We staan al bij binnenkomst te stuiteren van de zin in deze avond. Een vierbands-package in 013 voelt sowieso als een kleine traktatie, maar met Nothing More als afsluiter belooft dit een van die shows te worden waar je het de rest van het jaar over blijft hebben. De zaal is nog vrij leeg als we binnenwandelen, maar de opbouw van de line-up zorgt ervoor dat de energie langzaam maar gestaag richting kookpunt wordt geduwd.

Ankor
Wanneer Ankor het podium opkomt, is de vloer nog niet helemaal gevuld — waarschijnlijk staan er nog genoeg mensen in de file. De mix heeft even tijd nodig: de zang staat in de eerste minuten wat zacht, maar herstelt gelukkig snel. De Spaanse band speelt opvallend dansbare metal, en ondanks de vroege spot weten ze de aanwezigen goed mee te trekken.
Bij “Oblivion” benadrukt de band hoe belangrijk dit nummer voor hen is en verbinden ze zich oprecht met het publiek: een bedankje voor iedereen die live muziek blijft steunen. Tegen het einde krijgt “Prisoner” een mooie visuele touch wanneer de band het verzoek doet om lampjes in de lucht te houden. Een subtiel maar warm moment.
Het is een korte, energieke set, idealiter voor een opener: uitnodigend, ontwapenend en oprecht. Nog een shout-out naar een van de gitaristen die echt de show wist te stelen.

Solence
Met Solence wordt de zaal merkbaar drukker — al is er nog steeds genoeg ruimte om een willekeurige danspas te oefenen. De band belooft geen performance, maar een experience, en dat krijgen we ook: de energie knalt er vanaf seconde één in. Het voelt af en toe chaotisch, maar dat is precies de bedoeling: “controlled chaos,” zoals ze zelf zeggen.
De zanger is een geboren entertainer die het publiek moeiteloos mee krijgt. Bij “Where Were You..?” zingen mensen al enthousiast mee en tijdens de eerste breakdown nodigt de band iedereen uit om te dansen, moshen of vooral iets te doen dat energie vrijmaakt. Minder sterk is de snaredrum in de backing track, die soms volledig losstaat van de rest van de sound — een vreemde productiekeuze die wat afleidt.
Na “Blackout” volgt een soort “anger management-oefening”: iedereen moet schreeuwen, wat perfect overloopt in het volgende nummer en zelfs een kleine moshpit ontlokt. Later wordt er een wall of death gevraagd, en hoewel het publiek deze slechts halfslachtig inzet, blijft de sfeer gretig.
Soms voelt Solence wat gimmicky, bijna als de soundtrack van een B-klasse politieserie uit de jaren 90, zeker wanneer de bandleden in hun eigen merch rondlopen. Maar de uitvoering is strak, de energie is aanstekelijk en het publiek gaat er goed op.

Catch Your Breath
Wanneer Catch Your Breath begint met “Savages”, is de zaal eindelijk volgelopen. De band treft echter een pittige uitdaging: na de hyperenergie van Ankor en Solence voelt hun start tam. De zanger heeft bovendien moeite met de hoge noten, iets dat later bij nieuwere nummers zoals “Dark” terugkeert.
De robotvrouwenstem die de nummers aan elkaar praat, geeft de show een soort futuristisch bindmiddel, is een stylistische keuze maar breekt ook telkens een beetje de sfeer. Meezingen en publieksinteractie komen maar sporadisch echt los: zelfs een wall of death bij “Ghost Inside the Shell” krijgt weinig tractie.
Er zijn wél mooie momenten. De ballade “Good in Goodbye” brengt een rustpunt, en bij “Dial Tone” verschijnen vanuit het publiek – op verzoek – talloze telefoontjes met lampjes. In de slotfase leeft het publiek eindelijk op, met drie sterke meezingers inclusief “Shame On Me”, waarvan een deel vanuit de fotopit wordt gezongen. Toch blijft de indruk hangen dat deze band simpelweg wat te veel, te vaak op tour is: de stem van de zanger lijkt die belasting niet meer goed aan te kunnen.

Nothing More
En dan is het tijd. Aan alles voelt het alsof het merendeel van de zaal hier écht voor Nothing More is gekomen. Vanaf de eerste tonen van “House on Sand” staat de sound perfect afgesteld. De lichtman verdient eigenlijk een eigen headline-positie: het lichtontwerp is spectaculair en draagt elke song naar een hoger niveau — iets wat bij concerten vaak onderbelicht blijft (pun intended).
Jonny Hawkins komt direct sterk de show in en communiceert met de crowd alsof hij ze al jaren kent. Er wordt massaal meegezongen, meegezwaaid en gereageerd op ieder gebaar. Dat hij recent nog shows moest annuleren vanwege ziekte, is totaal niet te horen: zijn stem is krachtig, flexibel en indrukwekkend. Ook gitarist en bassist leveren sterke backing vocals.
Bij “Let ’em Burn” ontvlamt de zaal volledig. De eerste échte moshpit van de avond barst los — en het blijft daar niet bij. Hierna volgt het klassieke “left side, right side”-moment, dat overloopt in een muzikaal intermezzo richting “If It Doesn’t Hurt”. Het voelt allemaal soepel, strak en goed doordacht.
Voor “Don’t Stop” gooit iemand snacks het podium op, wat Jonny met humor oppakt — het past perfect bij de losheid van de show. Daarna houden de goed geplande intermezzo’s de energie constant in beweging.

Een mix van emotie en explosie volgt met “FREEFALL”, het instrumentale solo-intermezzo, een heerlijke Nine Inch Nails-cover, publieksfavorieten als “Jenny”, het krachtige “SPIRITS”, het ontroerende “Fade in/Fade out”, en uiteindelijk de absolute banger van “This Is the Time (Ballast)” als afsluiter. Dit besluit een goed afgestemde setlist met diverse nummers en een band die er duidelijk alles voor wil geven om het publiek te vermaken.
Dit vierbands-pakket biedt een groeiende avondcurve die eindigt in een absolute ontlading.
Ankor warmt charmant op, Solence geeft een hyperenergetische, chaotische show, Catch Your Breath worstelt maar kent sterke momenten, en Nothing More toont zich een band die een zaal van begin tot eind kan dirigeren.
We gaan naar buiten met lamme benen, schorre stemmen en één gedachte:
Dit was zo’n avond waarvoor je live muziek blijft bezoeken.
Foto’s door: Evy Wisse
















