Triggerfinger! Lynyrd Skynyrd! Ry Cooder! Robert Cray! Status Quo! Shakin’ Stevens! Ja, echt ook wel Shakin’ Stevens! Op zijn nieuwe solo-album gaat het met William Souffreau alle richtingen uit. En het mooie is, hij komt er makkelijk mee weg. Meer zelfs, elke track klinkt zo authentiek dat je zou denken dat William Souffreau al die genres gewoon zelf uitgevonden heeft. Dat is overigens niet eens zo ver naast de waarheid. Deze Belg stond met zijn band Irish Coffee in 1972 mee aan de wieg van de eerste Europese generatie hardrock, in de slipstream van Deep Purple, Uriah Heep, Golden Earring en Led Zeppelin. Zoek op YouTube eens ‘Irish Coffee’ en ‘Masterpiece’. Die song staat nog steeds als een huis overeind. Daarna speelde hij in andere bands en ging hij solo. Zo bekend als met Irish Coffee werd hij niet meer, maar hij bleef op tijd en stond muzikale pareltjes afleveren.

 

Voor iemand die de 70 voorbij is en reeds bijna 50 jaar op het podium staat, klinkt zijn nieuwe album Tobacco Fields verrassend modern en fris. Souffreau is geen songschrijver van het kaliber van een Bob Dylan of Neil Young, maar in zijn gewichtsklasse slaat hij geregeld nog een knock-out. De liedjes zijn catchy en de teksten zijn to-the-point. Ouderwets duidelijk en helder van verhaallijn bovendien, maar daarom zeker niet zonder emotie. Hij brengt de nummers ook met zoveel naturel en flair dat je niet anders kan dan meegaan in de verhalen. In die verhalen valt op dat de Belg wel heel vaak achterom kijkt. Naar zijn schooltijd, naar zijn dorp/stad van vroeger, naar zijn vrienden en familie, naar zijn eerste bandje, … Maar zonder zelfmedelijden, wroeging of weemoed en steeds met een knipoog of een glimlach.

 

Ook muzikaal klopt het plaatje van elke song. Souffreau laat zich op Tobacco Fields per song begeleiden door andere muzikanten en dat zijn niet de minsten. Jan Hautekiet (the Scabs, Fay Lovsky, Rick De Leeuw, …), Jean-Marie Aerts (TC Matic), Walter Broes (The Seatsniffers), Steven Janssens (Mauro) en Kloot Per W (The Employees, De Kreuners). Ook de huidige bezetting van het heropgerichte Irish Coffee doet even mee.

 

Dit rockalbum zal je niet van je sokken blazen, maar elk nummer klopt als een bus. Als Souffreau op Take Me Home een beetje naar de southern rock neigt, mag Hautekiet een orgelriedel toevoegen die zo uit een album van Lynyrd Skynyrd, Warren Zevon of Emerson, Lake & Palmer lijkt te komen. Als hij op Schooldays de afslag van de Stray Cats en Shakin’ Stevens neemt, is er een staande bas die loepzuiver maar warm en diep de maat aangeeft. Crazy Old Town doet je bij de eerste seconden denken aan Crosstown Traffic van Jimi Hendrix en zit daarna helemaal juist in zijn psychedelische trip. Op The Blues verwacht je elk moment dat BB King klaarstaat om zijn Lucille nog eens te laten huilen. Dat gebeurt niet en dat niveau halen Souffreau en zijn band niet. Net niet. Maar Tobacco Fields doet wel een gooi naar Olympisch goud.

 

Is het de ervaring van een man van 70 die elk nummer op dit album naar een hoger niveau tilt? Of is het de druk om te presteren die wegvalt en die zo plaats maakt voor het woekeren met talent? De twaalf songs van deze Tobacco Fields vormen samen één van de mooiste hoofdstukken in de loopbaan van een begenadigd artiest. Het is overigens niet uitsluitend een retrotrip, ondanks het vele achteromkijken. Every Story klinkt als de single die Triggerfinger nog moet schrijven en Walking The Dog had zo op het laatste album van de Queens Of The Stone Age kunnen staan.