Na zes lange jaren kunnen fans van de Engelse Progrock formatie Arena opgelucht ademhalen. Het nieuwe album The seventh degree of separation is eindelijk daar. De vraag is dan natuurlijk of dit album het lange wachten waard is? Nou, ik dacht het wel.

Er is in die zes jaar wel het een en ander veranderd. De grootste verandering is dat zanger Rob Sowden er niet meer bij is en is vervangen door Paul Manzi. Dit heeft echter geen invloed gehad op de sound en kwaliteit van de band. Het enige verschil is dat de stem van Manzi iets minder karakterestiek is dan die van Sowden die toch een heel eigen geluid had. Maar met Manzi in de gelederen is de kans groot dat Arena door een breder publiek zal worden aangesproken omdat het geheel wat toegankelijker klinkt.

Maar verder blijft alles (gelukkig) bij het oude. De kwaliteit druipt er zoals altijd vanaf en de sound is om door een ringetje te halen. Mick Pointer (drums), Clive Nolan (keyboards) en John Mitchell (gitaar) zijn nog altijd de drijvende krachten van Arena. Omdat dit album voor Arena begrippen vrij stevig is uitgevallen kan Mitchell zich flink uitleven met stevige riffs en mooie solo’s. Voeg daarbij de uitstekende zang van Manzi toe en je hebt een prima plaat.

Dat het een conceptalbum is doet er verder niet zo toe. Maar dat is persoonlijk natuurlijk. Het gaat uiteindelijk toch om de muziek. En dat zit met geweldige nummers als Rapture, One last au revoir, Close your eyes, What if? en Trebuchet wel goed. De laatste twee nummers Catching the bullet en The tinder box zijn misschien wel de hoogtepunten van het album waardoor The seventh degree of separation op indrukwekkende wijze ten einde komt.

Het hoge niveau van Arena klassiekers als The visitor, Immortal en Pepper’s ghost haalt dit nieuwe album weliswaar net niet, toch zullen alle Arena fans blij zijn met dit album en hebben de progressieve rockfans er weer een prachtige plaat bij.