Dillinger-Escape-Plan-One-of-Us-Is-the-Killer

Het mixen van metal en jazz heeft The Dillinger Escape Plan de afgelopen jaren goed gedaan. Laatste album ‘Option Paralysis’ liet ons kennismaken met een meer melodische kant van deze speciale bandDeze kant is nog meer terug te vinden op nieuwste plaat, ‘One Of Us Is The Killer’. Zanger Greg Puciato laat wederom horen hoe bijzonder zijn stembanden zijn. Zijn zang wisselt zoals de beste schizofreen van persoonlijkheid; zonder moeite vliegt hij van de mooiste, zachtste jazz-klanken naar de hardste screams die het genre bieden. Voeg hieraan de demente gitaarpartijen van genie Ben Weinman en de onmenselijke drums van Billy Rymer toe en je hebt uiteraard iets heel buitengewoons. 

Opener Prancer is wat meer standaard Dillinger, als er al zoiets bestaat. Het doet net iets te weinig om ons enthousiast te maken. We zijn nu na vijf albums wel iets gewend en er is iets meer voor nodig om een impact te maken. Gelukkig maken When I Lost My Bet en het jazz-achtige titelnummer dit helemaal goed en hebben we eindelijk het gevoel dat Dillinger ons weer versteld gaat doen staan. De eerste van de twee is Dillinger op hoog tempo en het gaspedaal stevig op de vloer gedrukt; elke tien seconden verschijnt er een nieuwe melodie of een nieuwe gitaarpartij die de nekharen overeind doet staan. Het titelnummer haalt de verstopte jazz-invloeden naar de voorgrond en gebruikt Puciato’s zachte zang tot het uiterste emotionele effect. Het hoogtepunt van het album is Nothing’s Funny, een ritmisch nummer dat melodisch en chaotisch is en meer gemaakt is voor het hart in plaats van het hoofd, iets wat op vorige albums wel eens vergeten werd. Het duistere gevoel van Understanding Decay blijft je dagen achtervolgen en vooral na het gestoorde Paranoia Shields kijk je voortdurend over je schouder, bang dat een seriemoordenaar op het punt staat je te wurgen. The Dillinger Escape Plan speelt muziek die af en toe bands als Meshuggah nogal gewoontjes laat overkomen en het blijft een uitdaging. Maar voor diegenen die aan het Dillinger-avontuur willen beginnen is dit het perfecte toegangspunt. Dit album is zonder twijfel de meest toegankelijke die de heren ooit gemaakt hebben. Muzikanten zullen sowieso respect tonen voor het buitenaardse niveau waarop deze heren hun instrumenten bespelen. Maar nu kan ook je oom meeknikken met de bizarre ritmes die langskomen omdat er meer melodieën aan te pas komen dan op vorige albums. Dillinger heeft hier meer liedjes geschreven, in plaats van schijnbaar eindeloos gekrijs en geram op instrumenten. Cryptische teksten zijn wederom orde van de dag, evenals het gevoel dat zanger Puciato op elk moment uit de speakers kan springen en je aanvliegt. De ritme-sectie van drummer Billy Rymer en bassist Liam Wilson houdt alles bij elkaar en voorkomt dat er niet teveel nummers verdwijnen in een a-ritmische stoelendans. Dit ondanks dat meneer Rymer niet te houden is en naast het ritme proberen te houden ook helemaal losgaat en het lijkt alsof hij drie kwartier lang een epileptische aanval heeft. Af en toe lijkt het zelfs alsof de hele band een mentale instorting heeft en ze door zijn gegaan met opnemen. Hoe ze het ook doen, het is ze weer gelukt. Bepaalde mensen zouden deze band zo snel mogelijk een inrichting aanbevelen, maar de rest van ons gaan in oktober naar de Melkweg om deze band alles te zien vernietigen wat stuk kan gaan.