Met het nieuwe album neemt Lykantropi de luisteraar mee terug naar de rock en folk muziek van de vroege jaren 70.

Samenzang zoals we dat kennen van The Mamas & The Papas worden vermengd met gitaarmuziek waardoor nummers ontstaan die vergelijkbaar zijn met nummers van Fleetwood Mac en Blue Öyster Cult. Oude overleveringen en volksverhalen worden vandaag de dag vaak beschouwd als onderwerpen uit een voorbij gegane tijd, maar Lykantropi brengt ze weer terug met dit album. Het is een album vol tijdloze verhalen geworden.

De voorgaande twee albums bevatten materiaal dat over een lange tijdspanne geschreven is, het nieuwe album bevat uitsluiten nieuw geschreven materiaal. De bandleden kwamen elk met hun eigen ideeën en dat is als groep uitgewerkt. De band weet het mysterieuze, onverklaarbare en obscure goed weten om te zetten in nieuwe nummers. Rockmuziek uit de Scandinavische bossen en wildernis doorweven met folklore, mythes en legendes.

Op het nieuwe album staan acht nummers waarvan de vierde en achtste titel in het Zweeds zijn, de andere zes nummers zijn Engelstalig. Kom Ta Mig Ut sluit pagina A af en het nummer Världen Går Vidare sluit pagina B af. De nummers duren elk een kleine zeven minuten. Världen Går Vidare gaat over leven alles wat wil groeien in de natuur. De duisternis wil dat verdrijven terwijl het leven juist meer leven wil. Alles ontstaat uit het niets.

Veel teksten zijn persoonlijk zoals bijvoorbeeld het nummer Axis Of Margaret waarin Eriksson vertelt hoe hij zijn dode moeder gevonden heeft. Life On Hold gaat over eenzaamheid en hoe dat iemand vormt als die persoon daarmee worstelt als puber. En in de COVID19 tijd komt dat dan extra hard terug. Andere nummers gaan over hedendaagse onderwerpen zoals de frustratie over het heersende sociale klimaat. Het titelnummer is geinspireerd door de romantische vampierfilm Only Lovers Left Alive uit 2013.

De band zet acht uitermate luisterbare en melodische nummers meer. My Shaolin heeft een prettige stem om naar te luisteren, haar stem doet inderdaad denken aan The Mamas & The Papas, maar ook aan een vroege Jerney Kaagman. De combinatie van het fluitspel en de traditionele gitaar, bas en drum brengt een extra dimensie in de nummers. Dit album haalt een ruim voldoende.