Vanaf 2020 blijken sommige dingen in ons leven niet vanzelfsprekend. Het ‘oude’ normaal heeft een deuk opgelopen. Maar gelukkig zijn er nog dingen die onveranderd doorgang vinden. Eén van die vanzelfsprekendheden in het (muzikale) leven is een nieuw album van Axel Rudi Pell. In de 33 jaar dat hij met SPV/Steamhammer samenwerkt is Axel een, misschien wel dé, stabiele factor in het hardrockgenre. Je zou bijna kunnen zeggen dat Axel zijn eigen genre is met nu alweer het 21ste album op zak. Onverstoorbaar werkt hij aan nieuwe composities en noch stijl, noch genre, noch tijd lijken vat op hem te hebben.

Ook Lost XXIII is een album in de beste traditie van ARP. Gewoonte-/traditiegetrouw start het album met een instrumentaal intro dat dit keer de naam Lost XXIII Prequel heeft gekregen. Geen ouverture maar een korte en vrij sobere opwarmer naar Survive. Een compositie waaruit blijkt dat Axel verdraaid goed weet hoe een aantrekkelijke compositie opgebouwd moet worden. Lekker ouderwets met een couplet, een refrein en een strakke riff als leidraad voor het geheel. Het gitaargeluid klinkt vertrouwd en duidelijk is te horen dat de line-up met zanger Johnny Gioeli, bassist Volker Krawczak, toetsenist Ferdy Doernberg en drummer Bobby Rondinelli als een geoliede machine niet is gaan roesten in de afgelopen twee jaar. Johnny klinkt als vanouds sterk en Volker en Bobby denderen als een ritmelocomotief door alsof het allemaal geen moeite mag kosten. Een stabiele basis/bodem waaruit de gitaarsolo van Axel mag groeien en overtuigen. Altijd integer, met melodie en in de lijn van de compositie. Die uitmuntende ritmesectie heeft zeker ook de aandacht in Follow The Beast. Het tempo ligt hier wat hoger en is gemaakt en gespeeld op een ouderwetste rockleest.

Aangezien Axel gerekend mag worden tot een rockicoon in de laatste dertig jaar, is het hem geoorloofd om invloeden van concollega’s in zijn eigen muziek te verwerken. Zelf geeft hij aan dat in de opzwepende composities Down On The Streets en Freight Train er zeker elementen van AC/DC en Thin Lizzy te vinden zijn.

Het klinkt allemaal vertrouwd en zo herkenbaar. En toch blijft hij verbazen wat hij nu weer neerzet. No Compromise is voor mij nu al een nieuwe klassieker. Dit is hardrock pur sang. Het klinkt als een klok. Tekstueel vrij eenvoudig, maar er is ook nog nooit iemand geweest die zijn teksten als Engelse literatuur heeft betiteld, en in de eenvoud en aantrekkelijkheid een onvervalste meezinger.

Er staan twee langere composities op het album die behalve de tijd meer overeenkomsten kennen. Wanneer je beide intro’s over elkaar heen legt, merk je dat ze niet zoveel van elkaar afwijken. Het invallen van de zang, het trage tempo en het recept van een goede ballad zijn bij beide composities sterk aanwezig. Gone With The Wind ligt dan wat dichter tegen een echte ballad aan met een sterke gevoelsfactor en een eenvoudige, doch doeltreffende gitaarsolo. Lost XXIII (gerelateerd aan Lost XXIII Prequel) is de epische afsluiter waarin Axel ligt oosterse accenten heeft ingebed. Het muzikale gedeelte hier is vrij groot ten opzichte van de zang, maar dat maakt het geheel ook weer meer betoverend. In het instrumentale The Rise Of Ankhoor word je weer op een andere manier aangetrokken. Het is een compositie die de muziekgeschiedenis doet herleven in muzikale verhaaltjes zonder poespas waarbij ik moet denken aan bijvoorbeeld het solowerk van Cozy Powell. Het is wel het podium voor Ferdy Doernberg die zijn toetsenspel in combinatie met het gitaarwerk meer naar de voorgrond neerzet.

Tot slot blijft de ultieme ballad op het album over dat de titel Fly With Me heeft meegekregen. Een compositie die de zalen vraagt om ouderwetse vlammende aanstekers. De piano in het intro zet de toon die Johnny netjes volgt. Ik moest een beetje denken aan het begin van The Rose van Bette Midler, maar uiteindelijk is dat maar een klein gevoel en blijkt de compositie een geheel andere kant op te gaan. De kant van de klassieke ballad waarin het gevoelige integere gedeelte toewerkt naar een meer bombastische uitlaatklep. Lekker is het feit dat het gitaarspel de zangmelodie in de solo gewoon overneemt. Dit is rock, dit is romantiek, dit is tijdloos. Dit is dus gewoon Axel Rudi Pell zoals we gewend zijn. De ARP-rock is ook op Lost XXIII strak, sterk en stevig.