The End Of The Ocean heeft het zichzelf niet makkelijk gemaakt. In 2011 brak deze Amerikaanse instrumentale postrockband zowat wereldwijd door met het debuut Pacific-Atlantic om daarna al snel in de vergetelheid te verdwijnen. Er gebeurde blijkbaar te veel in de persoonlijke levens van de bandleden om nog als band te kunnen functioneren. Daarom ging de stekker er even uit.

Even duurde tot ergens vorig jaar. De band kwam opnieuw bij elkaar en nam zijn tweede album op. Op deze –aire bouwt The End Of The Ocean gewoon door op de fundering van Pacific-Atlantic en voegt de band nog meer prog-elementen toe aan het recept. De emoties die de instrumentale tracks willen oproepen komen over het hele album genomen misschien iets minder uit de verf deze keer. Het lijkt op muggenziften, maar tracks als Bravado en Jubilant zijn toch eerder instrumentale rock dan postrock. Deels omdat we als luisteraar postrock veel meer associëren met melancholie en verdriet dan met vrolijkheid. En vrolijk is Jubilant onmiskenbaar.  Die vrolijkheid maakt het nog geen slecht nummer, lang niet.

Andere tracks hebben dan niet dat volbloed-vrolijke, maar wel iets helend, iets dat kracht en hoop geeft. Emoties die in rock, postrock en zeker in metal nog te weinig aan bod komen. The End Of The Ocean overstijgt daarbij het al te eenvoudige van de zen-clichés. Al heeft Homesick dan weer wel een heel clichématige meditatie-intro. De band voegt eerst voorzichtig een paar laagjes toe om dan met een diepe bas en dikke gitaarlijnen de track te laten kantelen voor de geduldige luisteraar. Een beetje zoals verdriet en – inderdaad – heimwee onderhuids kan zitten broeden en dan plots de overhand neemt.  Maar geduld moet je wel hebben bij The End Of The Ocean. Deze band doet niet aan compact of direct, maar eerder aan geduldig wachten en het belonen van geduld. Het echte goud (power, knappe gitaarsolo’s, bulderende drums, …) krijg je doorgaans pas helemaal op het einde van de track.