Poppodium 013 in Tilburg borduurt voort op de koers die eind vorig jaar werd ingezet, want ook in 2026 staat het zogenoemde core season nog steeds centraal. Ditmaal prijken drie bands van aanzien op het programma en een uitverkochte mainstage is dan ook allesbehalve verrassend. Het Russische Slaughter To Prevail is vandaag het hoofdprogramma, terwijl deathcoregrondleggers Suicide Silence en deathmetaltitanen Dying Fetus het eerste deel van de avond mogen verzorgen.

Om 19.30 uur is het de beurt aan Suicide Silence om de inmiddels goedgevulde zaal te vullen met hun karakteristieke deathcoregeluid. Eind vorig jaar kondigde oprichter Chris Garza aan tijdelijk een stap terug te doen om zich op andere zaken te richten. In Ian Waye (Soreption) heeft de band echter een meer dan waardige vervanger gevonden, waardoor Suicide Silence vanavond gewoon als vijftal aantreedt.

De iconen krijgen slechts een half uur speeltijd toebedeeld en benutten die vooral met ouder werk, waarmee de Amerikanen hun reputatie hebben opgebouwd Al meer dan tien jaar is Eddie Hermida de vervangende vocalist, sinds het overlijden van Mitch Lucker. Aanvankelijk lijkt hij zijn stem te sparen door delen van de vocalen meer gesproken te brengen. Gelukkig krijgt de imposante zanger veel bijval van het publiek tijdens klassiekers als Unanswered en Wake Up.

Fuck Everything wordt door de zanger aangekondigd als een ode aan iedereen die een hekel heeft aan zijn baas of leraar, waarna ook hier luidkeels wordt meegezongen door de aanwezigen. Love Me To Death is vanavond het enige nummer uit het Hermida-tijdperk en vanaf dat moment komt de band pas echt op stoom. Het geluid staat uitstekend, de interactie met het publiek is intens en de uitvoering overtuigend.

Suicide Silence heeft naar eigen zeggen veel inspiratie gehaald uit het werk van Dying Fetus en dat is op nummers als Disengage duidelijk hoorbaar. De snelheid en intensiteit van de riffs en drums zouden zo uit het repertoire van hun Amerikaanse collega’s kunnen stammen. Met publieksfavorieten You Only Live Once en No Pity For A Coward wordt de set afgesloten. Suicide Silence laat een sterke indruk achter en weet vooral in het laatste deel te imponeren.

Ook Dying Fetus moet genoegen nemen met slechts dertig minuten speeltijd, ondanks dat het speelschema drie kwartier vermeldt. Het trio onder leiding van John Gallagher opent daarom direct met één van hun grootste nummers, In The Trenches. Het publiek reageert onmiddellijk enthousiast en het duurt dan ook niet lang voor de eerste pit een feit is.

Vanaf opvolger Unbridled Fury weten ook de crowdsurfers hun weg naar voren te vinden. Dying Fetus speelt met uiterste precisie en wisselt razendsnelle grindcorepassages af met technisch hoogstaande instrumentatie. Met name drummer Trey Williams maakt grote indruk met ongeëvenaarde snelheden en creatief spel. In de zaal zijn opvallend veel shirts van de band te zien, vaak met titels als Subjected To A Beating of Wrong One To Fuck With. Alleen dat laatste nummer wordt daadwerkelijk live gespeeld, maar wel met overtuiging.

Met Into The Cesspool krijgen we het nieuwste werk van de band, terwijl het oudere Grotesque Impalement de bijzondere wisselwerking laat horen tussen de krijsende vocalen van bassist Sean en de lage, diepe grunt van gitarist John. Praise the Lord (Opium of the Masses) vormt deze avond het slotstuk alvorens het doek veel te vroeg valt. Dying Fetus stelt nooit teleur en dat is vanavond niet anders.

De afsluitende positie is weggelegd voor Slaughter To Prevail en gezien de drukte en de overvloed aan shirts blijkt die keuze meer dan terecht. De band bestaat ruim tien jaar en bracht in die periode drie langspelers en een EP uit. De doorbraak naar commercieel succes kwam echter pas met het in 2019 verschenen Kostolom, terwijl Grizzly deze groei verder versterkte. Geen wonder dat alle nummers op deze twee albums zijn terug te vinden.

De band rondom oprichters Aleksandr Shikolai (beter bekend als Alex Terrible) en Jack Simmons opent vandaag met het oudere Bonebreaker. Vooral de grootschalige productie springt in het oog, met twee podiumverhogingen en een uitgebreide vuur- en rookinstallatie. Het gemaskerde vijftal (viertal zodra de zanger zijn masker afzet) is vanaf de eerste seconde voortdurend in beweging en presenteert een strakke en goed gecoördineerde show.

Met name de vocale beheersing van de frontman is indrukwekkend en vormt een belangrijke verklaring voor de populariteit van de band. Hoewel hij vooral bekend staat om zijn lage uithalen, toont hij zich ook bedreven in hoge screams. Tijdens Russian Grizzly In America bespeuren we enige vorm van schone zang en zelfs invloeden uit de metalcore. Deze toegankelijkere benadering vergroot de aantrekkingskracht op een breder publiek en behoort tot de sterkere momenten van de avond.

De meer traditionele insteek binnen het deathcoregenre zorgt er echter ook voor dat de band soms in herhaling valt. Zo raak ik in het middenstuk een beetje de draad kwijt door de repetitieve riffs en tal van breakdowns. Vanaf Bratva keert de scherpte terug, mede dankzij de grootste wall of death van de avond.
Een kritische noot is er bij de drumsolo, die bijzonder gevoelloos overkomt en weinig muzikale meerwaarde biedt. Groove en polyritmiek ontbreken, waardoor de solo vooral aanvoelt als een opeenstapeling van blastbeats en willekeurig getrommel. Met Baba Yaga en Kid Of Darkness herpakt de band zich echter en trakteert zij het publiek op twee van haar grootste hits.

De afsluiter van de reguliere set betreft vanavond Behelit, maar voorafgaand wil de frontman een toespraak houden. Hij erkent fouten uit het verleden, maar benadrukt al geruime tijd open te staan voor verandering en zelfverbetering. De woorden klinken oprecht en onderstrepen dat de band zichzelf serieuzer dan ooit neemt. Dat moet ook wel met de groei die deze vijfmansformatie heeft doorgemaakt.

De toegift bestaat uit slechts één nummer, namelijk Demolisher. Slaughter To Prevail maakt zijn headlinerstatus waar en laat zien waarom zij tevens geboekt zijn als headliner van onder meer Dynamo Metalfest en Alcatraz.
Foto’s: Dian van den Heuvel