cover black stone cherry kentuckyHet Amerikaanse gezelschap timmert alweer tien jaar aan de weg. En niet zonder succes. Sinds de band eigenlijk in 2008 goed en wel doorbrak met het album Folklore And Superstition is de groep fans eigenlijk alleen maar groeiende geweest. Het vijfde album Kentucky is vernoemd naar de staat waaruit het viertal komt en zet in dertien nummers een karakteristiek geluid neer dat eigenlijk alleen maar door deze band gemaakt kan worden. De jongens zijn mannen geworden en dat is goed te horen aan het geluid.

In de loop van de jaren is dit krachtiger en strakker geworden, terwijl het nog altijd dicht bij stevige rock ligt. Opvallend blijft dat Black Stone Cherry een goed oog heeft voor melodieën. Kort gezegd: voor het maken van liedjes, nummers met een duidelijke kop en staart. Daarbij blijven ze niet in het midden hangen in typische rock (and roll), maar laten ze hun afkomst duidelijk horen in de met southern rock getinte nummers als Shakin’ My Cage of Feelin’ Fuzzy. Terwijl ze in Soul Machine de oude rhythm and blues doen herleven. Voor dit nummer zette de band zelfs een (gospel)zangeres in en een stel blazers om het nummer meer body te geven. Wat altijd standaard in het repertoire naar voren komt is de alles omvattende groove. In het nummer In Our Dreams ligt het er dik bovenop. In deze compositie krijgen zanger/gitarist Chris Robertson en drummer John Fred Young regelmatig even ruimte om met elkaar te sparren in coupletjes terwijl in de stevige refreinen gitarist Ben Wells zijn kunsten mag vertonen. En dat is aan hem zeker besteed en niet alleen in dit nummer. Zijn solo’s sieren menig nummer op het album. Die groove vinden we zeker ook terug in Hangman. Vooral in het intro is het zaak om het volume even flink op te voeren om het rockgeluid over je heen te laten komen. Hangman is een duidelijk voorbeeld van een nummer dat gewoon af is. Evenals de opener The Way Of The Future dat start met een goede zware riff.

In Darkest Secret en de cover War horen we een band die wat steviger in de schoenen gaat staan, terwijl Born To Die meer de mainstreamkant opgaat en elementen van wat country in Cheaper To Drink Alone vermengd zijn met het herkenbare geluid van de band.

Black Stone Cherry zou Black Stone Cherry niet zijn wanneer er niet ook wat balladachtige nummers worden opgevoerd. Het slotoffensief The Rambler is gevoelig, maar halverwege het album weet de band met Long Ride een naar mijn idee nog mooiere powerballad neer te zetten die overloopt van de emotie, maar wel met een krachtige ondertoon.

Kentucky is daarmee het langverwachte album van deze Amerikanen dat niet alleen aan de verwachtingen voldoet, maar zelfs nog meer dan dat. De band klinkt meer volwassen en krachtiger dan ooit, terwijl ze de melodie absoluut niet uit het oog zijn verloren. Fans kunnen dit schijfje blind aanschaffen en liefhebbers van stevige rock doen er goed aan om een exemplaar in huis te halen.