Je kent het wel. Dat album dat steeds weer in je playlist verschijnt. Een plaat die herinneringen oproept. Een klassieker die bekend of onbekend is voor het grote publiek.  Rockportaal plaatst regelmatig een recensie van een classic album. Dit keer leggen wij het album Spartacus van de Duitse symfonische rockformatie Triumvirat onder de laser.

Halverwege de jaren zeventig van de vorige eeuw genoot Triumvirat een vrij grote populariteit. De groep werd in 1971 opgericht en bestond aanvankelijk uit Hans-Jürgen Fritz (toetsen), Hans Bathelt (drums) en Werner Frangenberg (basgitaar). De laatste werd nog voor uit uitbrengen van het eerste album vervangen door Hans Pape, naast basgitarist ook zanger.

Het is overduidelijk waar Triumvirat de mosterd heeft gehaald: bij The Nice en ELP (Emerson, Lake & Palmer). In 1972 debuteerde men met Mediterranean Tales: Across The Waters, gevolgd door Illusions On A Double Dimple uit 1974. Dat album betekende de doorbraak in de Verenigde Staten. Het leverde ze een tour op met Fleetwood Mac. Daarna ontstond het idee een conceptalbum te maken over de Romeinse gladiator Spartacus. Het gelijknamige album werd opgenomen met basgitarist en zanger Helmut Köllen, die het vertrek van Hans Pape opvulde. De kritieken op Spartacus in thuisland Duitsland waren niet mals. Tot groot ongenoegen van bandleider Fritz, die daarom zelfs tijdelijk naar Los Angeles verhuisde.

Op Spartacus hoor je authentieke symfonische rock. Onder leiding van toetsenist Fritz kon de band zich die tijd zelfs meten met grootheid ELP. Fritz’ speelstijl is duidelijk beïnvloed door dat van Keith Emerson. Maar ook drummer Hans Bathelt heeft goed geluisterd naar Carl Palmer. Zelfs de speelstijl van bassist Helmut Köllen lijkt opmerkelijk veel op dat van Greg Lake. Anno 1975 was niemand die zich daaraan stoorde…

Het is lastig om hoogtepunten te kiezen uit de negen nummers die het originele album telt. The School Of Instant Pain met zijn opwindende instrumentale sectie is daar een van. The March To The Eternal City is een ander markant nummer. De Moog-partijen in Italian Improvisation doen wel erg veel denken aan Aquatarkus uit het iconische ELP-nummer Tarkus. Net als titelnummer Spartacus talloze momenten heeft die aan ELP doen denken.

In 2002 werd Spartacus opnieuw uitgebracht op cd. Daarop vind je twee interessante bonusnummers. Een live versie van The Capital Of Power, opgenomen tijdens de Amerikaanse tournee van de band in 1975. En Showstopper, een niet eerder uitgebracht nummer die niet paste bij het thema van het originele album.

Spartacus wordt algemeen beschouwd als het hoogtepunt van Triumvirat. Het haalde zelfs de album top 30 in de VS. Ondanks pogingen daartoe wisten de Duitsers dit album niet te overtreffen. Diverse wisselingen in de bezetting en commerciële druk van het platenlabel waren de oorzaak. Old Loves Die Hard (1976) en New Triumvirat Presents Pompeii (1977) waren niet meer dan sympathieke pogingen. A La Carte uit 1978 en Russian Roulette uit 1980 laten een band horen die de ziel aan de commercie verkocht. Op deze albums maakt Triumvirat een jammerlijke knieval met zoetsappige popliedjes. Het leverde ze met Waterfall nog wel een bescheiden hit en Duitse marken op.

De titel van het laatste album, Russian Roulette, is veelzeggend over de eens zo roemruchte symfonische rock band. Het neemt allemaal niet weg dat Spartacus blijvend gegraveerd staat als classic album.