Het nieuwste album van Deep Purple bestaat voor het eerst in het bestaan van de band uit nummers die niet geschreven zijn door de band zelf.

Alle nummers zijn al eerder opgenomen door andere artiesten,  De luisteraar hoort dus twaalf covers. En covers zijn een misdaad als je het aan de rockpolitie vraagt, vandaar de titel Turning To Crime.  Het album bevat nummers uit eind jaren zestig, begin jaren zeventig, bekende en onbekende nummers. Zo horen we Oh Well van Fleetwood Mac en Jenny Take A Ride van Mitch Ryder & The Detroit Wheels. De nummers zijn niet zo maar even nagespeeld, Deep Purple heeft de nummers zich eigen gemaakt. Uw recensent heeft de gewoonte om de albums te luisteren zonder de bijgesloten informatie vooraf te lezen. Pas bij het horen van het derde nummer, Oh Well, kwam er iets van herkenning en Jenny Take A Ride liet het kwartje vallen.

Goed gitaarwerk en overdadig pianospel maken de nummers tot een feestje om naar te luisteren. Watching The River Flow van Bob Dylan is een fijn uptempo nummer, gevolgd door het zo vaak gecoverde Let The Good Times Roll. Het origineel komt uit 1946 en is van Louis Jordan, een jazz muzikant. Onder andere The Searchers en BB King maakten een cover in respectievelijk 1966 en 1999. Op de versie van Deep Purple horen we blazers en is er een hoofdrol voor het Hammond orgel van Don Airey.

The Battle Of New Orleans is een folkrock nummer, geweldig gezongen en gespeeld, wat mij betreft één van de hoogtepuntjes op het album. Lucifer van Bob Seger en White Room van Cream ontbreken ook niet op het album. Elf sterke covers die laten horen dat de band een nummer naar haar eigen hand kan zetten. Het album sluit af met Caught In The Act, een bijna acht minuten durend instrumentaal nummer, een medley.

Ondanks dat het geen eigen nummers zijn klinkt het album als een Deep Purple album Zanger Ian Gillan heeft nog steeds een intrigerende stem. De muzikale strijd tussen Don Airey en drummer Ian Pace is geweldig om te horen in het afsluitende nummer. Dit album is een aanrader!