Het trio Thomas Juneor Andersson (zang, gitaar en percussie), Tobias Strandvik (drums en percussie) en Per Wiberg (zang, bas en toetsen) noemt zichzelf Kamchatka en het heeft even geduurd voordat dit Zweedse trio de opvolger van Long Road Made Of Gold klaar heeft. Maar na drie jaar is het dan zover en ligt het zevende album Hoodoo Lightning in de schappen met daarop tien gloednieuwe composities die in de beste traditie van de stevige smerige bluesrock zijn geschreven.

Die smerigheid komt mooi naar voren in Blues Science pt 1 Thunder Rise 1 en Blues Science pt 2 Hoodoo Lightning 1. Het gitaargeluid is, als ware het uit de oude doos van legendarische blueslegendes ontsnapt, sterk neergezet met een zware basismelodie die in distortion lijkt te zijn gedoopt. Daaroverheen wordt er lustig gesoleerd en zorgt de onophoudelijke ritmesectie voor de stuwende kracht achter de compositie. In part 1 komt hierbij het basgeluid van Per mooi naar voren en wordt part 2 meer melodieus ingezet. Het stroperige ritme krijgt naar het einde toe wat meer tempo waardoor het heel interessant blijft. Die onvervalste vuige bluesrock krijgt verder vorm in Rainbow Ridge en in Monster. Hier wordt gebruik gemaakt van een rustige constante riff en er is ruim aandacht voor de zangpartij met daar tussendoor fraai soleergeweld van Thomas.

Maar ook hier is de ritmesectie van Tobias en Per van groot belang terwijl het zichzelf in Let It Roll zelfs een onmisbare plaats opeist. Deze compositie doet me denken aan de sfeer en energie van The Black Crowes op het album Shake Your Moneymaker. In de tussenstukken zijn het toch vooral het opzwepende drumritme en de folterende baslijn die het verschil maken terwijl de basis van Let It Roll fier overeind blijft staan en herkenbaar aanwezig is.

Vanaf Stay In The Wind lijkt Kamchatka een meer gepolijst bluesgeluid neer te zetten. Het tempo vertraagt wat en een southernbluesgroove heeft het karakter iets beïnvloed. Ook El Hombre Dorado, Supersonic Universe (halverwege het album) en het zeer bluesy klinkende A Drifters Tale klinken wat ‘netter’ en daarmee misschien ook meer toegankelijk voor veel mensen.

Voor mij is het juist dat smerige bluesgeluid dat aanspreekt waarmee Kamchatka me al jaren blij maakt. Neemt echter niet weg dat het complete album van begin tot eind een op elkaar ingespeeld trio laat horen dat zichzelf stevig in het zadel heeft zitten en doet wat er wordt verwacht van hen.