Deze Moby Dick is een Italiaanse rock band, die opgericht is in Napels in 1968. In 1973 hebben ze in Londen een elpee opgenomen in dezelfde studio als Led Zeppelin. Dit is niet toevallig geweest; deze band is zwaar geïnspireerd door Led Zeppelin, en dat is ook zeker te horen.

Destijds is er verder echter niets gedaan qua release van dit album. De eerste versie van dit album verscheen pas in 2001 bij het onafhankelijke Italiaanse label Akarna op elpee (plus bonus 7”) en CD. In 2009 heeft Bull’s Eye nog een re-release op CD gebracht en nu is er de nieuwe elpeeversie bij Sommor. Deze elpee bevat alle zeven originele elpee tracks en drie demo bonus tracks die in 2001 op het 7” singeltje stonden. De zeven albumtracks zijn allen in het Engels, de bonus demo’s in het Italiaans gezongen.
Opener Two Timing Girl heeft heel veel typische Led Zeppelin accenten qua timing en staccato ritme, invulling van zangpassages en algehele sfeer. Bij Free Wheeling Cat gaat de band wel heel toepasselijk tegen het einde naar zo’n heerlijke afrondende “waas van instrumentatie”; het is gewoon jammer dat die fade-out er eigenlijk al snel komt. My Friend heeft een werkelijk wervelende basis van drums en bas, de garage-achtige invulling, de dwarse ritmische accenten en de (te korte) treffende solo maken het helemaal af. Een rustpunt kan gevonden worden in het dromerige What Time Is It, waarna de Led Zeppelin invloeden weer hoogtij vieren met Provisional Baby Hip. Groove Me grooved inderdaad heerlijk recht toe recht aan a la Free, met zo nu en dan een verrassende dwarse timing in de tussenstukken. De uitsmijter (van het reguliere album) Seks ‘n’ Roll Express is een gruizig, energiek muzikaal stuk vuurwerk, waar nergens meer binnen de lijntjes gekleurd wordt en ik zelfs over de top Glenn Hughes-achtige vocale uitspattingen meen te horen. Een meesterwerkje!
Als bonustracks zijn drie Italiaans gezongen demo’s toegevoegd. Twee van de drie nummers zelf zijn misschien in de basis nog meer Led Zeppelin beïnvloed dan op het album, maar zowel de arrangementen als de algehele geluidskwaliteit zijn van veel minder niveau. Wel hoor je hier al duidelijk de potentie van vooral de ritmesectie en de gitaar in enkele passages. Het buitenbeentje van de demotracks is misschien nog wel het meest interessant; Ad Ogni Costo is een verrassend nummer, waarbij zelfs de bij vlagen gewoon slechte geluidskwaliteit toch ook zijn charme heeft; beluister zelf maar eens (net de rest van de plaat trouwens). Zelf heb ik nog een (vergeefse) poging gedaan voor de limited gekleurde versie, maar dan moet je er schijnbaar wel heel snel bij zijn; de gewone zwarte is nog wel verkrijgbaar.