Edison’s Children is een Brits/Amerikaanse band rondom het duo Pete Trewavas en Eric Blackwood. Pete Trewavas maakte als bandlid van Marillion in 2005 kennis met Eric Blackwood. Die verzorgde toen tijdens een Amerikaans Marillion concert de soundcheck omdat Marillion-gitarist Steve Rothery even iets anders te doen had. De samenwerking was geboren en de twee begonnen in 2006 nummers te schrijven. Aanvankelijk schakelde het duo al naargelang hun wensen collega’s in bij de opnamen van hun albums en optredens. Zo speelden bandleden van Marillion al een keer mee, net als drummer Henry Rogers van DeeExpus Project.

Het eerste wapenfeit van Edison’s Children duurde even, want dateert van 2012 met het debuutalbum In The Last Waking Moments. Daarna volgde in 2013 The Final Breath Before November en in 2016 Somewhere Between Here And There. Nu, na wederom drie jaar, is Edison’s Children terug met het album The Disturbance Fields. En naar het zich laat aanzien in een vaste bezetting. Een bezetting, naast Pete Trewavas (gitaar, basgitaar, zang, orkestraties), Eric Blackwood (gitaar, basgitaar, zang, orkestraties) en Henry Rogers (drums), met opvallende namen. Zo treffen we Rick Armstrong, zoon van dé Neil Armstrong, op gitaar en basgitaar en Lisa Wetton, weduwe van dé John Wetton, op drums.

The Disturbance Fields gaat over de woede die moeder natuur kan hebben tegen de mensheid als gevolg van de slechte behandeling door de mens van oceanen, regenwouden en almaar verdergaande groei van steden. Dit heeft geleid tot de klimaatveranderingen die we wereldwijd dagelijks ervaren [noot: ik begon deze recensie toen de thermometer op ruim 38 graden stond]. Met alle destructieve gevolgen vandien. Het album bevat slechts één nummer, het epische nummer met de titel Washed Away. Wat je meeneemt op een reis van een man die vecht tegen alle krachten van de toorn van moeder natuur.

Meeslepend en indringend. Soms dreigend. Dat zijn de sleutelwoorden die mij gedurende beluistering van dit 68 minuten durende album bijbleven. Niet alleen de muziek, maar ook de zang van Pete Trewavas en Eric Blackwood. De mannen zijn technisch gezien geen bijzondere zangers, maar hun stemmen en intonatie passen wonderwel uitstekend bij het statement wat men wil uitdragen. De muziek van Edison’s Children staat redelijk op zichzelf. Er zijn vage overeenkomsten met Pink Floyd. Je hoort vleugjes Marillion en Neal Morse, meer niet. A Random Occurrance, The Confluence, The Tempest en The Surge zijn dynamische, harmonieuze en melodieuze nummers waar een flinke dosis dramatiek in opgesloten zit. De zware weersomstandigheden waar het op dit album om draait zijn als het ware voelbaar.

Niet alle nummers zijn complex. Ondanks dat A Cold Grey Morning ook een lang nummer is, is de opbouw veel eenvoudiger. Ronduit dreigend is Indigenous. Stuwend gitaarwerk gaan samen met gesproken zanglijnen. Resurgence kent verschillende door elkaar heen lopende gitaar lijnen, met daaronder een ronkende basgitaar en solide drums. Epitaph is goed gekozen als titel van dit nummer. Je hoort een soort berusting in zowel muziek als zang van hier Eric Blackwood.

Edison’s Children blijft een bijzondere formatie met een hechte fanbasis. Dat bewijst wel de ruim twee pagina’s met namen van fans in het kleurige en werkelijk schitterende cd-boekje die vooraf hebben ingetekend. The Disturbance Fields is een waar meesterwerk waar jaren van voorbereiding aan vooraf zijn gegaan. Mocht je de groep niet kennen, dan is dit album de ultieme gelegenheid kennis te maken.