Elk jaar in oktober verandert TivoliVredenburg in een oase van Americana en aanverwante muziekstijlen. Een compleet Noord-Amerikaanse line-up, met één uitzondering, Philip Kroonenberg. Hij verving Arlan Feiles, die op het laatste moment verstek moest laten gaan vanwege familieomstandigheden.

Rond 16:00 aangekomen is het duidelijk dat dit festival echte liefhebbers aantrekt. Vooral het oudere segment is vertegenwoordigd, met hier en daar wat jongere fanaten, met oprechte interesse in dit nog te weinig in Nederland gezien en gehoorde veelzijdige genre.

Het blokkenschema is zo ingedeeld dat alle optredens in de Grote Zaal gecombineerd kunnen worden met de kleinere zalen; Pandora, Hertz en Cloud Nine. De optredens in de kleinere zalen zijn tegelijk en in de praktijk, is het lastig gebleken om de optredens in de kleinere zalen allemaal te zien.

Ik start in de Grote Zaal waar The Dustbowl Revival stipt op 16:00 begint. De banken zitten goed vol, de vloer nog niet maar daar komt snel verandering in. De indruk van deze band is goed, het zevental wisselt rustige muziek af met het iets stevigere werk. Door de aanwezigheid van de trompetten komt het bombastisch over, wat goed uit de verf komt in de Grote Zaal, bekend om de uitstekende akoestiek. Tussen de nummers door, kondigt de band aan hier volgend jaar weer te willen zijn omdat het nieuwe album dan uit zal zijn.

Rond 16:45 is het nog niet erg druk in het gebouw, het moet duidelijk nog op gang komen. Ik zoek Sway Wild op in Hertz. Deze zaal is ingericht voor huiskamerconcerten en biedt alleen zitplaatsen. Nadeel, merkte ik later in de avond op, is dat deze zaal dicht gaat als alle stoelen bezet zijn. Geen in- en uitloop dus. Sway Wild bestaat uit drie leden, Dave McGraw & Mandy Fer, aangevuld met Thom Lord als bassist. Ze zoeken alle hoeken op van jazz, folk, funk en pop. Ze passen uitstekend in deze zaal. Mandy vertelt dat zij voor de 6e keer in Nederland zijn, vergezeld met de “goedenavond” en de “hoe gaat het”, geeft ze ook aan dat voor het eerst de FEBO geprobeerd hebben. Weer een ervaring rijker.

Tegelijkertijd speelt Bonnie Bishop in de Pandora zaal, het is er goed druk. Ze wisselt ballads en uptempo liedjes af. Country met een vleugje soul. Naast een uitstekende stem (welke inderdaad, zoals de flyer zegt, doet denken aan Bonnie Raitt), heeft de Texaanse ook gitaar en piano goed onder de knie.

En óók tegelijkertijd speelt Chance McCoy in Cloud Nine. Hij maakte deel uit van de Old Crow Medicine Show en vervolgt zijn carrière als solo artiest, met dit jaar zijn nieuwe album Wander Wild. Chance gebruikt een laptop met ondersteunde muziek om het geheel meer body en een progressief karakter te geven. Het werkt, mede daardoor en de complexe vioolsolo’s zorgen er voor dat de bezoekers aandachtig blijven luisteren. Af en toe kabbelt het wat, maar het wordt op geen enkel moment saai.

Weer terug in de Grote Zaal, zie ik de bandleden van de volgende act opkomen. Frazey Ford (bekend van het Canadese trio The Be Good Tanyas) en de ondersteunde zangeres Caroline Ballhorn , gehuld in wat sjiekere jurken met een glas wijn in de hand, beginnen vocaal sterk in het eerste nummer. Haar stem is uiterst typerend, soulachtig, welke ook met een grotere band goed overeind blijft.

In Pandora staat een uurtje later Carter Sampson te spelen. Het is “gezellige” country muziek dat altijd past, catchy, ze heeft een goed in het oor liggende vriendelijke stem. De uit Oklahoma afkomstige singer-songwriter legt uit dat het nummer Peaches gaat over de streek waar zij vandaan komt. Nadeel is, maar misschien denken de fans misschien anders over, dat er tussen de liedjes in, erg veel gepraat wordt. Het haalt de vaart uit het optreden, jammer, want ze doet het erg goed en ze wil oprecht haar verhaal doen.

Tijd om de Grote Zaal op te zoeken voor een paar oude bekenden binnen het genre. De Grote Zaal is goed vol. Jimmie Dale Gilmore en Dave Alwin hebben de krachten vorig jaar gebundeld om het album Downey to Lubbock op te nemen. Het knalt vanaf het eerste moment en de ervaring van beide heren verraadt niet dat zij voor het eerst vorig jaar pas dit album opnamen. Pittige interactie tussen drumster en Dave resulteert in heerlijke gitaar en drumpartijen. Duidelijk een mix van meerdere stijlen, met een boventoon van rock ’n roll. Het publiek weet dit, maar ook de rustige ballads, goed te waarderen.

Bijgekomen van Jimmie en Dave, kom ik wederom aan in Cloud Nine. Dit keer om Daniel Donato te beluisteren. Er zit een tomeloze energie in deze jongen. Met zijn rappe snelle stijl is hij vandaag wel een vreemde eend in de bijt. Zoals de flyer noemt, is zijn muziek experimenteel. Vergezeld met een drummer en tweede gitarist laat hij Cloud Nine beven. Letterlijk, de bassen zijn erg aanwezig, wat ietwat storend overkomt. Echter, geniaal te noemen is de manier waarop hij de gitaar bespeelt. Met zijn “hybrid picking style” creëert de Nashville native echt een speciaal geluid.

Vanuit Cloud Nine naar Pandora waar Drivin ’n Cryin net begonnen is. Het is wederom erg druk in deze zaal. In het algemeen is te zien, dat misschien naar verwachting, later op de avond het overal drukker is. Deze oude gedienden van de southern-rock zetten een stevige set neer. Het drietal gitaren geeft een goed diep geluid waar je naar blijft luisteren. De stem van leadzanger Kevin Kinney is wat hoger dan de gemiddelde zanger in het Americana genre, wat goed tegen het gitaargeweld in gaat, het is een uitstekende combinatie. De lekkere stampnummers waaronder Let Lenny B, met af en toe lange solo’s, worden afgewisseld met hier een daar een ballad, waarbij ook de akoestische gitaar er aan te pas komt.

Laatste act, in de Grote Zaal, welke ik bezoek zijn de North Mississippi Allstars, een driekoppige band welke heerlijke rock en blues nummers speelt. TivoliVredenburg heeft het stevige werk voor het laatst bewaard. De band, met als kern, de twee broers, Cody en Luther Dickinson speelt bluesrock van een hoog niveau . Cody zingt, speelt drum en het meest bijzondere: het elektrische wasbord. Halverwege de show speelt hij een ongeëvenaarde solo hierop waarmee hij de hele zaal op zijn knieën krijgt.

Ramblin Roots. Een uitstekend podium voor alles wat Americana ademt. Een kans voor de gevestigde artiesten om voor hun trouwe fans te spelen, een kans voor nieuwe artiesten fans te krijgen. Ik heb 10 optredens gezien en geen enkele is met elkaar te vergelijken. Het is veel meer dan cowboyhoeden, simpele akkoorden en Willie Nelson, neem volgend jaar eens een kijkje en laat je verrassen. Maar wees voorzichtig; Americana kan verslavend werken.