Fantasycore is een genre wat voor mij vrij onbekend is. Toch blijkt het zestal The Wise Man’s Fear uit Indiana al twee albums (Castle In The Coulds en Lost City) op de naam hebben staan. Eind mei lanceerde de band het derde album Valley Of Kings en het eerste via SharpTone Records. Gaandeweg het album blijkt het genre fantasycore een mix te zijn van metal- en deathcore waarbij Journey Of The Centre Of The Earth en The Lord Of The Rings niet ver weg zijn.

Voeg ik daar zelf nog even The Beauty And The Beast aan toe, want het zangersduo Joseph Sammuel en Tyler Eads zorgt in hun samenzang voor een flink contrast. Aan de ene kant is er de heldere en jeugdige zang (The Beauty) terwijl er aan de andere kant hevig wordt ingebeukt op het geheel met dikke zware grunts (en screams)(The Beast). Een samenspel dat uitstekend past en daarbij zorgt voor een mooi contrast in het algemene geluid van de band. En dat allemaal gestoeld op fraaie melodieën en sterke grooves om alles te ondersteunen.

Deze blauwdruk is goed aanwezig op het album. In de eerste single The Relics Of Nihlux, het van/in ritme wisselende Breath Of The Wild, The Forest Of Illusions of Tree Of Life waarin ergens heel subtiel in de grunts ineens een fluit wat mee komt spelen. Alsof de fluitist van Eluveitië even verdwaald leek te zijn. Overeenkomstig zijn het allemaal composities die sowieso heel toegankelijk in het gehoor liggen met als uitschieter misschien wel What Went Wrong. Ik kan me zo goed voorstellen dat jeugdige muziekliefhebbers die niet zich niet zozeer metalfan noemen, toch wel gecharmeerd zouden kunnen zijn van What Went Wrong. Zeker wanneer de metalcoreballad The River And The Rock eraan toegevoegd wordt. Een soort 5 Seconds Of Summer in metalstijl. En zo eindigt het album ook met het titelnummer Valley Of Kings. Het bevat straffe, toch wat onorthodoxe ritmes en TWMF zet er flink het tempo in. Alles bij elkaar klinkt het fris met genoeg kracht in de achtergrond en ijle zang en orkestrale klanken aan het eind.

Maar Valley Of Kings is wel meer dan deze aantrekkelijke composities die een breder publiek aan spreken. Er is ook een dikke, zware, brute kant op het album die de death-/metalcoreliefhebbers  zeer zeker kunnen waarderen. Dat start met The Cave. In een aanstekelijke melodie wordt er bruut ingezet met diepe grunts waarbij gothic-elementen niet worden geschuwd. The Cave heeft een sterke groove. Vanuit een rustpunt wordt de spanning weer danig opgebouwd om via een breakdown weer los te gaan. In Sands Of Time en The Door To Nowheree gaan we nog een stapje verder. De gothic-elementen hebben plaats mogen maken voor wat djentachtige ingrediënten. In deze composities staan de grunts centraal hoewel de refreinen luchtig en bevrijdend door de clean vocals worden ingevuld. Hier wordt zwaar geschut ingezet, maar de slag lijkt pas gewonnen te zijn bij Firefall. Dit is met kop en schouders de meest brute compositie die ik dit jaar heb mogen horen. Aanbevolen wordt om dit ook niet op een eerste verdieping te draaien omdat het zo diep gaat dat je uiteindelijk in een kelder zou belanden. Hier overheerst de grunt niet. Firefall ademt grunt en vraagt met de nodige tempowisselingen voldoende aandacht. Eenmaal warmgelopen zet TWMF een megabreakdown in die de aanzet is tot een megalangzaam gitaargeluid en een echodiepe putgeluid met tekst. Van daaruit wordt er flink gerifft, gegrooved met een djentkarakter en een deathcore-etiket. Firefall zou in z’n eentje dit album al geslaagd doen klinken.

Het is toch het algemene geluid waarin grunts, heldere clean  vocals en aanstekelijke melodieën naar voren komen waardoor Valley Of Kings aanspreekt. Ik heb de eerste twee albums gemist, maar dit album laat ik nog wel vaker de revue passeren.