VWMain3_0060.JPGSoms tref je in een alternatief circuit, met talloze, inwisselbare bandjes, een band aan die net alles even anders doet dan de rest. Vampire Weekend is zo’n geval. Onder leiding van zanger Ezra Koenig draait de indieband uit New York al een aantal maanden mee. Eerder dit jaar stond de band op het festival van DWDD en vanavond mag de Heineken Music Hall de groep opvangen.

Natuurlijk staat de avond in het teken van het nieuwste meesterwerk van de band: ‘Modern Vampires of the City’ genaamd. De plaat heeft een nog experimenteler karakter dan voorgangers ‘Contra’ en debuut ‘Vampire Weekend’, maar breekt geen regels met het traditioneel schrijven van liedjes. De zaal is vanavond grotendeels gevuld, maar er is nog genoeg plek om een dansje te wagen. Het licht wordt gedempt, exact op de tijd van aanvang.

Drie enorme pilaren hangen in Grieks/Romeinse stijl te bungelen aan het plafond. In het midden hangt een ronde spiegel die meer doet denken aan de Barok. Het kwartet betreed het podium. Zonder al te veel te zeggen knalt single ‘Diane Young’ door de grote zaal. Niet veel later volgen ook andere toppers van het nieuwe album, als ‘Step’ en ‘Unbelievers.’ Die liedjes slaan vanavond minstens zo goed aan als het oudere werk. Denk daarnaast aan het zomerse ‘Holiday’, ‘Cape Cod Kwassa Kwassa’ en het dromerige ‘Oxford Comma’, dat live wel degelijk energieker is dan op de plaat. ‘Contra’ lijkt nog weinig inbreng te hebben, totdat al vrij vroeg hitsingle ‘White Sky’ wordt ingezet. De balans tussen ouder werk en het nieuwe is uitstekend. De extreme hoge tonen kan Ezra ook live prima halen. Zijn stem is loepzuiver, uniek en vooral constant.

Spraakzaam is de frontman echter totaal niet. De muziek moet spreken. Het publiek moet stuiteren en dansen, maar dat is haast onvermijdelijk op het hoge tempo van de vrolijke muziek. Hoofden van de honderden aanwezigen stuiten voorzichtig op en neer. Maar Ezra niet gezien. Hij bedankt het publiek heel cliché voor het komen, vraagt een aantal keer hoe Amsterdam zich voelt vanavond en komt gewoon weer terug nadat het band van het podium is gestapt. Gitarist/toetsenist Ratsam Batmanglij verroert zich tevens amper. Alsof er niet gedanst mag worden. Gehuld in een simpel vest en spijkerbroek lijkt hij direct afkomstig uit een Britse achterbuurt. De enige persoon die oprecht lijkt te genieten van een baan als muzikant is bassist Chris Baio. De man ziet er net iets te oud uit voor de rest van het gezelschap, maar danst als John Travolta in zijn jonge jaren. Soepel gaan de heupen heen en weer en telkens huppelt hij rond in een vast patroon. ‘A-Punk’ en de druktemaker ‘Cousins’ moeten voor hem vast een mooie ervaring zijn. Juist bij deze nummers staat ook het publiek achter hem. Afrikaanse percussie, elektronische keyboardtoontjes en een galmende surfrockgitaar. Het zijn maar wat kenmerken die vanavond goed naar voren komen. Als ook de achtergrond (vrij laat) verandert in een bloemenpatroon uit de Barok, dan is er helemaal weinig te snappen van deze mengelmoes aan stijlen.

Al met al slaagt Vampire Weekend om overtuigend te zijn. Interactie met het publiek? Het is een term die de band nog niet begrijpt. Hoewel het optreden behoorlijk binnen de lijntjes is gebleven en het echte enthousiasme moeilijk is te bespeuren, is het de muziek die zich uitspreekt. Geen grootse show, maar vooral een energieke uitvoering van drie geslaagde albums van één van de meest veelzijdige bandjes op deze aardbodem. Ya Hey!