De Engelse band The Gift ontstond in 2003 toen Mike Morton (componist, zanger en multi-instrumentalist) ging samenwerken met gitarist, schrijver en producer Leroy James. Het debuutalbum, Awake And Dreaming, werd in 2006 uitgebracht (in 2016 opnieuw uitgebracht door Bad Elephant Music). Dat album leverde destijds goede recensies op. Ook ondergetekende was enthousiast over dit fraaie progrock album. Vervolgens bleef het lang stil. Totdat in 2014 de stilte werd verbroken met Land of Shadows.

Na een aantal wijzigingen in de bezetting volgde in 2016 het album Why The Sea Is Salt. Dat leverde uitnodigingen op voor een aantal festivals. Het voorliggende Antenna is album nummer drie en kent de volgende bezetting: Mike Morton (zang), David Lloyd (gitaar, achtergrondzang), Leroy James (gitaar, harmonica, achtergrondzang), Stefan Dickers (basgitaar), Gabriele Baldocci (toetsen) en Neil Hayman (drums, percussie).

De invloeden van The Gift zijn legio…… Wat heet! Ik citeer voor het gemak de biografie van de band: Pink Floyd, Genesis, Yes, David Gilmour, Roger Waters, Porcupine Tree, King Crimson, Tangerine Dream, Rush en Dream Theater. Maar ook Led Zeppelin, Black Sabbath, Thin Lizzy, The Who, Beatles, Massive Attack, U2, Sex Pistols en Prince. Maar neem dit met een korrel zout. Of nee, een heel vaatje.

Wellicht en best wel begrijpelijk ingegeven door commerciële motieven hebben de progressieve invloeden plaatsgemaakt voor mainstream rock met zo hier en daar een vleugje (symfonische) prog. Antenna kent dan ook meer dan één gezicht. Het ene gezicht toont het album op de eerste drie nummers We Are Connected, Changeling en Back To Eden. Het zijn goed in het gehoor liggende eenvoudige rockers, waarbij het kleine tien minuten klokkende Changeling vanwege wat tempowisselingen de meeste prog invloeden kent. Op Long Time Dead dient zich voorzichtig het tweede gezicht aan. Een bluesy intro met wat harmonica gaat over in een midtempo rocker met blues invloeden. Het refrein is op zijn zachtst gezegd goedkoop en liet mijn gedachten afdwalen naar betere tijden.

De overgang naar weer een ander gezicht vindt plaats op Snowfall. Een zouteloze winter ballad, die weliswaar door Morton mooi gezongen wordt, maar medio juni koud op mijn dak viel. Daarna zet het verval helaas door met het saaie Far Stranger. Het navolgende Hand In Hand is een eenvoudig instrumentaaltje op akoestische gitaar. Mooi gespeeld maar absoluut niet mijn kopje thee. Wild Roses is wederom een weinig opzienbarende straight rocker in de categorie dertien in een dozijn. When You Are Old wordt pastoraal gezongen en daardoor een tranentrekkende semi-ballad. Het album besluit met het ruim negen minuten durende Closer. In tegenstelling tot het voorgaande kan deze mijn toets der kritiek beter doorstaan. Dat komt vooral door de puike toetsen- en gitaarsolo’s die de proggy twist doen terugkeren. En me daardoor doen terugdenken aan het debuutalbum.

Dit schijfje van The Gift is mij niet meegevallen (een positieve formulering van tegengevallen). De groep heeft weloverwogen gekozen voor een muzikale koerswijziging. Tegelijk wordt vastgehouden aan het verleden. Deze spagaat komt hier krampachtig over en pakt voor mij niet goed uit. Voor het vierde album staat The Gift voor een écht rigoureuze keuze: vlees of vis.