Het is inmiddels alweer enkele jaren geleden dat ik voor het laatst de Muziekgieterij in Maastricht bezocht, maar vanavond ben ik eindelijk terug. Dit weekend vormt namelijk het slot van de eerste Europese headlinertour van Night Verses in lange tijd. Morgen speelt de band nog in Utrecht, waarna de heren terugvliegen om te werken aan het vierde album. Het instrumentale trio krijgt vanavond versterking van Dvne.

Het uit Schotland afkomstige kwintet weet op bijzondere wijze progressieve sludge te verweven met post-metal en doet daarmee denken aan een kruising tussen Mastodon en Cult of Luna. Die vergelijking gaat niet alleen op vanwege het geluid, maar ook omdat alle drie deze groepen werken met drie verschillende zangers.
De setlist van vanavond bestaat uitsluitend uit stukken van de laatste twee albums, waarbij vooral het vorig jaar verschenen Voidkind de nadruk krijgt. De muziek is rijk aan afwisseling en beweegt zich voortdurend tussen verfijnde progressieve passages en krachtige uitbarstingen van post-metal. De zang sluit daar naadloos bij aan, want zowel de heldere als de rauwere vocalen vullen de bescheiden gevulde kleine zaal met overtuiging.
De inventieve drumpartijen van Tait vloeien samen met de massieve instrumentaties, terwijl de toetsen extra gelaagdheid toevoegen. Waar Dvne op plaat soms ingetogen en kalm klinkt, is dat vanavond nauwelijks te horen. De Schotten, met een verdwaalde Fransman als frontman, kiezen nadrukkelijk voor het hardere repertoire. De tien minuten durende afsluiter Cobalt Sun Necropolis vormt een episch hoogtepunt waarin alle facetten van hun muzikale landschap naar voren komen. Daarmee bewijst Dvne zich een waardig voorprogramma, dat uitstekend aansluit bij de sfeer en intensiteit van het hoofdprogramma.
Night Verses begon zijn bestaan als progressief viertal met Douglas Robinson als vocalist. Na zijn vertrek in 2017 besloten de drie overgebleven leden zich volledig toe te leggen op instrumentale muziek. Het resultaat verscheen in 2018 onder de noemer From The Gallery Of Sleep en kreeg vorig jaar eindelijk een vervolg met Every Sound Has A Color In The Valley Of Night. Dit werk haalt zijn inspiratie uit progressieve structuren, shoegaze en spacerock.
Het Amerikaanse ensemble opent vandaag met Arrival, afkomstig van het nieuwe album, waarin direct de etherische gitaarlijnen van Nick DePirro opvallen. Helaas verdwijnen bas en gitaar vaak naar de achtergrond door het overweldigende drumgeluid van Aric Improta, waardoor ook opvolgers Trading Shadows en Vice Wave minder tot hun recht komen.
Vanaf het onder luid applaus aangekondigde 8 Gates of Pleasure klinkt de band in volle glorie en wordt de pulserende bas van Reilly Herrera hoorbaar in het geheel. Night Verses toont zich veelzijdig. Met Åska en Rose Wire overheerst het dromerige shoegazekarakter, terwijl Karma Wheel en Bound to You juist het metalelement benadrukken. Vooral de polyritmische drumpartijen zijn een waar genot om te volgen. Daarnaast schakelt Improta moeiteloos van subtiel cimbalwerk naar razendsnelle blastbeats. Vanavond treedt hij op als de ware showman, die regelmatig bovenop zijn drumstel klimt en het publiek opzweept.
Herrera daarentegen is de ingetogen frontman, die het publiek dankbaar toespreekt en af en toe een nummer inleidt. Halverwege kondigt hij aan iets nieuws te willen uitproberen, waarna een bijna spiritueel epos volgt, vermoedelijk een voorproefje van het aankomende album. Als dit stuk de toon zet, dan lijkt ook de nieuwe plaat hoge ogen te gaan gooien binnen de progressieve scene.
Tijdens Love in a Liminal Space staan de schijnwerpers gericht op DePirro, die zich niet alleen beperkt tot complexe noten, maar ook uitgebreid soleert. De reguliere set eindigt met het stevige Copper Wasp, waarin opnieuw de aandacht naar Improta gaat. Toch keren de muzikanten nog terug voor een toegift. Herrera vraagt het publiek of ze een korte of een lange afsluiter willen en de keuze valt unaniem op de lange variant. Daarmee wordt de avond afgesloten met het epische Phoenix V Invocation.
Night Verses en Dvne bewijzen vanavond dat populariteit en kwaliteit niet noodzakelijk samengaan. Waar generieke bands als Architects probleemloos volle zalen trekken, weten deze virtuozen slechts een half gevulde Muziekgieterij te bekoren. Voor de aanwezigen stond de avond echter in het teken van muzikale klasse op het hoogste niveau.