmes en wordt er halverwege krachtig ingezet. Er is veel ruimte voor de muziekstukken en die ruimte wordt goed benut. Dusting My Coat is ook weer meer ingetogen en ook hier speelt de drum een prominente rol tot het hek van de dam is na twee minuten. De compositie bouwt zich enorm goed op en hoewel de compositie vrij kort is, is het zeker een strakke afsluiter van een dijk van een album.
Langzamerhand wordt het ook druk bij de kandidaten voor mijn jaarlijst van 2026.