De namen André Andersen, Jonas Larsen en Henrik Brockmann klinken sommigen wellicht bekend in de oren. De drie heren hebben namelijk één gemeenschappelijke factor en dat is de progressieve rockband Royal Hunt. De richting progressieve rock is de basis hoewel de band regelmatig wat muzikale uitstapjes deed naar links en rechts. Toen het label de bandleden vroeg om het debuutalbum en nog niet eerder uitgebrachte composities opnieuw op te nemen, bleek de vonk van weleer weer over te springen en besloten de drie heren om samen als N’ Tribe (kort voor Nordic Tribe) een EP met klassieke rock op de nemen. En dat klinkt lekker.

Staring Down The Barrel is al eens langsgekomen als video bij Rockportaal en laat meteen horen dat N’ Tribe wel weet waar Abraham de mosterd haalt. Dit is rock met ballen in een heerlijk pompend ritme en sterk gitaarwerk van Jonas Larsen. Ergens is het een beetje bluesy in een old-school hardrockjas die perfect gegoten zit. Subtiel heeft André Andersen zijn keyboards gedurende de compositie ingezet. Henrik Brockmann klinkt jong, sterk en warm en het geheel doet soms een beetje denken aan Sammy Hagar. De verhoging in toon doet het altijd goed en de paar tellen rust (met gitaarsolootje) genereren extra spanning. Daarbij doet het denken aan de gloriedagen van Rainbow qua karakter.

In Down On My Knees start de band met wat klassieke Spaanse gitaar. Dat komt later nog wel terug maar minder op de voorgrond. Door een prettig ritme is Down On My Knees lekker easy om te beluisteren. Het stemgeluid van Henrik is wat zwoeler aangezet en in combinatie met het gitaarwerk van Jonas lijkt het een kruisbestuiving van Whitesnaken en Santana. N’ Tribe heeft ook hier een tussenstuk ingelast, want de heren weten donders goed hoe ze de aandacht vast weten te houden. Dit tussenstuk is sterker neergezet dan in de vorige compositie. Er is ruim aandacht voor drum en gitaar en biedt wat salsarock aan.

What Goes Around Comes Around heeft eveneens die overeenkomst met Whitesnake. Het gaat gewoon verder op de ingeslagen weg waarin een prettig gitaargeluid in een aantrekkelijke melodie is weggezet. Met zulk talent in de band en drie kanjers van composities is het niet heel nodig om een cover op de EP te zetten. Ze hebben gekozen voor Paint It Black van de Rolling Stones. Ook in de versie van N’ Tribe blijft het een goede compositie en de band blijft dicht bij het origineel hoewel ze er wel hun eigen stempel(tje) op drukken.

Met Staring Down The Barrel was ik al heel tevreden en de nieuwsgierigheid die zij toen hebben aangewakkerd bij mij hebben ze op Root’n’Branch mooi ingewilligd. Jammer dat het slechts drie composities zijn (de cover even niet mee gerekend), maar als die Deense vlam nu de komende tijd eens goed blijft branden bij die drie mogen we misschien wel hopen een heel album vol old-school hardrock met de juiste accenten op de juiste momenten geplaatst.