Stilzitten is geen optie in deze coronatijd voor Axel Rudi Pell. Maar nieuw werk opnemen en uitbrengen terwijl je het niet live ten gehore kan brengen in de zalen is ook geen optie. Dus besloot deze, inmiddels, 61-jarige gitarist en Duits icoon dat het wel tijd was voor een vervolg op Diamonds Unlocked uit 2007 en nam met zijn band elf covers op. Een band waar Axel al weer heel wat jaren uitstekend mee samenwerkt. Met Diamonds Unlocked II staat de teller van het aantal albums ondertussen op 32 en dat allemaal onder de vlag van Steamhammer/SPV.

Kenmerkend voor alle albums zijn de instrumentale intro’s die ervoor moeten zorgen dat de luisteraar even in de goede sfeer komt. Diamonds Unlocked II start met de eigen compositie Der Schwarze Abt en in de inleiding voor de eerste cover There’s Only One Way To Rock. Het origineel is van Sammy Hagar, die de compositie ook met Van Halen geregeld speelde. De solo in There’s Only One Way To Rock is afkomstig uit de liveversies van Van Halen, zonder echter het origineel te willen overtreffen want vanuit het respect naar wijlen Eddie van Halen is dat geen optie, volgens Axel. Ben je niet bekend met het origineel, zou je zweren dat Axel de compositie zelf heeft geschreven omdat in alles de compositie past in het oeuvre van de gitarist. De band eromheen en de zang van Johnny Gioeli zorgen ervoor dat het geheel rockt zoals het hoort.

Een andere gitarist die de bewondering van Axel kan wegdragen is Ritchie Blackmore. Al eerder pakte Axel een compositie van Rainbow op en dit keer pakte hij Lady Of The Lake van de Long Live Rock’n’Roll album uit 1968. Een gewaagd stukje omdat het een klassieker betreft. Nu heb ik in een eerdere review al wel benoemd dat het stemgeluid van Johnny Gioeli nauw verwant is met het stemgeluid van Ronnie James Dio en de versie van Axel kan mijn goedkeuring daarmee wel wegdragen. Zeker met de stempel van Axel erop, hoewel het origineel nog altijd mijn voorkeur heeft. Met Rainbow is het een kleine stap naar Room With A View van toetsenist Tony Carey die met deze ballad eind jaren tachtig een hit had in Duitsland.

Een andere ballad op het album, vooral in het begin, is misschien een minder voor de hand liggende cover. She’s A Lady is oorspronkelijk van Paul Anka, maar zeker ook bekend in de versie van Tom Jones. In den beginne ligt de vergelijking dicht bij het origineel maar halverwege heeft Axel besloten om er toch wat peper in te gooien en giet hij de rocksaus erover wat het geheel naar een nieuw niveau en een nieuwe belevenis tilt. Zeker ook de gitaarsolo laat hij uitstekend passen in het geheel terwijl drummer Bobby Rondinelli zijn krachtige spel op de achtergrond het tempo laat bepalen.

Wanneer we in de jaren zeventig blijven hangen, komen we vanzelf uit bij Black Cat Woman van Geordie. Gewoon een lekkere rocksong waarin Johnny het stemgeluid van Brian Johnson aardig probeert te benaderen. Van de twee versies die bekend zijn, heeft Axel gewoon een goede samenvatting gemaakt en het beste van de tweede versies in elkaar verweven tot er een versie uit is gekomen waarin de ritmesectie een voortstuwende werking heeft en bassist Volker Krawczak naast Bobby uitstekend werk verricht.

Het rockkarakter blijft intact met Rock ‘n’ Roll Queen. Ik moet echter zeggen dat het niet mijn favoriete is op het album. De uitwerking is zoals altijd goed met een continu zagende riff op de achtergrond. Het is alleen niet een compositie die mij zozeer aanspreekt. Daarbij is het ook niet een verrassing. Dat is Sarah (You Take My Breath Away) toch wel weer. Het origineel komt van de hand Chris Norman die voor velen bekend zal zijn als de zanger en voorman van Smokie. Axel heeft met zijn band de compositie ook hier het geheel, evenals in She’s A Lady, van een stevig rockkarakter voorzien. Wat dan overblijft is een prettige rockcompositie met de stempel van Axel er dik bovenop.

Een andere verrassing is Eagle. In een rustige rocksetting word je meteen op het verkeerde been gezet. Het is een beetje in een gruizelige bluesrocksoort neergezet maar de tekst en vooral het refrein verraadt meteen dat we hier te maken hebben met een cover van ABBA. Een bijzondere keuze die heel fraai uitpakt. Dat blueskarakter komt puur naar voren in de cover van I Put A Spell On You van Screamin’ Jay Hawkins, maar wellicht beter bekend van Creedence Clearwater Revival. De versie van Axel ligt ook wel dichter bij de versie van CCR. Ook hier blijft weer hoe stabiel en steady de ritmesectie is van waaruit Axel kan spelen en soleren op zijn manier.

Tenslotte kun je je afvragen of Paint It Black nog gecoverd moet worden. Is het origineel niet afdoende? Is het niet al genoeg gecoverd? Het is en blijft een klassieker en in de versie van The Rolling Stones enorm sterk. Deep Purple waagde zich ook eens aan deze compositie en maakte er meteen een extended versie van. Axel besloot om het origineel en de versie van Deep Purple bij elkaar te rapen en er zijn eigen versie van te maken. Stevige rock met heel veel ruimte voor toetsenist Ferdy Doernberg die zich in een solo even helemaal mag uitleven voordat hij het stokje overgeeft aan Axel om de solo te vervolmaken. Een solo die gedragen wordt door die toch sterke ritmesectie en voor de rest dicht bij de basismelodie blijft.

Is een album met covers nu wel nodig. Ik weet het niet. Zelf ben ik er niet heel erg dol op, behalve toen Caliban zijn eigen composities bewerkte op het laatste album. Axel Rudi Pell heeft er op dit album voor gezorgd dat het geheel wel heel kenmerkend in zijn geluid is neergezet. Wanneer je niet weet dat je met covers te maken hebt, is het ook een heel fraai album. De verrassende versies van Sarah (You Take My Breath Away) en Eagle vind ik dan ook wel weer heel fraai bewerkt. Axel kan bij mij wel een potje breken, dus slaat de balans door naar een lekker rockalbum. Toch kan ik niet wachten tot zijn nieuwe ‘eigen’ album.