Zoals altijd haalt Dead Can Dance haar inspiratie overal vandaan. Of het nu gaat om Oost-Europese songstructuren, Midden-Amerikaanse instrumenten, Griekse mythologie of Afrikaanse ritmes. Het maakt Brendan Perry niet uit. Dionysus klinkt dan ook weer universeel. Toch is het duidelijk dat de scheiding tussen Brendan en Lisa Gerrard niet helemaal hersteld is. De ultieme, vaak sacrale, zang van Lisa is namelijk het ondergeschoven kindje op deze plaat. De melancholie en de meer zweverige kant van Dead Can Dance is ver te zoeken. The Mountain doet een voorzichtige poging, maar komt nooit in de buurt van de diepgang die we ooit van de twee voorgeschoteld kregen. Het is duidelijk dat Brendan Perry de grote roerganger is achter Dionysus. Een album geïnspireerd op de god van wijn klinkt natuurlijk luchtig. Dat blijkt ook bij deze plaat. Het verhaal gaat dat Dead Can Dance van de nieuwe plaat niks gaat spelen op hun toer volgend jaar (maar eerder oud materiaal uit de jaren tachtig en negentig). Bovendien lijkt het erop dat Lisa Gerrard en Brendan Perry de plaat niet samen hebben opgenomen. Daarmee lijken beiden aan te geven dat dit niet het meesterwerk is waar al hun fans telkens weer op zitten te wachten. Dat meesterwerk is het inderdaad niet geworden. Eerder een plaat die het goed doet op een wereldmuziekfestival, maar daar ook geen uitzonderlijke impact zal maken. Dionysus is geen slechte, maar wel een hele korte, plaat. Als het echter in het oeuvre van deze roemruchte act geplaatst wordt dan is het aardig, maar niet meer dan dat.

Dead Can Dance