Bij Rockportaal werkt het als volgt. Je hebt een mailbox waar dagelijks gemiddeld 20 tot 25 berichten in worden gedumpt. Dat kan werkelijk van alles zijn, maar hoofdzakelijk een aanbod van verschenen of te verschijnen albums. Die doorgaans alleen digitaal beschikbaar zijn. En dat vaak onder streng embargo…. Soms zie je iets bekends en hap je toe, want wie het eerst komt maalt ook bij deze website het eerst. Soms neem je op gevoel een gok. Of het nu de bandnaam is of een foto van de artiest of band of het genoemde genre (die laatste is vaak de grootste instinker).

Zo’n gok nam ik met Cats In Space. Gelabeld als ‘classic 70s inspired rock with a sprinkling of AOR powerpop’. Klik ik heb je, reageerde mijn muis. Een paar muisklikken verder hoorde ik de zanger en ging opeens een licht branden. Die stem die ken ik! Maar waarvan? Is dat soms Paul Manzi van Arena? Klik deed alweer mijn muis. En jawel, centraal op de bandfoto stond daar Paul Manzi. Zonder hoed dit keer. Nu ben ik een groot fan van Arena en ken ik Paul Manzi enigszins. Maar kennelijk niet goed genoeg om te weten dat hij sinds 2015 enorm actief is met een stel katten in de ruimte.

Dat werd dus snel even een kwartiertje inlezen. En wat blijkt? In de amper vier jaar dat deze zevenmans formatie bestaat blijkt het cv al behoorlijk gevuld te zijn. Zo prijken daar twee studio albums (Too Many Gods uit 2015 en Scarecrow uit 2017) en het live album Cats Alive uit 2018. Albums die zelfs de Britse charts bereikten. Ook trokken de heren stevig van leer op tal van (niet de minste) podia, waaronder de O2 Arena. Met onder andere Deep Purple, Status Quo, Thunder, Phil Collins en Blondie.

Maar nu snel over naar het voorliggende schijfje Daytrip To Narnia. Een album wat ook Daytrip To Musical 70s Memory Lane had kunnen heten. Want Paul Manzi (zang), Greg Hart (gitaar en zang), Dean Howard (gitaar), Jeff Brown (basgitaar en zang), Andy Stewart (toetsen), Steevi Bacon (drums, percussie en zang) en Mick Wilson (zang en toetsen) maken er gedurende een klein uur een retro feestje van. In random volgorde hoor je flarden voorbij komen van The Rubettes, Queen, 10cc, Electric Light Orchestra, The Sweet, Supertramp, Slade en Bee Gees.

De hoofdmoot van het album bestaat uit het 30 minuten klokkende epos The Story Of Johnny Rocket. Dit nummer bestaat uit zeven delen en neemt je mee op reis door de muzikale jaren zeventig. Hier laten de katten hun ware aard horen. Part I Space Overture is een kort intro met fluitende synthesizers a la Hawkwind. En wordt in Part II Johnny Rocket snel vervolgd door een partij stevige rock in driekwartsmaat met op de achtergrond Supertramp-achtige toetsen loopjes. Naadloos schakelt men in Part III Thunder In The Night over naar een partijtje disco met klassieke ‘discodreun’. Om in Part IV One Small Step gedurende twee minuten door te pakken naar een mierzoet stuk met meerstemmige vocalen zoals we die kennen van The Rubettes en Queen. Op Part V Twilight deelt Paul Manzi de microfoon met Mick Wilson en komen fragmenten van het Electric Light Orchestra-nummer Twilight voorbij, inclusief karakteristieke vocoder en (gesamplede violen). Plagiaat? Zeg maar stiekem geleend. In het gedragen klinkende Part VI Yesterday’s News wordt de sfeer intiemer. We horen Paul Manzi op zijn best. Gedoseerde meerstemmige achtergrond vocalen en zelfs mandoline houden het klein. Het epos en het album sluit af met Part VII Destination Unknown. Het is een eenvoudig en positief klinkend popnummer met een fijn ritme.

Daytrip To Narnia is vooral fun om naar te luisteren. En een feest der herkenning voor diegenen die de muzikale jaren zeventig als tiener hebben meegemaakt. Het schijfje kan zelfs dienen als muziek-quiz tijdens een gezellige avond.