Binnen het genre progressieve rock kent ons land tal van zogenaamde eenmans projecten. Een van deze projecten is Medea van gitarist/toetsenist Henry Meeuws. Meeuws is een ervaren rot en draait al wat jaartjes mee in de scene. Zo kennen we hem onder meer als bandlid van Casual Silence. Met hulp van tal van (muzikale) vrienden bracht hij in 2002 zijn eerste album Individual Unique uit. In 2006 volgde Room XVII (2006) en in 2017 Northern Light. Het zijn allemaal ‘rockopera’s’. A Fate Symphony is zijn vierde album met wederom het beproefde concept.

Net als voorgaande producties kenmerkt A Fate Symphony zich door melodieuze prog met een sterk symfonisch karakter. Zo nu en dan hoor je Henry Meeuws’ voorliefde voor Dream Theater met enkele metal uitspattingen. Vanwege de opzet en de variëteit aan vocalisten ligt een referentie met Ayreon ook voor de hand.

Inspiratie voor dit album putte Meeuws gedurende het schrijf- en opnameproces uit voorganger Northern Light. Voor hij het wist was hij bezig een heel nieuw concept in elkaar te zetten en demo materiaal op te nemen. Ook zijn nieuwe baan was een bron van inspiratie voor het concept van A Fate Symfony. Als verpleegkundig coördinator bij EMU (Epilepsy Monitoring Unit) kwam hij in aanraking met boeiende thema’s die inspirerend werkten. Zo ontstond een link tussen het thema epilepsie en de vaderlandse geschiedenis.

Gitaar en toetsen neemt Henry Meeuws zelf voor rekening. Verder horen we Igor Koopmans (drums), Frank de Groot (basgitaar) en Iris Gilsing (klarinet). Ook werken aan deze rockopera weer tal van zangers en zangeressen mee waaronder Bart Schwertmann (Kayak), John Jaycee Cuijpers (Ayreon, Praying Mantis), Bas Dolmans (Xystus), Ernst Le Cocq (Casual Silence), Jo de Boeck (Beyond The Labyrinth) en Joss Mennen (Zinatra, Mennen).

Het album heeft een speelduur van ruim een uur, verdeeld over tien nummers. De nummers vloeien deels in elkaar over. Hoogtepunten zijn er genoeg, te beginnen met het openingsnummer Seizures. Hier wordt in de ruim twee minuten klokkende intro door Henry Meeuws zelf vlot gespeeld op toetsen en gitaar. Wanneer de wat rauw klinkende zang bijvalt ontspint zich een nummer wat balanceert tussen puntige rock en AOR. Met name het refrein doet sterk denken aan Ayreon. Het aansluitende Traces Of A Fate Symphony is rustiger van aard en kent door fluitspel folky elementen. Na enkele minuten wordt de sfeer intenser en verandert het nummer in een powerballad.

Regression heeft een mooie intro op piano en kent sterke licht theatrale zang waarmee het recht doet aan de rockopera wat A Fate Symphony is. De rockopera sfeer wordt verhoogd in Chest Without Books met afwisselende vocalen. Het nummer heeft veel tekst maar heeft enkele leuke instrumentale intermezzo’s op (akoestische) gitaar, toetsen en fluit. Vreemde eend in de bijt is het relatief korte instrumentale Hungarian Dance, waar de titel voor zichzelf spreekt. Nova Zembla (Third Time’s A Charm) heeft een mooie opbouw en afwisseling en doet wederom denken aan het werk van Ayreon. Murderer or Martyr is met krap tien minuten de apotheose en ‘grand finale’ van het album. Zowel vocaal als instrumentaal wordt alles nog eens uit de kast gehaald in deze mini prog-epic.

Dit vierde album van Medea bevestigd de groei die vooral Henry Meeuws als mens en muzikant en componist heeft doorgemaakt. Hij heeft wellicht niet de financiële en geluidstechnische mogelijkheden van pakweg Ayreon. Dat kan je ook horen. Bovenal is A Fate Symphony een zeer sympathiek album wat veel liefhebbers van progressieve rock zal aanspreken.